Hoeveel vrouwen krijgen
opvliegers?
Kun je opvliegers hebben als je
nog regelmatig menstrueert?
Wat lijkt bedrieglijk veel op
een opvlieger?
Krijgt iedere vrouw ermee te
maken (culturele verschillen)?
Hoe kun je opvliegers objectief
meten?
Hoe lang kun je nog last hebben
van opvliegers?
Opvlieger (synoniem flush, hot flush, hot flash)
De opvlieger is een plotselinge uiting van vasomotore instabiliteit waardoor perifere vasodilatatie en een toename van de hartfrequentie ontstaat met als gevolg een verhoging van de temperatuur in de huid.
De temperatuurverhoging wordt vooral gevoeld in het gezicht en in de nek met een uitbreiding naar de borst.
Opvliegers kunnen overdag en ’s nachts voorkomen.
Hoeveel vrouwen krijgen opvliegers?
80% van alle vrouwen in Nederland krijgt te
maken met opvliegers.
De hoogste incidentie wordt gezien bij een
amenorroe van
6-12 maanden.
1 op de 3 vrouwen ervaart de opvliegers als erg
hinderlijk. De meeste vrouwen vinden het een
normaal verschijnsel dat bij de overgang hoort.
Vasomotorische klachten.
Kleding: Synthetische
vezels nemen maar moeizaam vocht op en ventileren slecht.
Katoen, zijde en wol absorberen wel goed. Wol is bovendien van zichzelf een
goede temperatuurregelaar.
Het dragen van enkele dunne kledingstukken over
elkaar geeft de mogelijkheid om wat uit te
doen bij warmte-aanvallen. Ook voor nachtkleding geldt dat synthetisch materiaal
minder prettig is.
Beddegoed: katoenen lakens en wollen dekens zijn comfortabeler dan een synthetisch dekbed.
Matig gebruik van alcohol: (3-6 glazen per week) bevordert de perifere aromatisering van androgenen waardoor de oestronspiegel in het bloed stijgt; oestradiolspiegels lopen daar mee in de pas. Enerzijds geeft dit wat hogere oestrogeenspiegels (gunstig), anderzijds geeft dit weer meer schommelingen in de bloedspiegels (ongunstig).
Roken: gaat gepaard met een versneld metabolisme van oestrogenen. Rokende vrouwen hebben daardoor meer opvliegingen. Dit geldt in het bijzonder voor vrouwen met een laag gewicht (Quetelet Index <24).
Referenties: [Ale1992] , [Gav1992] , [Sch1994a] up
Kun je opvliegers hebben als je nog regelmatig menstrueert?
Opvliegers kunnen al voorkomen bij vrouwen die nog regelmatig menstrueren.
Men moet echter bedacht zijn op andere oorzaken die tot “opvliegers” aanleiding geven.
het premenstrueel syndroom
Paniekaanvallen
differentiaal diagnose van
opvliegers
Referenties: [Hahn1998a] , [Vand1999a] up
Wat lijkt bedrieglijk veel op een opvlieger?
Paniekaanvallen
Bijwerkingen van geneesmiddelen:
- vaatverwijders, calciumantagonisten, tamoxifen, opiaten
Alcoholgebruik:
- vooral tezamen met geneesmiddelen
Voedingsadditiva:
- nitriet, sulfiet, rode peper, chinese kruiden
Hyperthyreoidie
Ziekten met tevens andere symptomen:
- carcinoid, phaeochromocytoom, mastocytose
Screening
interview angst/depressie
Referenties: [Moh1997] , [Hahn1998b] , [Vand1999b] up
Krijgt iedere vrouw ermee te maken (culturele verschillen)?
Culturele verschillen in voorkomen van opvliegers
In Japan rapporteren vrouwen veel minder vaak
last te hebben van opvliegers dan in
Europa en de USA.
Bij de Maya’s in Yukatan komen volgens
sommigen opvliegers niet voor. Recent echter
blijkt dit toch bij 35% het geval te zijn.
De verschillen zijn wellicht toe te schrijven
aan andere voedingsgewoonten.
Culturele verschillen in beleven van opvliegers
De beleving van overgangsklachten wordt mede
bepaald door de verwachtingen van de toekomst.
In een cultuur waar oudere vrouwen een hoge
maatschappelijke status hebben, wordt de overgang positief begroet.
In sommige streken wordt geloofd dat opvliegers
nodig zijn om snel de overgang door te gaan en
om chronische ziekten te voorkomen. In die streken
is juist het ontbreken van opvliegers negatief.
Referenties: [Loc1988] , [Bey1986] , [Can1998] , [Ric1997]
Opvliegingen en aanvallen van sterk zweten behoren tot de meest typische en karakteristieke verschijnselen van de overgang.
Ze worden ook wel aangeduid als “vasomotore” verschijnselen omdat ze veroorzaakt worden door vasodilatatie en -constrictie die op hun beurt weer berusten op een ontregeling van het warmtereguleringscentrum in de hypothalamus.
Noradrenaline, serotonine, dopamine en endorphinen spelen daarbij een rol. Deze neurotransmitters worden op vele manieren beïnvloed, onder meer door oestrogenen.
Oestrogenen remmen onder meer de
activiteit van noradrenaline producerende cellen.
Minder oestrogenen geeft een hyperactiviteit van deze cellen. De toegenomen
noradrenalinespiegel verstoort het warmtecentrum in de hypothalamus.
De meest gangbare hypothese over het ontstaan van
opvliegers was dat de centrale
lichaamsthermostaat door subtiele veranderingen in de neurotransmitter spiegels,
ongeveer 0,4
C
lager werd afgesteld, waardoor het lichaam warmte moet afvoeren.
Voorafgaande aan de opvlieger
zouden er geen veranderingen in de lichaamstemperatuur
zijn, maar recente observaties wijzen op een geringe verhoging
van de centrale lichaamstemperatuur met 0,06
C
onder invloed van een gestegen
noradrenalinespiegel.
Door nieuwe onderzoeken met gevoelige centrale temperatuurmeting (door inslikken van een thermo-capsule) is een nieuwe theorie geformuleerd: de veranderde nul-zone.
Door de verlaging van de thermostaat is de
lichaamstemperatuur te hoog en zal er warmte
afgevoerd moeten worden.
Vasodilatatie in de huid en transpireren zijn
beproefde mechanismen voor het afvoeren van te
hoge temperatuur.
De centrale temperatuur gaat ten gevolge van
deze warmteafgifte dalen en komt in
overeenstemming met de thermostaat. Noradrenaline, serotonine, dopamine
en endorphinen spelen daarbij een rol. Deze neurotransmitters worden
op vele manieren beinvloed, onder meer door oestrogenen.
Langzaam gaat daarna de lichaamstemperatuur
weer terug naar het oorspronkelijke niveau.
Tegelijk met de veranderingen in het
thermo-centrum in de area preoptica vindt
onder invloed van dezelfde veranderingen in de spiegel van neurotransmitters
een stimulatie plaats van de GnRh productie in de nucleus
arcuatus.
een opvlieger gaat dan ook gepaard met een
gelijktijdige uitstoot van LH uit de hypophyse.
Er is een subjectieve gewaarwording van het begin van de flush. De vrouw wordt wakker voor de flush begint.
Nul-zone
Binnen de nul-zone kan de lichaamstemperatuur schommelen zonder reacties. Stijgt de temperatuur hierboven dan gaat men zweten, daalt de temperatuur eronder dan gaat men bibberen.
Bij vrouwen met opvliegers
Vrouwen met opvliegers hebben een veel smallere tot afwezige nul-zone. Iedere keer dat de lichaamstemperatuur iets stijgt (koffie, inspanning) wordt een opvlieger uitgelokt.
De nul-zone wordt smaller bij stijgende cerebrale noradrenaline spiegels. Oestrogeen onttrekking doet de noradrenaline spiegel toenemen. Oestrogeen suppletie doet de noradrenaline spiegel dalen.
Met het geven van oestrogenen wordt de nul-zone herstelt.
Clonidine is een noradrenaline antagonist.
Referenties: [Tata1980a] , [Leus1994] , [Lom1991] , [Loma1993] , [Free1998] , [Freedman1996] , [Freedman1998] , [Freedman1999] , [Freedman2000] , [Freedman2002] , [Zarate2000] up
Hoe kun je opvliegers objectief meten?
Een objectief criterium voor een opvlieger is
een toename van de geleiding van de huid over
het sternum.
Tijdens een opvlieger veroorzaakt de toename
van de vochtigheid van de huid een daling van
de weerstand en een betere stroom-geleiding.
Dit is te meten door een zwakke wisselstroom te
zetten op 2 electroden op het sternum (standaard
4 cm van elkaar ).
Referenties: [Fre1989] , [Fre1992] , [DeB1996] up
Er is geen duidelijk risicoprofiel op te stellen voor vrouwen die wel of niet opvliegers zullen krijgen en in welke mate. Maar onder vrouwen met flinke opvliegers worden significant meer vrouwen gezien met:
een voorgeschiedenis van PMS-klachten;
een moeder, die veel last had van opvliegers.
Ook vrouwen die roken hebben vaker opvliegers vooral als zij ook een laag lichaamsgewicht hebben.
Referenties: [Gut1996] , [Sta1998a] , [Sch1994b] up
Hoe lang kun je nog last hebben van opvliegers?
een kleine minderheid van de vrouwen heeft
helemaal geen opvliegers
82% van de vrouwen in de overgang heeft langer
dan 1 jaar opvliegers
50% van de vrouwen in de overgang heeft langer
dan 2 jaar opvliegers
26% van de vrouwen heeft langer dan 5 jaar
opvliegers
10% van de vrouwen heeft langer dan 10 jaar
opvliegers
Deze gegevens zijn ontleend aan transversaal onderzoek.
Recent
is voor het eerst een longitudinaal onderzoek gepubliceerd waarbij een groot
aantal vrouwen in de loop der tijd wordt gevolgd. Aan vijf groepen vrouwen, van
respectievelijk 38, 46, 50, 54 en 60 jaar oud bij het begin van de studie, werd
gevraagd of zij opvliegers hadden. Deze vraag werd opnieuw gesteld 6 en 12 jaar
later. Dat levert een patroon zoals in de figuur weergegeven is.
Iedere vrouw komt dus driemaal in de resultaten voor. Het patroon stemt heel goed overeen met de resultaten uit eerder transversaal onderzoek. De meeste vrouwen met opvliegers zijn 50-54 jaar oud. Op die leeftijd heeft 50-65% opvliegers. Maar ook op 38-jarige leeftijd blijkt ruim 10% opvliegers te ervaren en bijna eenzelfde percentage (9%) nog op 72 jarige leeftijd. Dit is de eerste publicatie die een zo hoog aantal vrouwen met opvliegers op zo hoge leeftijd registreert
Referenties: [Old1993a] , [McK1974b] [Rodstrom2002] up