![]() |
|
Alternatieve genezers van nu en ongewenste kinderloosheid |
| C.N.M. Renckens, vrouwenarts Westfries Gasthuis te Hoorn |
|
Inleiding
Dit boek verscheen in 2000 bij uitgeverij Prometheus te
Amsterdam (ISBN 90 5333 916 7) Alternatieve genezers van nu en ongewenste kinderloosheid Het
probleem van de kinderloosheid is door de medische wetenschap nog
allerminst opgelost en zo blijft er een markt voor andere benaderingen.
Een succesvolle medische oplossing voor bepaalde kwalen maakt
namelijk meestal direct een afdoend einde aan de alternatieve claims in
die richting.
Je hoort bijna geen homeopaat meer over appendicitis,
longontsteking of cholera, terwijl dat vroeger tot hun 'indicatiegebied'
behoorde.
En hoewel de geneeskunde in de afgelopen decennia ook
aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt op het gebied van de behandeling
van onvruchtbaarheid (operaties, later geneesmiddelen ter bevordering
van eisprong, kunstmatige inseminatie en recentelijk IVF,
reageerbuisbevruchting), lijkt het probleem in kwantitatieve zin eerder
toe dan af te nemen. Dat hangt vooral in ons land samen met het toenemen
van de leeftijd waarop men aan kinderen 'begint'.
In samenhang daarmee ontbreekt het de kinderloze paren steeds
meer aan geduld, dat vroeger gemakkelijker werd opgebracht en soms werd
beloond.
Die tijd ontbreekt thans vaak en men zoekt hulp. Onvruchtbaarheid
vormt dus tegenwoordig een grote 'markt' en hoewel cijfers over
alternatieve behandeling van vruchtbaarheidsproblemen ontbreken, lijkt
het wel zeker dat een niet onaanzienlijk aantal paren zich op die wijze
laat (mee) behandelen.
Dat blijkt ook wel uit het feit dat Alfred Vogel (die net als
Pinkham tot op zeer hoge leeftijd - en daarna? - doorging met het
schrijven van wijze stukjes in zijn Gezondheidsnieuws) in zijn
reclameblaadje regelmatig artsen aan het woord laat die de zegeningen
van diverse alternatieve methoden mogen bezingen, waaronder vooral ook
A. Vogels Ovaria siccata D3. In de uitgave van november 1994 van dat
Vogelblaadje komt de natuurarts S. van der Veen uit Roden aan het woord.
'Ik kies meestal eerst voor sepia (inktvis) of pulsatilla
(wildemanskruid), als het orgaangerichte Ovaria siccata D3 niet werkt.
Als de patiënt na een halfjaar nog niet zwanger is dan begin ik
ook met acupunctuur. Hierbij zijn de energiebanen van eierstokken en
baarmoeder vooral te vinden in de niermeridiaan.' Enzovoort. Ook
het feit dat de Nieuwsbrief van de patiëntenvereniging voor
vruchtbaarheidsproblematiek Freya
in de aflevering van maart 1996,
op verzoek van veel leden, uitgebreid aandacht besteedde aan
alternatieve geneeswijzen, wijst in dezelfde richting.
Het artikel gaf een zakelijke beschrijving van de diverse
kwakzalverijen die in dit kader thans worden toegepast, zoals de
klassieke homeopathie, de acupunctuur en de paranormale geneeswijze.
Ten behoeve van echtparen die een voorliefde voor die laatste
benadering hebben, wordt gesteld dat deze therapie vooral kans zou
bieden bij zaad van slechte kwaliteit, problemen met het
baarmoederslijmvlies, uitblijven van de ovulatie en onbegrepen
onvruchtbaarheid.
Geadviseerd werd in zee te gaan met therapeuten die zijn
aangesloten bij de SOOP (Stichting Opleiding en Onderzoek Paranormaal
Begaafden), die namelijk ook zo'n goede tuchtregeling hebben. Het
artikel was up-to-date, want het vermeldde ook de kosmobiologische
vruchtbaarheidsregeling, een methode die pas in november 1995 in ons
land zou zijn geïntroduceerd en waarmee op basis van astrologische
gegevens de 'tweede eisprong' van de vrouw kan worden vastgesteld!
Helaas vermeldt het artikel, dat inhoudelijk zeker correct is en
met gepaste distantie al die methoden beschrijft, aan het slot een
aantal nuttige telefoonnummers' van clubs, die als regelrechte
kwakzalversclans moeten worden beschouwd: ANG, IDAG, SOOP, NFPG, Tweede
Eisprong, VNT, NVKH en ZHONG.
De laatste drie clubs vertegenwoordigen respectievelijk
natuurgeneeskundige therapeuten, klassiek homeopaten en - als ware het
een onomatopee! - de Chinese naaldvakken. Ook
de orthomoleculaire kwakzalvers hebben zich met graagte op deze markt
geworpen.
Ze maakten daarvoor reclame op een wijze die zelfs door de
'zelfzorgsector' (drogisten) als stuitend werd beschreven.
Het wondermiddel dat van een zeventigjarige onvruchtbare man weer
een wonder van vitaliteit maakte, bij wie zelfs Picasso's viriliteit
leek te verbleken, was Q10. Zijn
jeugdige echtgenote, die blijkens het verhaal in Swing inmiddels een
gezonde zoon baarde, gebruikte het middel ook.
En wat bleek?
Geen tandvleesproblemen meer en sinds zij Bio-Quinon Q10
gebruikt, zitten ook 'haar tanden, die vroeger een beetje los zaten,
weer muurvast!' Na deze wat laatdunkende woorden over nutteloze
behandelwijzen misstaat het niet om nog eens kritisch naar de prestaties
van de reguliere vruchtbaarheidsbehandeling te kijken.
Daarbij moet zonder meer worden toegegeven dat een deel van de
vooruitgang op dat gebied ook is geboekt door het schrappen van
waardeloze en soms jarenlang toegepaste methoden.
Operaties waarbij de 'gekantelde' baarmoeder werd rechtgezet,
behandeling van zaadproblemen met hormonen, vitamines en andere
medicamenten als Clomid en Nolvadex, operatieve behandeling van
onzichtbare spataderen in het mannelijk scrotum (de 'subklinische
varicocèle'), hormonale therapie van endometriose - deze zijn allemaal
zeer veelvuldig toegepast en inmiddels als nutteloos herkend. Meer
dan vroeger wordt ook bij vruchtbaarheidsbehandeling gekeken naar de
beschikbaarheid van goede wetenschappelijke gegevens, en de kwaliteit
van wetenschappelijke artikelen wordt steeds kritischer onder de loep
genomen.
Dat is met name ook van belang bij de - soms onder de druk van
invloedrijke en ongeduldige patiëntenorganisaties - wel erg snelle
introductie van nieuwe methoden.
De overheid stimuleert adequate beoordeling van nieuwe
behandelmethoden (in goed Nederlands TechnologyAssessment
geheten) krachtig en de Ziekenfondsraad beheert het Fonds
Ontwikkelingsgeneeskunde, dat speciaal voor dit doel in het leven is
geroepen.
Artsen die zich met IVF bezighouden, dienden bij dit fonds een
verzoek in om de introductie van de ICSI (een verfijning van de IVF,
waarbij zwakke zaadcellen rechtstreeks in de eicel worden ingespoten)
ook te laten begeleiden en financieren (veel verzekeraars betalen het
niet, terwijl de methode voor sommige echtparen de enige kans biedt) in
het kader van ontwikkelingsgeneeskundig onderzoek.
Helaas werd het onderzoeksvoorstel tot nog toe steeds weer
afgewezen, waarmee de kans op een Nederlandse bijdrage aan de
waardebepaling van deze veelbelovende methode aanzienlijk is afgenomen.
Natuurlijk beschikt het Fonds over onvoldoende financiële
middelen om alle ingediende onderzoeksvoorstellen te honoreren, maar dat
excuus gaat hier niet op, omdat in 1995 bekend werd dat de Nederlandse
Artsen Acupuncturisten Vereniging uit datzelfde Fonds een subsidie van
maar liefst 2,5 miljoen gulden ontving om samen met het
Dijkzigtziekenhuis, nota bene de bakermat van de Nederlandse IVF, een
onderzoek te gaan doen naar de werkzaamheid van acupunctuur bij de
tennisarm.
Alsof men een tennisarm zou kunnen genezen door hier en daar wat
naaldjes te steken in die patiënten!
Misschien moet Freya daarover maar eens een paar parlementariërs
bespringen.
Dat geld kan toch waarachtig wel beter besteed worden. Geraadpleegde
literatuur Eric
Jameson, The Natural History of
Quackery, Londen 1961 (hoofdstuk 6: 'James Graham - Masterquack'). B.Lunenfeld,
'Infertility Throughout the Ages'. In:
Pioneers in In Vitro
Fertilization, NewYork, 1995. C.N.
van de Poll, 'Iets over kwakzalvers en volksgeneeskunst'.
In: Gedenkboek 1880-1905
van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, Dordrecht, 1906.
James
HarveyYoung, Arnerican Health
Quackery, Princeton, 1992. Renckens is sinds 1988 voorzitter van de |



