|
Oratie Prof. Dr H.A.M. Brölmann 28 maart 2003 in de VU te Amsterdam Van kijkbuis naar doebuis; de ontwikkeling van de endoscopische chirurgie
in de gynaecologie Mijnheer de rector magnificus, geachte toehoorders, De bedoeling van het zogenaamde 'keisnijden' was het verwijderen van een steen uit het hoofd van een patiënt met vermeende krankzinnigheid. Rondreizende kwakzalvers verrichtten deze ingreep naast breuk- en staarsteken publiekelijk op marktplaatsen. Op het schilderij van Jan Sanders van Hemessen, dat rond 1500 werd geschilderd en dat ik in het Prado museum in Madrid heb mogen bekijken, is te zien hoe de steen al gedeeltelijk uit het hoofd is bevrijd.
De operateur geniet zichtbaar van zijn vorderingen en de eerder
verwijderde stenen hangen als primitieve getuigschriften van zijn kundigheid aan
een touw. Ook de indicatiestelling van de volgende patiënt, rechts afgebeeld op
de knieën laat weinig te wensen over. Het betreft hier overigens een spotprent
uit het begin van de renaissance, waarop de goedgelovigheid van de cliëntele
aan de kaak werd gesteld. Want in werkelijkheid werd er niets verwijderd. Bij
deze indrukwekkende schijnoperatie, waarbij het soms tot werkelijke
schedelboringen kwam, werd optimaal gebruik gemaakt van het placebo-effect. Een
placebo-effect is een werkzaamheid van voorbijgaande aard die na een
schijnbehandeling kan optreden. Bij geneesmiddelenonderzoek worden
nep-geneesmiddelen gegeven om vast te stellen of de gevonden werkzaamheid van
het echte geneesmiddel niet op een placebo-effect zou kunnen berusten. Hoe
indrukwekkender een behandeling, hoe meer kans op een dergelijk effect 1.
Vandaar, dat ook na chirurgische behandeling een placebo-effect is aangetoond.
Bij een placebo-of schijnoperatie denkt de patiënt, dat er een operatie is
uitgevoerd, maar dit is niet het geval. Om deze suggestie te wekken wordt er dan
een snede in de huid gemaakt. Hoe staat het met de wetenschappelijke bewijskracht in de chirurgische disciplines? In 1996 werd door Horton een onderzoek gepubliceerd in de Lancet. 2 In 9 chirurgische tijdschriften classificeerde hij 215 artikelen naar bewijskracht. Slechts in 7% van de artikelen betrof het een gerandomiseerd onderzoek. Voor het overige waren het dierenexperimenteel onderzoek, casuïstiek en series patiënten. Om te zien hoe deze verdeling voor endoscopische tijdschriften is en of deze is veranderd in de tijd, deed ik een soortgelijk onderzoek met publicaties op het gebied van de gynaecologische endoscopie en vergeleek de resultaten met artikelen in andere medisch wetenschappelijke tijdschriften.
Indien men over de periode 1994 tot en met 2002 de 723 artikelen met een abstract uit een gynaecologisch-endoscopisch tijdschrift (JAAGL), classificeert, dan zijn er 51 artikelen gebaseerd op gerandomiseerde onderzoek - dat is nog steeds 7 % -- en 61 op observationeel onderzoek, waarbij twee of meer methoden werden vergeleken - dat is 8 %. Maar het overgrote deel van de publicaties (65 %) berustte op casuïstiek of series zonder controlepatiënten. (dia 4)
Globaal gezien doen zich in de artikelen tussen 1994 en 2002 geen grote
veranderingen voor met betrekking tot de verdeling van bewijskracht. Met enig
optimisme wordt in het laatste jaar het aantal beschrijvingen van
operatietechnieken en het aantal niet-vergelijkende series enigszins
teruggedrongen ten gunste van vergelijkend onderzoek.
in de chirurgische tijdschriften maakt het aandeel gerandomiseerd onderzoek
ongeveer 10 % uit van het totaal. In de American Journal of Obstetrics and
Gynaecology, een toonaangevend gynaecologisch tijdschrift is er een groter
aandeel gerandomiseerde studies (45 %), behalve waar (zie de rechter balk) het
de chirurgische artikelen betreft. Dan zijn er slechts 20 % gerandomiseerde
onderzoeken. In de algemene medische tijdschriften, zoals het British Medical
Journal en de New England Journal of Medicine overweegt het gerandomiseerde
onderzoek, maar wordt bij hoge uitzondering chirurgisch onderzoek gepubliceerd. Ik wil u een voorbeeld geven van de wetenschappelijke levensloop van een nieuwe operatietechniek die na de lancering in relatief korte tijd met succes is ingevoerd: de midurethrale slingprocedure, beter bekend als de TVT, een operatieve behandeling van stress incontinentie voor urine bij de vrouw. In november 1993 stuurden Ulmsten en Petros hun eerste beschrijving van de midurethrale sling procedure naar een wetenschappelijk tijdschrift. Het werd in het eerste nummer in 1995 geplaatst. In Medline werden vanaf 1995 121 artikelen over de TVT gevonden in toenemende aantallen per jaar. Tot en met 2000 werden alleen series patiënten gerapporteerd.
In het jaar 2001 werden er één en in 2002 vier gerandomiseerde onderzoeken
gerapporteerd. Slechts in twee van de in totaal vijf gerandomiseerde onderzoeken
werd de TVT met de standaard behandeling tot die tijd, de operatie volgens Burch
vergeleken. Ook in het jaar 2002 is het aantal series zonder vergelijkende
ingreep nog ruim 60 %. Het gerandomiseerd onderzoek van Hilton wordt als
doorslaggevend beschouwd in de vaststelling van de voorkeursbehandeling. 4 In
mei 1998 werd met de recrutie van de patiënten voor zijn onderzoek begonnen.
Zeven jaar na de eerste publicatie over de TVT bleek deze even werkzaam, maar
minder belastend dan de conventionele operatie. Er was nu een duidelijke
aanbeveling mogelijk; ogenschijnlijk laat na 7 jaar, maar toch blijkt de TVT een
gunstige uitzondering, want van de meeste gangbare operatietechnieken ontbrak
vóór invoering een deugdelijk wetenschappelijk bewijs.
Verleden, heden en toekomst Dit brengt mij op de geschiedenis van de endoscopie, die een noodzakelijke basis biedt voor een beschrijving van het heden en een blik op de toekomst.
De 'Lichtleiter' die in 1805 door Bozzini werd beschreven wordt algemeen beschouwd als de eerste endoscoop. De endoscopist die keek door een buisje werd bijgelicht door een kaars in een holle spiegel. Hij keek daarmee in de plasbuis. (dia 11) Pas een halve eeuw later ontwierp Desormeaux een endoscoop met een kerosinelamp en spiegels. Deze gebruikte hij om in de blaas te kijken (afb. rechts). Erg veel heeft hij vermoedelijk niet gezien. De kijkbuis was open, zodat de blaas volstrekt leeg moest zijn en het betrof hier dus contact-endoscopie, waarbij maar een beperkt deel van de blaaswand kon worden geïnspecteerd.
De ontwikkeling van een lenssyteem door Nitze (rechts) in 1877 was een grote stap voorwaarts, omdat de kijkbuis nu eindstandig kon worden afgesloten en de gevulde blaas bovendien onder vergroting kon worden geïnspecteerd. De gloeilamp, enkele jaren later uitgevonden door Edison, maakte de lichtbron van open vuur overbodig. Laparoscopie
Hiermee was de weg vrij voor de eerste laparoscopie (kijken in de buikholte)
De uitgebreidere laparoscopische chirurgie kon zijn intrede doen door de ontwikkeling van technieken die een goede bloedstelping mogelijk maakten: de (endo)coagulatie en de laparoscopische hechting. Semm stelde, dat van alle gynaecologische laparotomieën 70% vervangen zou kunnen worden door de laparoscopische benadering. In Nederland was IJzerman, hier rechts op de dia, (Semm en IJjzerman) als gynaecoloog werkzaam in Eindhoven, pionier van de laparoscopische chirurgie.
De buitenbaarmoederlijke zwangerschap
Binnen maatschappen waren de geesten over deze kwestie sterk verdeeld.
De transformatie van kijkbuis naar doebuis stond hier als chirurgisch principe
ter discussie. Menigeen verdedigde de conventionele Pfannenstielincisie (ook wel
bikinisnede genoemd) te vuur en te zwaard als een gelijkwaardig alternatief.
Voor de mindere rekenaars telde hierbij mee, dat de drie incisies bij
laparoscopie tesamen de lengte zouden opleveren van een gemiddelde
Pfannestielincisie. Sommigen hielden de laparoscopische chirurgie voor een
modegril, anderen spraken schande van een onnodig groot litteken door een
laparotomie De laparoscopisch geassisteerde vaginale uterusextirpatie Bij klachten, zoals menstruatiestoornissen, kan in sommige gevallen en in
overleg met patiënte worden geadviseerd de baarmoeder te verwijderen. De
operatie kan via de schede (vaginaal) worden uitgevoerd, via de buik
(abdominaal) of laparoscopisch. In het laatste geval wordt de baarmoeder nadat
ze laparoscopisch uit haar omgeving is losgemaakt via de schede verwijderd. De
laparoscopische baarmoederverwijdering werd in 1989 voor het eerst door Harry
Reich beschreven. Gelet op de moeilijkheidsgraad van de ingreep, werd ze door
velen gezien als een hoogtepunt van chirurgische acrobatiek, maar zonder directe
consequenties voor de praktijk. Oncologie (leer van kwaadaardige gezwellen) Laparoscopie verwerft zich in toenemende mate een plaats in de oncologische gynaecologie. De voordelen van de laparoscopische evaluatie bij patiënten met een gynaecologische maligniteit worden thans onderkend.
Het bleek dat in bijna alle gevallen de poortwachterklieren konden worden geïdentificeerd en dat histologisch (vriescoupe) onderzoek van deze klieren alle patiënten met lymfkliermetastasen kon aanwijzen. In het kader van het onderzoek werd, indien laparotomie volgde tot nu toe aansluitend een complete laparoscopische lymfklier-verwijdering uitgevoerd met het beoordelen van eventueel achtergebleven klieren.
Aldus kon worden aangetoond dat met deze minimaal invasieve benadering
90% van alle lymfklieren kon worden verwijderd en dat de
poortwachterklierdetectie een betrouwbare manier is om lymfklieruitzaaiingen uit
te sluiten. De toepassing van deze laparoscopische techniek betekent een
aanzienlijke vermindering van morbiditeit. Patiënten bij wie laparoscopisch
lymfkliermetastasen worden aangetoond, wordt immers een laparotomie met radicale
uterusextirpatie bespaard, omdat zij protocollair voor chemoradiatie in
aanmerking komen. Voorheen konden we dit pas vaststellen nadat de grote radicale
ingreep al had plaatsgevonden. Nu kunnen we beginnen met een veel minder
ingrijpende diagnostische operatie.
Toekomstige ontwikkelingen in de laparoscopische chirurgie De verderen ontwikkeling van de laparoscopische chirurgie is er op gericht de tekortkomingen te elimineren en de mogelijkheden beter te benutten. Zo is de ergonomie van de laparoscopische operatie, zeker als deze langer duurt, verre van optimaal. In 1984 moest een ingreep niet te lang duren om voor de handliggende locomotoire redenen.
De robot heeft overigens geen enkele autonomie, want de operateur,
ontspannen gezeten in een console, bedient camera en instrumenten. Hij ziet een
driedimensionaal beeld en heeft meer bewegingsvrijheid omdat de instrumenten in
de buik een extra draaigewricht hebben. En u ziet, dat de straks wonderbaarlijk
verschijnende operatiezuster ook na intrede van de robot niet overbodig wordt.
Het kost wat, maar je hebt er ook wat voor. Een ingenieuze Nederlandse vinding, die zijn weg naar de
consument nog moet vinden, maakt het met behulp van lichtgeleidende glasvezels
mogelijk de consistentie van het weefsel in het handvat van het laparoscopisch
instrument te voelen. De opleiding en nascholing van de gynaecoloog-chirurg Het is een feit, dat er steeds meer verschillende ingrepen bijkomen, die de
gynaecoloog moet beheersen. Daarnaast is bekend uit gegevens van Prismant, de
vroegere landelijke medische registratie van ziekenhuisgegevens, dat in
Nederland het aantal grote gynaecologische ingrepen afneemt in de tijd. Dit werd
door mij met Heineman en Vervest gepubliceerd in de British Journal of
Obstetrics and Gynaecology over de jaren negentig, maar de trend lijkt zich ook
in het nieuwe millennium door te zetten Combinatie van deze gegevens met de Nivel-cijfers over het aantal
gynaecologen, levert op dat er in het jaar 2010 nog slechts ± 40 grote
gynaecologische operaties per gynaecoloog per jaar te verrichten zijn. Dat is
aanmerkelijk minder dan 1 per week en hieruit moet ook de gehele
assistentenopleiding gevoed worden. Slot Mijnheer de Rector, geachte toehoorders, Tenslotte wil ik nog een enkele opmerking maken over mijn overgang naar de academie. Na vanaf 1975, eerst als AGNIO, later in opleiding en tenslotte als gynaecoloog, in een perifere setting de gynaecologie te hebben beoefend, heb ik gekozen voor een groter structureel aandeel van onderwijs en wetenschap. Ik geniet vanaf september jongstleden iedere dag van deze keuze: de atmosfeer van intellectuele creativiteit en ruimte voor reflectie, diepgang en kennisoverdracht. Voor hen die daarvoor kiezen is het werk in de academie veelzijdig en aantrekkelijk. Niettemin blijkt het toenemend moeilijk te zijn en niet alleen in de gynaecologie, jonge collegae aan te trekken binnen een universitair medisch centrum. Mogelijk speelt hier een verschil in honorering tussen de academie en de vrijgevestigde periferie een rol. Maar ook kiezen jonge collegae ondanks een duidelijk academische profiel voor een plaats in de periferie, omdat zij zich niet in staat achten het vak, waarvoor ze zijn opgeleid in de academie te beoefenen. Dit is een gevolg van een krimpende tweedelijns zorg (lees: gewone ziekenhuiszorg) binnen het universitair medisch centrum als gevolg van een toename van de derde lijns zorg (bijzondere functies). Het belang voor een universitair medisch centrum om ook de tweedelijns zorg te leveren, mag niet worden onderschat. Niet alleen om aantrekkelijk te blijven voor jonge collegae, maar ook om stage-onderwijs aan studenten mogelijk te maken en voldoende opleidingsmomenten te creëren voor assistent-geneeskundigen in opleiding. Tenslotte moet ook de tweedelijns zorg zich vernieuwen en wetenschappelijk worden getoetst. De - overwegend tweedelijns - endoscopische chirurgie is hier een voorbeeld van. Ook hierin moet de academie een rol kunnen vervullen. Intensieve samenwerking met naburige algemene ziekenhuizen, zoals het VUmc zich in het kader van de netwerkvorming heeft voorgenomen, kan in de leemte van tweede-lijns zorg voorzien. Er ontstaat dan één universitair medisch centrum met een locatie voor tweede en een locatie voor derdelijns zorg. Maar we moeten er voor waken, dat we de oude schoenen te snel van de hand te doen, terwijl de nieuwe nog niet passen. Aan het eind van mijn rede wil ik enkele woorden van dank uitspreken: Allereerst wil ik het bestuur van de Vereniging voor Christelijk wetenschappelijk Onderwijs en het College van Bestuur danken voor het in mij gestelde vertrouwen. De Raad van Bestuur van het Vrije Universiteit medisch centrum, dank ik voor het instellen van een strategische leerstoel 'gynaecologie, in het bijzonder de endoscopische chirurgie'. In het voorafgaande hoop ik inzichtelijk te hebben gemaakt, dat de endoscopie een ontwikkeling is, die ook universitair volop de aandacht verdient. Hooggeleerde Peter Kenemans en Hooggeleerde Herman van Geijn hebben het initiatief genomen voor deze leerstoel en daar ben ik hen dankbaar voor. Kenmerken van de door hen geleide afdeling Verloskunde & Gynaecologie, waar ik nog maar kort werkzaam ben, zijn visie, zorgvuldigheid, collegialiteit en humor, kortom een voedingsbodem voor kwaliteit. Moge dit altijd zo blijven. Wijlen hooggeleerde Joop Barentsen ben ik dankbaar voor de enthousiasmerende wijze waarop hij mijn eerste schreden op het pad der wetenschap heeft begeleid. Mijn fascinatie voor onderzoek is nooit meer overgegaan. Dierbare ex-maten in het Máxima Medisch Centrum, locatie Veldhoven, zeergeleerde Maarten Wiegerinck, zeergeleerde Nelleke van Binsbergen, bijna zeergeleerde Marlies Bongers, zeergeleerde Gérard Bremer, zeergeleerde Guid Oei , Edith ten Broeke en zeergeleerde Leon Mulders. Door jullie intellectuele generositeit en de vrije ruimte tot ontplooiing, is het beste in mij boven gekomen. Veel dank hiervoor, die natuurlijk ook uitgaat naar de oude ex-maten, de zeergeleerde Jan Meuwissen en Watze Snethlage. Hans Bal, veel te vroeg gestorven, zou ongetwijfeld genoegen hebben beleefd aan mijn intrede in deze universiteit, waar hij zelf was opgeleid. Mijn collegae van de afdeling verloskunde & Gynaecologie hebben mij als vreemdeling liefderijk opgenomen en uit de wind gehouden, in een tijd, dat ik nog niet in staat was mijn eigen pieper op te nemen en 's nachts verdwaalde op zoek naar een slaapplaats in de Meander. Zeergeleerde Paul van Kesteren wil ik apart noemen, de eerste fellow gynaecologische endoscopie en tevens endoscopische evenknie, die voor mij de omslachtige toegang tot de elektronische tijdschriften ontsloot. Alle genoten gastvrijheid zal zeker vruchten afwerpen. Hooggeleerde Miguel Cuesta. Bedankt voor de warme ontvangst in de endoscopische groep van de VU. Ze deed mij er onmiddellijk thuis voelen en geeft me de verwachting, dat we van de endoscopie in de VU heel wat kunnen maken. Dames en heren assistenten, zowel uit het Máxima Medisch Centrum als uit de VU. Graag wil ik jullie danken voor de bekende voorgehouden spiegel, die er voor heeft gezorgd, dat mijn zelfbeeld blijft kloppen met de werkelijkheid. Jullie worden allemaal geweldige gynaecologen. Zeergeleerde Ben-Willem Mol wil ik in het bijzonder noemen, omdat ik tenminste evenveel van hem geleerd heb als andersom. Mijn collega-gynaecologen uit het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis dank ik voor de goede samenwerking en de gelegenheid die zij bieden van de schaarse Amsterdamse operatiekamer-capaciteit gebruik te maken. Mijn dankbaarheid geldt in het bijzonder Andreas Thurkow, met wie ik er - in vriendschappelijkheid en met onverzettelijk optimisme - niet tegen opzie hier en daar nog wat muren te slechten. Hij bevestigt, dat je met endoscopisch kokerzien, weldegelijk het blikveld kunt verruimen. Het bestuur -- waar ik vele jaren deel van heb mogen uitmaken -- van de Werkgroep Gynaecologische Endoscopie en minimaal invasieve chirurgie (WGE) die ik samen met zeergeleerde Ad IJzerman, zeergeleerde Sjoerd de Blok en zeergeleerde Jan de Graaf heb opgericht, dank ik voor de steun die ik altijd heb mogen ontvangen. Deze eerste leerstoel gynaecologische endoscopie is een parel aan hun kroon. De Nederlandse Vereniging voor Endoscopische Chirurgie (NVEC) onder voorzitterschap van de hooggeleerde Jaap Bonjer, dank ik voor het in mij gestelde vertrouwen om mij als bestuurslid te benoemen. Verenigd door de starre scoop, zorgt het multidisciplinaire bestuur er voor, dat dit jonge aandachtsgebied de juiste aandacht krijgt. Recent werd een rapport uitgebracht, waaruit bleek, dat laparoscopisch instrumentarium vaak onder de maat was. Een zorgwekkende conclusie, die ongetwijfeld het begin van verbetering inluidt. Mijn familie ben ik veel dank verschuldigd. Mijn lieve ouders hebben me altijd gestimuleerd mijn talenten te ontwikkelen, maar mij - ook als het er wat minder van kwam - vooral hebben gesteund. Het is spijtig, dat ze deze feestelijke inauguratie niet meer kunnen meemaken. Lieve Kiek, mijn enige zus, je schreef, dat je mijn oratie met smaak, maar ook met volharding had gelezen. Hiervoor dank. Ik beschouw het als een groot genoegen, dat we weer dichter bij elkaar in de buurt wonen. Lieve Fleur en Jan, ik ben er trots op dat jullie mijn kinderen zijn. Mijn liefde is onvoorwaardelijk.
Lieve Mart, (dia 28) dat het ordinariaat soms bijzondere gevolgen heeft, toont dit etiket waar de extra titulatuur op de achternaam in mindering is gebracht. What 's in a name? Je bent de fundering van mijn leven. Dank voor je liefde en je steun. Ik heb gezegd literatuur 1. Beecher HK. Surgery as placebo. A quantitative study of bias. JAMA
1961;176:1102-7.
|









Nitze






