Urogenitale klachten
Door het verminderen van oestrogene invloed op de vagina ontstaat atrofie. Atrofie van het oppervlakte epitheel is daarvan het meest opvallende en ook gemakkelijkst waarneembare verschijnsel. Niet alleen aan het oppervlak maar ook in het omgevende en ondersteunende weefsel ontstaan uitgebreide veranderingen zoals een vermindering van het collageengehalte van het bindweefsel en een verminderde bloedvoorziening. Epitheelatrofie gaat derhalve vaak gepaard met verslapping van de omgevende weefsels.
Atrofie
van het vagina epitheel
Klachten
door atrofie van de vagina
Atrofie
van de lage urinewegen
Relatie
atrofie van vagina en urineweginfecties
Atrofie van het vagina epitheel
Door het ontbreken van een adequate oestrogeenspiegel na de menopauze wordt het epitheel van de vagina dunner en ook de doorbloeding van de vaginawand neemt af.
Omdat daardoor ook het beschikbare glycogeen in het epitheel afneemt en het aantal lactobacillen vermindert, stijgt de pH in de vagina (van ongeveer 4.5 tot 5.5-6.8 en soms nog hoger). Hierdoor wordt de vagina gevoeliger voor infecties. Deze veranderingen treden vaak al vroeg na de menopauze op.
Klachten door atrofie van de vagina
27% van de vrouwen tussen 50 en 75 jaar heeft klachten van vaginale atrofie.
- Ontstekingen: Een verbetering van de conditie van het epitheel en het herstel van de normale vaginale flora zijn een voorwaarde voor een adequate behandeling van vaginale infecties.
- Kwetsbaarheid van het vagina-epitheel: het vagina-epitheel kan makkelijk gaan bloeden bij aanraken (postmenopauzaal bloedverlies).
- Droogheid en dyspareunie: Vaginale droogheid wordt aangegeven door 17% van de Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 50-75 jaar en pijn bij de coītus door 9%.
| Prevalentie van mictie klachten bij 1761 vrouwen van 50-75 jaar | ||
| Prevalentie | waarvan veel hinder | |
| Vaginale droogte | 17% | 35% |
| Pruritis | 11% | 37% |
| Afscheidingspijn | 9% | 47% |
| Dyspareunie | 9% | 33% |
| Totaal | 27% | |
Atrofie van de lage urinewegen
Oestrogeenreceptoren zijn aangetoond in het epitheel van zowel de vagina als de urethra. Beide organen zijn anatomisch nauw verwant en delen dezelfde gemeenschappelijke embryologische oorsprong. Atrofie van het epitheel van de vagina en van de urethra gaan hand in hand.
Ook veranderingen in de bindweefselstructuur, de vaatvoorziening en het spierweefsel rond blaasbodem en urethra als gevolg van de oestrogeenderving spelen een rol bij de symptomatologie.
| Prevalentie van mictie klachten bij 1761 vrouwen van 50-75 jaar | ||
| Prevalentie | waarvan veel hinder | |
| Dysurie | 6% | 36% |
| Pollakisurie | 11% | 42% |
| Frequentie | 17% | 40% |
| Incontinentie | 25% | 49% |
| Urineweginfectie | 8% | 19% |
| Totaal | 36% | |
Atrofie van epitheel en incontinentie voor urine.
Begin van urine incontinentie en menopauze.
Bovenstaande figuur suggereert een samenhang tussen het ontstaan van incontinentie voor urine met de menopauze. Longitudinaal onderzoek heeft een dergelijk verband echter niet kunnen aantonen.
Referenties: [Miod1998] , [VanG1992] , [VanG1996c] , [Reke1992] , [Sherburn2001] up
Relatie atrofie van vagina en urineweginfecties
Vaginale flora na de menopauze.
Verbetering van het vaginale milieu door oestrogenen geeft een significante vermindering van het aantal urineweginfecties.