europa nederland, women's health, obstetrics, gynecology, infertility, pregnancy, hysterectomy, fibroids, and more




Print this page

OBGYN.net Advertisement
RAPPORT

RAPPORT ‘PRENATALE SCREENING’

EEN BREEKIJZER IN DE VERLOSKUNDIGE ZORG?

(met toestemming overgenomen uit Medisch Contact 15 juni 2001)

Jan van Lith

SAMENVATTING

  • De verloskundige zorg staat onder druk door een toegenomen vraag en een verminderend aanbod.
  • Reorganisatie van verloskundige zorg gebaseerd op een rationele benadering, is wenselijk.
  • Door de hoge werkdruk kan deze reorganisatie niet of zeer moeizaam tot stand gebracht worden.
  • Het rapport ‘Prenatale Screening’ van de Gezondheidsraad pleit voor middelen om counseling van zwangeren mogelijk te maken. Hierdoor kan implementatie van het advies van de Gezondheidsraad een belangrijke rol vervullen om een aanvang te maken met een rationalisatie van verloskundige zorg.

De verloskundige zorg staat onder druk. De vraag naar verloskundige zorg is toegenomen (meer partus), het aanbod is verminderd (minder hulpverleners). De vraag in absolute zin laat zich niet of slechts in geringe mate beďnvloeden. Het beďnvloeden van het aanbod is zeer wel mogelijk, echter niet op de korte termijn. Een toekomstscenario moet aandacht schenken aan een veranderend concept van verloskundige zorg. Het rapport ‘Prenatale Screening’ van de Gezondheidsraad kan hierin een belangrijke rol vervullen.
De problemen in de eerstelijns verloskundige zorg hebben, na veel moeite, uiteindelijk de aandacht van de politiek getrokken. De honorering is verhoogd en het aantal opleidingsplaatsen tot verloskundige wordt uitgebreid. Effect hiervan is over enige jaren te verwachten. In verschillende regio’s neemt de betrokkenheid van huisartsen bij verloskundige zorg af. Hierdoor neemt de druk op verloskundigen verder toe. Er worden noodvoorzieningen getroffen om de eerstelijns verloskundige zorg in stand te houden door onder andere een beroep te doen op de tweedelijns verloskundige zorg. De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) is gestart met een initiatief om verloskundigen te steunen door districtsbureaus op te zetten. Het effect hiervan zal eveneens nog enige tijd op zich laten wachten.

Lokale initiatieven

Het aanbod van tweedelijns verloskundige zorg is niet toegenomen maar komt langzaam toch ook meer onder druk te staan door personele problematiek met name bij de verpleegkundigen, maar ook bij in de tweede lijn werkzame verloskundigen, arts-assistenten en gynaecologen. Er worden lokaal allerlei initiatieven genomen om met name verpleegkundigen te werven en te behouden.
Een ander praktisch probleem is de beperkte beschikbaarheid van couveuses voor de opvang van pasgeborenen, enerzijds wederom door personele problematiek, anderzijds ook het beperkte bedden aantal. Dit betreft vooral de ‘gewone’ couveuse capaciteit en in mindere mate de intensive-carecapaciteit. Deze laatste capaciteit wordt inmiddels uitgebreid, met eveneens mogelijkheden tot high care faciliteiten in grotere ziekenhuizen. Dit zal de druk van de ‘gewone’ couveuse opvang niet dramatisch doen afnemen.
In sommige regio's worden verloskundige samenwerkingsverbanden, waarin transmuraal alle bij de verloskundige zorg betrokken hulpverleners samenwerken, opgezet tot verbetering van de kwaliteit van de verloskundige zorg. Inmiddels neemt het aantal verloskundige samenwerkingsverbanden toe, echter ongetwijfeld ook vanuit een kwantitatieve gedachte: vanwege de hoge werkdruk moet de zorg efficiënter.

Counceling

De attitude van de zwangere en haar partner is inmiddels veranderd. De kennis bij de cliënt is toegenomen en zeker ook het verwachtingspatroon. Dit heeft als direct gevolg dat de verloskundige zorg intensiever is geworden. Het is niet meer uitsluitend ‘bloeddruk meten, hartje horen’. De cliënten verwachten voorlichting over zwangerschap, bevalling en kraambed. Wat staat ze te wachten? Wat kan wel, wat kan niet? Hoe zit het met gezondheidsrisico’s voor moeder en kind? De zwangerschap zelf is veel minder vanzelfsprekend geworden, hetgeen het verwachtingspatroon van de cliënt beďnvloedt. De zorgverlener heeft hierop beperkt ingespeeld. Er is voorlichtingsmateriaal en er worden vaak informatiebijeenkomsten georganiseerd, echter op de verloskundige zorg heeft de veranderde vraag weinig invloed gehad.
De zich tot zijn kerntaken terugtrekkende specialist, zoals Merkus de trendsettende gynaecoloog portretteert, is nog toekomstmuziek. Ik steun hem overigens van harte in zijn pleidooi. Hetzelfde pleidooi kan gehouden worden voor de verloskundige. Dit zou betekenen dat ook anderen, zoals verpleegkundigen of doktersassistenten, delen van de verloskundige zorg voor hun rekening gaan nemen. Op die manier kunnen de verloskundige, de huisarts en de gynaecoloog zich beperken tot dat waarvoor ze zijn opgeleid. Zij blijven natuurlijk wel verantwoordelijk.

Andere invulling
 

Daarnaast kan de verloskundige zorg op een andere manier worden ingevuld. Heringa geeft in zijn proefschrift aan dat de derdelijns zorg met zes tot acht controles kan volstaan in plaats van de gebruikelijke tien tot veertien. (3) Of dit voor de eerste lijn ook geldt is niet onderzocht, maar het ligt wel in de lijn der verwachting. De bespaarde tijd kan worden geďnvesteerd in de overgebleven controles. Hierdoor komt ruimte vrij voor counseling.
In mijn ogen zou naast een aantal strikt medische controles een uitgebreid counseling gesprek vroeg, halverwege en laat in de zwangerschap moeten plaatsvinden. Tijdens het eerste gesprek kan aandacht gegeven worden aan de vorm (wel of geen medische indicatie) en invulling (gang van zaken bij controles etc.) van verloskundige zorg, leef- en gedragsmaatregelen en specifieke onderzoeken (prenatale diagnostiek). De counseling halverwege dient vooral betrekking te hebben op de partus en de late counseling op het kraambed en de periode daarna. Voor deze gesprekken moet ruim voldoende tijd genomen worden, bijvoorbeeld twintig tot dertig minuten. De andere controles kunnen vlotter, bijvoorbeeld in tien minuten.
Bovendien dient de zwangere de centraal te staan en niet de eerste of de tweede lijn. Dit betekent een transmurale benadering van de verloskundige zorg, waarbij de nadruk blijft liggen op de fysiologische benadering. Deze benadering kan gezien worden als een rationalisatie van zorg.

Kansbepalende testen 

Het rapport ‘Prenatale Screening’ van de Gezondheidsraad geeft een advies aan de Minister van Volksgezondheid op haar vragen over methodologische, psychologische, ethische en juridische aspecten van diverse vormen van prenatale screening op Downsyndroom en neurale-buisdefecten en van routinematig echoscopisch onderzoek in de zwangerschap.
Zeer kort samengevat is het advies dat het aanbod van prenatale screening op Downsyndroom door kansbepalende testen (maternale serum screening, nekplooimeting) een dermate beter alternatief voor de bestaande leeftijdsscreening is, dat invoering ervan niet langer moet worden uitgesteld. Aan de door de commissie gestelde voorwaarden, ook ten aanzien van informed consent, moet wel worden voldaan. Onder dezelfde voorwaarden vindt de commissie ook invoering van prenatale screening op neuralebuisdefecten gewenst. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de invoering van routinematig echoscopisch onderzoek in de zwangerschap ondersteunt, anders dan voor gebruik bij de kansbepalende screening op Downsyndroom en neurale-buisdefecten.
Het rapport heeft 214 pagina’s en een bijlage met een uitgebreide doelmatigheidsanalyse; het lezen is aan te bevelen. Belangrijke voorwaarden voor invoering zijn een landelijke evaluatiecommissie met als opdracht monitoring van alle programma’s voor screening op Downsyndroom en neurale-buisdefecten en die een landelijke registratiesysteem moet opzetten van alle gegevens over het proces en de uitkomst van de screening, die voor een permanente evaluatie relevant zijn.
Het doel van de prenatale screening is het geven van informatie aan zwangeren en partners, zodat zij zelf een keuze kunnen maken of ze al dan niet gebruikmaken van het screeningsaanbod. De commissie constateert dat een belangrijk knelpunt is gelegen in het extra tijdsbeslag voor verloskundige hulpverleners in de eerste- en tweede lijn. Om de kwaliteit van counseling te garanderen zijn na- en bijscholingsprogramma’s nodig.

Revolutie

Dit laatste, geven van informatie en tijdsbeslag, sluit aan bij de eerder beschreven problematiek. Een reorganisatie van verloskundige zorg zal niet makkelijk zijn. Met goede argumenten zal de zwangere te overtuigen zijn van de noodzaak tot verandering; door de toegenomen tijd voor informatieverstrekking zal de tevredenheid van de consument toenemen.
Voor de verloskundige hulpverlener is dit een grotere revolutie. Oude rituelen moeten worden verlaten en een moderne variant verloskundige zorg geďntroduceerd Dit veranderingsproces zal moeizaam verlopen. Juist in deze tijd waarin de verloskundige zorg slechts met moeite haar hoofd boven water weet te houden zal geen enkele verloskundige hulpverlener zitten te wachten op dit soort processen.
Als het aanbod van prenatale screening op Downsyndroom en neurale-buisdefecten wordt geďmplementeerd komen middelen vrij om in de praktijk daadwerkelijk met de reorganisatie van verloskundige zorg te starten. Immers het aanbod moet aan alle zwangeren worden gedaan. Dus een counselinggesprek moet vroeg in de zwangerschap plaatsvinden en hiervoor zijn dan middelen aanwezig. Dit betekent dat invoering van prenatale screening als een breekijzer gebruikt kan worden om de verloskundige zorg te vernieuwen.
  

Referenties
1. Gezondheidsraad: Prenatale screening: Down syndroom, neuralebuisdefecten, routineechoscope. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001; publicatie nr 2001/11

2. Merkus JMWM. Een breed specialisme. Med Contact 2001; 56: 750-2.

3. Heringa M. Computer ondersteunde screening in de prenatale zorg. Proefschrift Groningen, 1998.

    

Rapport Gezondheidsraad te downloaden als PDF   (590 KB)

  


Correspondentieadres:
Dr. J.M.M. van Lith
Verloskunde
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis
Postbus 95500
1090 HM Amsterdam
Email: j.m.m.vanlith@olvg.nl

HOME