|
|||
|
Chirurgische interventie bij gestoorde geslachtsdifferentiatie |
|
|
| Prof. dr. F.B. Lammes, gynaecoloog
|
|||
|
De gynaecoloog zal in het algemeen hoogstens betrokken zijn bij de chirurgische interventie en deze niet zelf uitvoeren. Meestal zal het ook geheel van zijn initiatief afhangen of hij er überhaupt bij ingeschakeld wordt, alhoewel er voor de verdere begeleiding van sexuologische problemen toch op hem/haar een beroep zal worden gedaan. Zijn aanwezigheid bij de ingreep is niet alleen gewenst om te assisteren, maar ook om vanuit zijn eigen ervaring in het perineale gebied de plastisch chirurg te adviseren. De
kennis die hijzelf daarbij op doet, komt
hem weer van pas bij chirurgische interventies van andere
gynaecologische problematiek, zoals de strictuur na een prolapsplastiek of
de ernstige verlittekening van een episiotomie. De
anatomische afwijking van de genitalia externa is afhankelijk van de aard
en van de sterkte van het androgeen, van de duur en vooral ook van de
embryonale periode waarin het androgeen zijn invloed heeft kunnen
uitoefenen. Zo is er geen standaard beeld maar zal men allerlei stadia of
liever variaties van masculinisatie kunnen aantreffen. [i] De chirurgische interventie is te verdelen in drie groepen -1- De verkleining van de vergrote clitoris. -2- De introitus-plastiek om de vagina functioneel toegankelijk te maken. -3- De verwijdering van overtollige structuren,zoals dysgenetische gonaden. Dit
laatste aspect wordt in dit
korte overzicht niet uitgewerkt. Ad
-1- De verkleining van de
clitoris. Nog niet lang geleden werd volstaan met amputatie van het te grote zichtbare gedeelte[ii]. Weliswaar scheen deze amputatie weinig consequenties te hebben voor de orgasme beleving maar het resterende stompje kon toch praktische problemen op leveren, bijvoorbeeld in geval van zwemkleding. Er zijn nu veel betere technieken waarbij een groot gedeelte van de schacht van de clitoris wordt verwijderd, nadat de dorsale zenuw- en vaat bundel is vrijgeprepareerd. De glans kan zo behouden worden en de overtollig geworden huid kan gebruikt worden voor een plastiek van de labia minora[iii]. Het, te ruime, praeputium moet worden ingekort om te komen tot een echte clitoris capuchon waarbij gezorgd kan worden dat de glans niet te prominent zichtbaar is. Deze ingreep kan het best zo vroeg mogelijk worden uitgevoerd. De minuscule anatomie vormt voor een ervaren pediatrisch plastisch chirurg geen probleem. [Dia's worden getoond van een dergelijke reconstructie door G.J.Sonneveld, Dijkzigt Rotterdam] Als het kind thuis komt, hoeft er voor de ouders geen zorg meer te bestaan over eventueel zichtbare mannelijke anatomie en er hoeft niets uitgelegd te worden aan familie of kennissen. De behandeling en de hormonale regulering van de meestal aanwezige congenitale bijnier hyperplasie(CAH) maakt toch ook al, dat het kind enige tijd na de geboorte in de kliniek zal verblijven. Ad
-2- Het toegankelijk maken van de introïtus De fout die snel wordt gemaakt is de gedachte dat volstaan kan worden met een eenvoudige verwijdingplastiek door een mediane incisie om daarna het sneevlak dwars te sluiten.Vrijwel altijd is er een brede wal achter de gefuseerde labia, waarbij de ingang tot de vagina zelf sterk naar binnen is verplaatst.. Soms is de Sinus Urogenitalis zo sterk gemasculiniseerd dat de vagina uitmondt in de achterwand van de urethra net distaal van de blaashals. De vagina zelf is echter normaal van diepte, maar men moet een speciale plastiek aanleggen om de introitus goed , voldoende breed en ook soepel toegankelijk te maken. Bij
de geringe vormen kan men volstaan met
het maken van een pudendus-zwaailap (zie fig1) De mediane incisie
van het verhoogde en sterk verdikte perineum vormt tegelijkertijd de
zijrand van de flap die gesneden wordt in de richting van de lies. Na
goede diepe mobilisatie kan de flap naar mediaal worden geroteerd en
verbonden worden met de ingang van de vagina. Een andere mogelijkheid is
een omgekeerde hoefijzervormige incisie in het perineum, gevolgd door
mobilisatie van een perineum flap. Losgemaakt kan deze in verbinding
worden getrokken met de vagina
introitus. ( de zgn.
"cut-back plasty")[iv](fig
2) De pudendusflap geeft echter een bredere en soepele introïtus en is ook heel goed bruikbaar bij episiotomie verlittekening of na een rigoureus uitgevoerde achterwand plastiek. Bij
ernstige afwijkingen zal de vagina achterwand eerst worden losgemaakt
zodat deze naar buiten kan worden getrokken( ge-exterioriseerd). Men noemt
dit ook wel de
"pull-through vagninoplasty". De klieving van de brede perineale
wal kan soms pas veilig geschieden als de toegang vanuit de urethra met
een scoop is gevisualiseerd. Niet
iedereen is het erover eens of deze tweede procedure, de
introitusplastiek, ook zo vroeg na de geboorte moet plaats vinden. De
noodzaak is nog niet aanwezig en ook niet zichtbaar. Er is veel voor te
zeggen om deze ingreep te verschuiven naar een tijdstip waarbij
het meisje zelf
betrokken kan worden met de postoperatieve zorg, de anatomie beter
zichtbaar is en de weefsels goed ge-oestrogeniseerd zijn.[v]
Voorstanders om te wachten tot laat in de adolescentie als het probleem
metterdaad voor het meisje
duidelijk wordt, vindt men niet veel meer. De postoperatieve begeleiding
van het meisje zal men meestal te samen willen doen met een klinisch
psychologe die ervaring heeft met deze problematiek[vi] [i]
Breech LL, Laufer MR Developmental abnormalities of the female
reproductive tract. Current opinion in
Obstetrics and Gynaecology 1999, 11:441-450 [ii]
Keith Edmonds K. Dewhurst's practical paediatric and adolescent
gynaecology. 2nd ed. Butterworths
London 1989 3 Hardy Hendren W. Surgical approach to intersex problems. Seminars
in Pediatric Surger1998;7: 8 - 18 [iv]
Azziz R,Mulaika RM et al. Congenital
adrenal hyperplasia: long term results following vaginal
reconstruction. Fert Ster
1986;46:1011-1014 [v]
Schober J. Early feminizing genitoplasty or watchful watching. J
pediatr AdolescGynecol 1998;11: 154-156 |
|||