europa nederland, women's health, obstetrics, gynecology, infertility, pregnancy, hysterectomy, fibroids, and more




Print this page

OBGYN.net Advertisement
Artikelen voor de gynaecoloog: Doelencongres 2000

                         Doelencongres anno 2000 samenvattingen

Op deze pagina vindt u links naar enige bijdragen aan het Doelencongres van maart 2000:
Infertiliteit, Gynaecologie en Obstetrie 
anno 2000


Pathofysiologie van endometriose
Endometriose wordt gedefinieerd als het voorkomen van endometriumweefsel - klierbuizen en stroma - buiten het cavum uteri. In de literatuur wordt een relatie beschreven met chronische buikpijn, dysmenorrhoe, dyspareunie en ook met subfertiliteit. De exacte aard van deze relatie echter, alsmede de pathogenese van de ziekte endometriose, is nog niet opgehelderd.

Auteur: Prof. Dr. J.L.H. Evers, gynaecoloog, Academisch Ziekenhuis Maastricht


Afwijkende cytologie en zwangerschap
Het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker nieuwe stijl, ingegaan in  1996, adviseert de screenende huisarts het maken van een uitstrijk uit te stellen bij vrouwen die zwanger zijn of nog binnen 6 maanden post partum. Dat leidt ertoe, dat de Nederlandse gynaecoloog maar zelden te maken krijgt met een zwangere met een afwijkende uitstrijk. In de V.S. en Australië wordt de zwangerschapscontrole juist gezien als een kans om te screenen.

Auteur: Mevr. E.J.M. van Erp, gynaecoloog, Ziekenhuis Leyenburg

Effecten van behandeling van onvruchtbaarheid op de jonge zwangerschap
Reeds vanaf de eerste jaren dat IVF toegepast werd, was gesuggereerd dat het risico van een spontane abortus bij geassisteerde voortplanting hoger zou zijn dan bij natuurlijk ontstane zwangerschap. Een van de onbeantwoorde vragen echter was in hoeverre hier sprake is van een causaal verband, dan wel of verschillen in de patiëntenpopulatie als zodanig aansprakelijk zou kunnen zijn.

Auteur: Dr. C.A.M. Jansen, gynaecoloog Reinier de Graaf Groep


Chirurgische interventie bij de gestoorde geslachtsdifferentiatie
De gynaecoloog zal in het algemeen hoogstens betrokken zijn bij de chirurgische interventie en deze niet zelf uitvoeren. Meestal zal het ook geheel van zijn initiatief afhangen of hij er   überhaupt bij ingeschakeld wordt, alhoewel er voor de verdere begeleiding van  sexuologische problemen toch op hem/haar een beroep zal worden gedaan.

Auteur: Prof. dr. F.B. Lammes, gynaecoloog


Wat is seksuologie?
De vraag “wat is seksuologie?” is ook de titel van het eerste hoofdstuk van het “Leerboek Seksuologie”. Kennelijk is het antwoord op deze vraag minder vanzelfsprekend dat dat op vragen als “wat is gynaecologie?” of  “wat is pathologische anatomie?”, want leerboeken in deze vakgebieden beginnen zelden met een heel hoofdstuk over wat het vakgebied nu precies behelst.

Auteur: Dr. H.W. van Lunsen, arts-seksuoloog NVVS, Academisch Medisch Centrum

Trachelectomie voor kleine IB
De incidentie van cervixcarcinoom op jongere, d.w.z. fertiele leeftijd, neemt de laatste jaren eerder toe dan af. Gelukkig wordt de meerderheid van de gevallen gediagnosticeerd in een vroeg, curatief te behandelen, stadium. Deze epidemiologische ontwikkelingen maken dat er behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot meer beperkte en aangepaste chirurgische benadering die zo mogelijk de fertiliteit intact laat.

Auteur: Dr. R.H.M. Verheijen, gynaecoloog, Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit


Effecten van stress op baring
Als een wild paard in partu een wolf in de omgeving opmerkt, dan stopt de bevalling, om 1 of 2 dagen later in veilige omgeving door te zetten. Diergeneeskunde studenten kunnen dagen  lang een à terme drachtige merrie observeren, maar deze bevalt bij voorkeur op een moment dat deze studenten net even pauzeren in een andere ruimte.

Auteur: Prof. dr. G.H.A. Visser, gynaecoloog, Academisch Ziekenhuis Utrecht


(Foetale) stress durante partu en de kwaliteit van navelstrengbloed voor transplantatie doeleinden.

Hematopoietische stamcellen (HSC) zijn de voorlopers van alle circulerende bloed cellen. Naast de rode cellen en bloedplaatjes zijn ook de witte bloedcellen, zoals weefselmacrofagen en lymphoïde cellen afkomstig van dezelfde voorlopers. HSC aanwezig in onder meer het beenmerg worden gekenmerkt door een bepaald "cellulair differentiatie" (CD) antigeen op de celmembraan, het CD34+ antigeen.

Auteur:
Dr Sicco Scherjon, afdeling Verloskunde Leids Universitair Medisch Centrum

Risicoberekening van foetale chromosoomafwijkingen - wel of niet screening?
De geschiedenis van het alpha-foetoproteine (AFP) testen voert terug tot de begin jaren 70 in Groot Britannie. Neuraal buisdefecten komen aldaar voor bij 5 tot 7 per 1000 zwangerschappen. Aanvankelijk was het aantonen van verhoogde AFP waarden alleen in het vruchtwater in het tweede trimester van de zwangerschap mogelijk.

Auteur: Dr. J.M.G van Vugt, gynaecoloog, AZVU Amsterdam

Power Point presentatie

Uw mening is belangrijk voor ons !

Forum:

Uit uw mening, voeg een artikel toe, stel een vraag of kaart een onderwerp aan.

 

terug