|
Pathofysiologie van endometriose
Endometriose
wordt gedefinieerd als het voorkomen van endometriumweefsel -
klierbuizen en stroma - buiten het cavum uteri. In de literatuur wordt
een relatie beschreven met chronische buikpijn, dysmenorrhoe,
dyspareunie en ook met subfertiliteit. De exacte aard van deze relatie
echter, alsmede de pathogenese van de ziekte endometriose, is nog niet
opgehelderd. Er zijn aanwijzingen dat endometriose een fysiologisch
verschijnsel is dat, mits er zeer minutieus naar wordt gezocht, kan
worden aangetroffen bij iedere vrouw in de fertiele levensfase. We
zouden in voorkomende gevallen dan ook onderscheid moeten maken tussen
deze fysiologische, asymptomatische (of presymptomatische?)
vorm, en de ziekte
endometriose met invasie in de omgeving, met reactieve adhesievorming in
het kleine bekken, met endometrioma-vorming in de ovaria, en met metastasen
op afstand.
Epidemiologie
en demografie
De incidentie van endometriose is niet precies bekend, omdat de diagnose alleen door invasief onderzoek (per laparoscopie) te stellen is.
Prospectieve studies tonen prevalentiecijfers (bij laparascopie) van 40
tot 50%, ongeacht het feit of de reden tot de laparoscopie verminderde
vruchtbaarheid was, of buikpijn, of sterilisatiewens, hoewel sommige sterilisatiestudies een iets
geringere prevalentie tonen (waarschijnlijk omdat veel vrouwen de pil
gebruikten waardoor de endometrioseonderdrukt werd). In de gynaecologie
is bij 10 tot 25% van de chirurgische ingrepen wegens pijn endometriose
de oorzaak.
Pathogenese
Iedere
vrouw verliest bij iedere menstruatie fragmenten afgestoten endometrium en
bloed, niet alleen antegraad maar ook retrograad. Gewoonlijk wordt deze
menstruele terugvloed via de eileiders opgeruimd door in de buikholte
aanwezige witte bloedcellen, met name macrofagen. Bij sommige vrouwen
echter is de hoeveelheid terugvloed dermate groot, of de peritoneale
opruimcapaciteit zo beperkt, dat endometriumfragmenten erin slagen in te
nestelen in de peritoneumbekleding van de buikwand en van de organen in
het kleine bekken, om daar uit te groeien tot endometriose. Dit geldt met
name voor de hedendaagse vrouw, die haar eerste zwangerschap lang
uitstelt, slechts één of tweemaal zwanger wordt, en niet of niet lang
borstvoeding geeft. Dit leidt ertoe dat een vrouw in de reproductieve fase
van haar leven tegenwoordig zo'n 450 maal menstrueert, in tegenstelling
tot haar lotgenote in het stenen tijdperk, die slechts 40 menstruaties in
haar hele leven had en bijna constant in een toestand van (fysiologische)
amenorroe verkeerde ten gevolge van zwangerschap of (langdurige) lactatie.
Er zijn aanwijzingen dat endometriose ontstaat in de vorm van tientallen
onzichtbare, microscopische haardjes op het peritoneum en dat deze
vervolgens langzaam groeien totdat een volume van ongeveer een miljoen
cellen is bereikt. Voor verdere groei is vaatvoorziening nodig, aangezien
het weefselvolume dan te groot is om via diffusie vanuit de omgeving
voldoende nutriënten en zuurstof op te nemen. De lesies kunnen op dat
moment angiogenese induceren om, als zij eenmaal op het vaatnet zijn
aangesloten, hun groei te hervatten en zich te ontwikkelen tot zichtbare,
eerst kleurloze, later rode, en weer later blauwbruine lesies. In sommige
gevallen blijkt zo'n lesie agressief. Invasie in de extracellulaire matrix
van het onderliggend weefsel kan het gevolg zijn. Treedt dit op in het
ovarium dan kan de vorming van endometriomen het gevolg zijn, komt het
voor in de blaas of het rectum dan volgt cyclisch bloedverlies per anum,
respectievelijk haematurie. Hoe meer weefseldestructie, hoe meer
ischemische en necrotische schade, des te meer adhesievorming, ook met
omgevende organen. Endometriose kan, hoewel het te boek staat als een
benigne afwijking, metastaseren. Verspreiding via lymfe- of bloedvaten
naar bijvoorbeeld de thorax of de huid is beschreven. Sommigen
veronderstellen dat endometriumfragmenten zich ook via de lokale
lymfebanen van de uterus naar het kleine bekken kunnen verspreiden, om
daar ectopisch te gaan groeien. Anderen veronderstellen dat
mesotheelcellen in het peritoneum via metaplasie in endometrioselesies
kunnen veranderen. Een stimulus hiervoor is echter niet bekend.
Endometriose en pijn
Endometriose en pijn zijn twee onlosmakelijk met elkaar verbonden
entiteiten. Drie vormen van pijn onder in de buik worden vaak bij patiënten
met endometriose aangetroffen: dysmenorroe, dyspareunie en chronische
buikpijn (tabel 1). De frequentie waarmee en de mate waarin deze klachten
bij endometriosepatiënten worden aangetroffen verschillen van studie tot
studie, maar over het algemeen zijn frequenties als die in tabel 1 staan
weergegeven representatief voor de bevindingen in een algemene
gynaecologische praktijk.
TABEL
1:
Frequentie van voorkomen van de voornaamste klachten bij patiënten
met laparoscopisch aangetoonde endometriose.
| Klacht |
Frequentie van voorkomen |
| Pijn |
80% |
| dysmenorroe |
75% |
| chronische buikpijn |
45% |
| dyspareunie |
35% |
| dysurie |
1% |
| dyschezie |
1% |
| subfertiliteit |
40% |
| cyclisch bloedverlies per annum, per urinam |
0,2% |
Het is zonder twijfel de chronische buikpijn (met periodieke exacerbaties)
die de meeste ellende veroorzaakt voor endometriosepatiënten. Immers, het
is niet alleen de pijn als zodanig, maar vooral ook het chronische
karakter dat op den duur tot ernstige gevolgen leidt op psychologisch,
sociaal en emotioneel gebied. De pijn kan iemands
persoonlijkheidsstructuur ernstig aantasten en relaties te gronde richten.
Patiënten met endometriose hebben een karakteristieke wijze van het
presenteren van hun pijnklachten. Zij zitten meestal met een zorgelijke
blik enigszins voorovergebogen voor U en wrijven, gevraagd naar de
lokalisatie van de pijn, over een onbestemd gebied midden onder in de buik
tussen symfyse en navel, vaag uitlopend naar opzij. Het komt bijna nooit
voor dat zij de plaats van de pijn exact met één vinger kunnen
aanduiden. Meestal gebruiken zij de hele, vlakke hand. De aard van de pijn
wordt omschreven als constant, zeurend, drukkend, diep, vervelend, zwaar.
Deze kenmerken, de vage lokalisatie en het diepe, zeurende karakter van de
pijn, zijn typisch voor viscerale pijn. Zij kan uitstralen naar de rug en
de bovenbenen. Vaak is de pijn zo langzaam progressief dat het maanden of
zelfs jaren kan duren voor de patiënt zich met haar klacht tot haar
huisarts wendt. Tot die tijd hebben warme kruiken en grote hoeveelheden
pijnstillers vaak soelaas kunnen bieden. Ten tijde van het bezoek aan de
arts bestaan er vaak reeds periodes van langdurig arbeidsverzuim, vele
doorwaakte nachten en verstoorde seksuele relaties.
Het
is niet altijd eenvoudig bij een patiënt een duidelijke relatie tussen
de gevonden afwijkingen en de pijn aan te tonen. Het is bekend dat -
soms zeer uitgebreide - endometriose vaak een toevalsbevinding is bij
symptoomloze patiënten bij wie om andere redenen (bijvoorbeeld
sterilisatie) een laparoscopie wordt verricht. Anderzijds wordt soms
slechts minimale endometriose aangetroffen bij patiënten met ernstige
dysmenorroe, dyspareunie en chronische buikpijn. Grote onderzoeken,
zowel met verbale 'rating scales' als met 'visual analogue scales',
konden dan ook geen relatie tussen de uitgebreidheid en de lokalisatie
van endometriose en de ernst van de pijn vaststellen, met uitzondering
van het feit dat de diepte van invasie van endometriose in het
onderliggend weefsel gecorreleerd blijkt aan de ernst van de
pijnklachten. Er zijn drie redenen waarom endometriose pijn kan
veroorzaken: 1) Vroege peritoneale endometrioselesies kunnen lokaal een
inflammatoire reactie bewerkstelligen die via chemische prikkels
(histamines, kinines, prostaglandines) pijn veroorzaakt; 2) Diep
infiltrerende endometriose kan tot rechtstreekse zenuwprikkeling leiden
maar kan ook via kapselspanning ten gevolge van bloedingen in een
afgesloten ruimte (het mee-menstrueren van de lesie) pijn
veroorzaken; 3) Weefselinvasie en -destructie door endometriose kunnen
rechtstreeks leiden tot pijn (ischemie, necrose), maar ook via fibrose
en adhesievorming, waardoor intestina en andere buikorganen secundair
bij het proces betrokken kunnen raken. Pijn kan daarnaast het gevolg
zijn van partiële occlusie van darm of urinewegen. Een door
endometriose in retroversie gefixeerde uterus en endometriose van het
septum rectovaginale zijn vaak reden tot ernstige dyspareunie.
Endometriose
en subfertiliteit
Endometriose en subfertiliteit zijn twee veel minder duidelijk met
elkaar verbonden entiteiten. De relatie tussen endometriose en
(sub)fertiliteit is omstreden. Deze is bij herhaling besproken tijdens
het infertiliteitsdeel van de Doelen congressen, en in dit kader
wordt verwezen naar eerdere proceedings.
|