Oestrogenen

Oestrogenen zijn hormonen met een steroïde-structuur. Er zijn echter ook stoffen zonder steroïde-structuur met oestrogene activiteit.

Oestrogenen zijn volgens de klassieke omschrijving stoffen die de groei van de uterus bij prepubertale ratten stimuleren en het vagina-epitheel van muizen doen verhoornen. Er zijn echter ook stoffen die binden aan de oestrogeenreceptor en in sommige cellen oestrogene activiteit bewerkstelligen en niettemin deze klassieke eigenschappen ontberen.

 Steroïde-structuur

 Classificatie van oestrogenen

 Biosynthese van de klassieke oestrogenen

  Farmacokinetiek

 Toedieningswijzen van oestrogenen

Steroïde-structuur

PIC

Nomenclatuur van verschillende steroïde-skeletten.

PIC

up

Classificatie van oestrogenen




  Steroïden Niet-steroïden



Natuurlijk Oestradiol Fyto-oestrogenen
  Oestron Hartglycosiden
  Oestriol  
  Equine oestrogenen  
     
Niet-natuurlijk Ethinyloestradiol DES
  Mestranol  



 

up

Oestradiol

PIC
17-β oestradiol is het sterkst werkzame oestrogeen. Het bindt zowel aan de α-receptor als aan de β-receptor. Met de hydroxylgroep in de α positie ontstaat 17-α oestradiol. Dit oestrogeen heeft slechts weinig activiteit.

up

Oestron en oestriol

Oestradiol wordt door oxydatie op de 17-positie omgezet in oestron. Deze omzetting is reversibel. Hydroxylatie van oestradiol op positie 16 geeft oestriol. Deze omzetting is irreversibel.

PIC

Oestron heeft een 50-60% geringere oestrogene activiteit dan oestradiol. Oestriol is 90% zwakker.

up

Equine oestrogenen

PIC

De equine oestrogenen worden gevonden in urine van drachtige merries. Zij onderscheiden zich van oestron door 1 resp. 2 dubbele bindingen in de B-ring.

up

Synthetische oestrogenen

PIC

up

Bronnen van fyto-oestrogenen

Groepsnaam                 Actieve stof                  Bronnen





isoflavonen                genistein                   Soya  bonen

                          daidzein                    ertwen



                           biochanin A                bonen

                           formononetin                rode klaver





lignanen                    enterodiol                 fruit

                           enterolactone              groenten



                                                      granen







coumestanen                coumestrol                 Alfalfa-klaver



                                                      spruiten  van

                                                      soyabonen

De twee meest voorkomende en best bestudeerde fyto-oestrogenen zijn daidzein en genistein .

PIC

up

Biosynthese van de klassieke oestrogenen

PIC

Farmacokinetiek

Interconversie van oestradiol, oestron en oestronsulfaat in de normale menstruatiecyclus

 Oestradiol

                                      0,85



                      0,014

0,15      0,05                                         Oestronsulfaat



                     0,54



                                0,21

   Oestron

 0,85 betekent: 85% van het oestradiol wordt omgezet in oestronsulfaat.

 Oestronsulfaat is een niet actief oestrogeen.

 Betrokken enzymen bij de conversies: 17β-hydroxysteroïde dehydrogenase, sulfotransferasen en sulfatasen.

 De activiteit van de betrokken enzymen vertoont een grote interindividuele variatie.

Vorm waarin oestrogenen getransporteerd worden in serum





  SHBG Albumen Vrij




Oestradiol 37,3% 60,8% 1,8%
Oestron 16,3% 80,1% 3,6%
Oestriol 1,1% 90,7% 8,1%




 

Alleen vrij, niet gebonden oestrogeen heeft biologische activiteit.

Afbraak van oestradiol

PIC

Het metabolisme kan beïnvloed worden door onder meer de voeding. Bij kruisbloemige groenten zoals broccoli verschuift de balans meer naar de 2- en de 4- hydroxilatie en minder naar de 16-hydroxylatie. De verschillende metabolieten hebben verschillende oestrogene activiteit.

up

Toedieningswijzen van oestrogenen

 Oraal

 Transdermaal

   -  Pleister

   -  Gel

 Vaginaal

 Subcutaan

 Intranasaal

 Intramusculair

up

Orale oestrogenen

Voor orale toedieningen zijn in Nederland beschikbaar:

 gemicroniseerd oestradiol

 oestradiolvaleraat

 geconjugeerde equine oestrogenen

 oestriol

  ethinyloestradiol

First-pass metabolisme

 Gemicroniseerd oestradiol, oestradiolvaleraat en geconjugeerde oestrogenen worden goed geresorbeerd in de darm. Bij de passage door de darmmucosa en de lever worden de conjugaten gehydrolyseerd en wordt oestradiol vrijwel volledig omgezet in oestron en oestronsulfaat. Door dit first-pass metabolisme bereikt slechts een fractie van het toegediende oestradiol(valeraat) de grote circulatie.

 De verhouding oestradiol:oestron is hierdoor bij orale toediening 1:3 tot 1:6.

 De enzymen betrokken bij de omzetting van de diverse oestrogenen wisselen sterk in activiteit tussen verschillende individuen. Dit leidt tot grote interindividuele verschillen (factor 10) in bereikte bloedspiegels van oestradiol bij een zelfde orale dosering.

Oestrogenen en de lever

Oestrogenen langs orale weg toegediend stimuleren de productie van proteinen in de lever. Uitgaande van een zelfde gewichtsdosering (1 mg van de stof) vindt men de volgende effecten op SHBG en angiotensinogeen:




  SHBG angiotensinogeen



Oestradiol 1 1
Geconjugeerde
equine oestrogenen 3,2 5
Ethinyloestradiol 614 331



 

Een dosis van 0,625 mg geconjugeerde equine oestrogenen (CEE) induceert evenveel productie van angiotensinogeen als 3 mg oestradiol of 10 µg ethinyloestradiol.

Referenties: [Mashchak1982

Enterohepatische kringloop

 De oestrogenen die in de darm en in de lever geconjugeerd zijn (voornamelijk glucuronaten en sulfaten) worden grotendeels uitgescheiden via de gal. Door de darmflora worden deze oestrogeenconjugaten opnieuw gehydrolyseerd waardoor vrij oestron, equiline etc ontstaat, die opnieuw door de darmmucosa wordt geresorbeerd.

 Maaltijden hebben invloed op de galuitscheiding en daarmee ook op de recirculatie van oestrogenen.

 De enterohepatische kringloop verlengt de verblijfsduur van het oestrogeen in het lichaam en draagt in belangrijke mate bij aan het in stand houden van de bloedspiegels, maar ook aan de variabiliteit.

Factoren die de farmacokinetiek en daarmee de bloedspiegels van orale oestrogenen beïnvloeden:

 Genetische factoren bepalen in hoge mate de activiteit van de betrokken enzymen

 Het cytochroom P450 enzym is verantwoordelijk voor de 2-hydroxylatie van oestrogenen. Deze 2-hydroxylaten zijn biologisch minder actief

 De activiteit van het cytochroom P 450 enzym wordt versterkt door:

   -  Roken

   -  Rifampicine, phenytoine, carbamazepine, phenobarbital

   -  Sint-Janskruid

 Vezelrijke, vetarme maaltijden verminderen de enterohepatische kringloop

up
Oraal oestradiol (valeraat)

 Oraal toegediend oestradiol en oestradiolvaleraat wordt goed geresorbeerd en tijdens het first-pass metabolisme vrijwel volledig omgezet in oestron en oestronconjugaten.

 2-4 uur na inname van 2 mg oestradiol (valeraat) wordt de maximumconcentratie oestradiol bereikt van ongeveer 110 pg/ml (400 pmol/l). Na 18-20 uur is de uitgangswaarde weer bereikt.

 2 mg oraal oestradiol geeft een gemiddelde serumconcentratie oestradiol van 60-65 pg/ml (220-250 pmol/l) en 1 mg 40-50 pg/ml. Met oestradiolvaleraat is dit theoretisch iets minder (ook het valeraat draagt bij tot het gewicht), maar gezien de grote interindividuele variatie heeft dit geen practische betekenis.

 De 3-6 hogere oestron(sulfaat) concentratie wordt beschouwd als het reservoir waaruit steeds oestradiol wordt aangevoerd.

Referenties: [Yen1975, [Lobo1992, [Kuhl1990

Oraal oestradiol en opvliegers

PIC
Het typische verloop van aantal opvliegers met oestradiol en met placebo.

Referenties: [Coope1975

Oraal oestradiol en roken

PIC
Oestradiol spiegels (pmol/l) gedurende 3 jaar behandeling met 1 respectievelijk 2 mg oestradiol bij rooksters en niet-rooksters. De bloedspiegels zijn bij een zelfde dosering bij rooksters veel lager.

Referenties: [Bjarnason2000

Oraal oestradiol en lipiden  

Percentage verandering in lipidenspectrum bij toediening van 1 of 2 mg oestradiol.

PIC

Referenties: [Walsh1999

up

Geconjugeerde equine oestrogenen

 Geconjugeerde equine oestrogenen worden verkregen uit de urine van zwangere merries (pregnant mares). Aanvankelijk was gedacht dat er twee oestrogenen in het mengsel waren: oestron en equiline. Later bleken er tenminste 10 oestrogenen. Inmiddels zijn er nog veel meer oestrogenen aangetoond en ook androgenen en progestagenen.

 De voornaamste bestanddelen zijn:

   -  50% oestronsulfaat

   -  27% delta-8,9-dehydroestronsulfaat

   -  22% equiline

   -  1% oestradiol, equilenine en anderen

 De samenstelling van het mengsel van geconjugeerde equine oestrogenen naar de stand van zaken anno 2000:


Referenties: [Dey2000

Verschillen tussen Premarin® en Dagynil® volgens de bijsluiterteksten

 Premarin wordt verkregen uit de urine van drachtige merries en bevat natriumzouten van de wateroplosbare sulfaatesters van estron, equiline en 17a-dihydroëquiline, tezamen met kleinere hoeveelheden 17β-estradiol, equilenine, 17a-dihydroëquilenine, 17β-dihydroëquiline, 17β-dihydroëquilenine, 17β-estradiol en delta-8,9-dehydroestron.

 Dagynil bevat alle bekende in de urine van drachtige merries voorkomende oestrogenen (waaronder oestronsulfaat, equilinesulfaat, dihydroëquiline, oestradiolsulfaat, equileninesulfaat, dihydroëquilenine). De oestrogenen zijn synthetisch bereid.

Geconjugeerde equine oestrogenen

 1,25 mg geconjugeerde equine oestrogenen geeft een gemiddelde bloedspiegel van oestradiol van 30 pg/ml (110 pmol/l).

 De overige oestrogenen hebben echter ook een aanzienlijke oestrogene activiteit en worden niet gemeten bij een oestradiolbepaling. De activiteit van de equilinen is vergelijkbaar met de activiteit van oestron.

 Equiline wordt opgeslagen in vetweefsel. Drie maanden na staken van de therapie kan equiline nog aangetoond worden in serum.

 Er zijn (niet in Nederland) een groot aantal merken die geconjugeerde oestrogenen bevatten. Dit betreft meestal oestronsulfaat, dus niet het specifieke mengsel van Premarin.

Referenties: [Powers1985a, [Whittaker1980

De effectiviteit van enkele oestrogeenconjugaten voor vermindering van opvliegers

PIC

0,125 mg delta8,9-dehydroestron sulfaat geeft in dezelfde mate vermindering van opvliegers als 1,25 mg oestronsulfaat.

Referenties: [Baracat1999

up

Oraal oestriol

 Oestriol wordt goed geresorbeerd in de darm. Binnen een uur wordt de maximum serum concentratie bereikt. Binnen enkele uren is oestriol weer verdwenen bij een eenmalige dosering per dag.

 Er is een belangrijke bijdrage van de enterohepatische kringloop. Maaltijden zorgen er voor dat de verblijfsduur van oestriol in het lichaam aanzienlijk wordt verlengd.

 Oestriol wordt beschouwd als een zwak werkend oestrogeen, omdat de binding aan de receptor slechts zwak is en kort duurt. Echter met meerdere giften per dag of door continue bloedspiegels door meerdere maaltijden worden effecten op het endometrium waargenomen. Recent is gerapporteerd dat bij orale toediening van oestriol het risico op endometriumcarcinoom verhoogd is, na 5 jaar gebruik (hoewel niet in dezelfde mate als met oestradiol).

 In vaginaweefsel is een oestrogeenbindend eiwit gevonden met een hoge affiniteit voor oestriol. Dit verklaart het goede effect op vagina-epitheel met lage doseringen.

Referenties: [Englund1987, [Heimer1987, [Schiff1978, [Weiderpass1999a, [Bergink1984]  

Bloedspiegels van oestriol na orale toediening.

PIC

Referenties: [Englund1982]  

Oraal oestriol geeft op de lange duur toch endometriumhyperplasie en carcinoom. Dit risico is echter duidelijk kleiner dan bij oestradiol en geconjugeerde equine oestrogenen.








  Endometriumcarcinoom Atypische hyperplasie
  cases controls OR cases controls OR







Never use 534 2792 1,0 497 2792 1,0
             
Ever use 137 338 2,0 24 336 3,7
      (1,6-2,6)     (2,1-6,5)
Duration <5 y 86 247 1,7 10 247 2,2
      (1,3-2,3)     (1,0-4,6)
Duration >5 y 51 89 3,0 14 89 8,3
      (2.0-4,4)     (4,0-17,4)
Recency <1 y 116 248 2,4 20 248 4,7
      (1,8-3,0)     (2,6-8,5)
Duration >1 y 21 88 1,2 14 88 1,3
      (0,7-2,0)     (0,3-4,9)







 

Referenties: [Weiderpass1999b] , [Granberg2002]

Oraal oestriol en opvliegers  

Oestriol vermindert ook opvliegers. Vaak moet daar een hogere dosis voor worden gegeven (6-8 mg per dag).

PIC

Referenties: [Volpe1986up


Ethinyloestradiol en mestranol

 Mestranol is een prodrug en wordt snel gehydrolyseerd tot ethinyloestradiol.

 Ethinyloestradiol ondergaat slechts in geringe mate first-pass metabolisme. Er vindt wel een reversibele conjugatie plaats tot ethinyloestradiolsulfaat. 40-60% van het toegediende ethinyloestradiol komt in de grote circulatie.

 Er is geen binding aan SHBG en slechts een zwakke binding aan albumine.

 Ethinyloestradiol induceert krachtig de inductie van leverproteinen. Dit is geen first-pass fenomeen want ook vaginaal toegediend ethinyloestradiol geeft een zelfde effect.

 Dit levereffect is lange tijd een reden geweest om ethinyloestradiol niet te gebruiken voor postmenopauzale hormoon suppletie.

Referenties: [Mandel1982, [Goebelsmann1985]  

up

Transdermale oestrogenen

 Transdermale therapie betekent toediening van oestradiol via pleisters of gel.

 Ook bij transdermale therapie is er sprake van een first-pass effect. Bij de passage door de huid vindt omzetting plaats van oestradiol in oestron en binding aan sulfaat.

 Het resultaat is een verhouding oestradiol:oestron van ongeveer 1:1. In tegenstelling tot orale therapie is er dus geen reservoir van oestron(sulfaat) waaruit geleidelijk oestradiol vrij komt.

 Uit pleisters is er een continue afgifte van oestradiol door de huid naar de bloedbaan.

 Bij toediening middels een gel vindt er opslag plaats in het stratum basale van de huid van waaruit een constante flow van oestradiol.

up

Pleisters

Er zijn drie soorten pleisters voor oestradioltoediening:

   -  de reservoirpleister: oestradiol is opgelost in alcohol en bevindt zich in een reservoir van waaruit het geleidelijk via de contactmembraan wordt afgegeven aan de huid. Deze pleister is lang de enig beschikbare pleister geweest: Estraderm TTS®.

   -  de matrixpleister: oestradiol is verwerkt in de plaklaag. Van daaruit wordt oestradiol met een constante snelheid afgegeven aan de huid. Alle overige pleisters zijn van dit type. Er zijn pleisters, die tweemaal per week verwisseld moeten worden en pleisters die een week lang voldoende oestrogenen leveren.

   -  de D.O.T.( Delivery Optimized Thermodynamics) pleister: in de pleister bevinden zich een groot aantal (duizenden) kleine holten met een zeer hoge concentratie oestradiol. De hoge concentratiegradient maakt het mogelijk de pleister aanzienlijk te verkleinen voor het zelfde effect.


Transdermale therapie en SHBG
 

Door het ontbreken van de eerste passage door de lever is er geen inductie van leverproteinen met transdermale therapie. Er vindt dus geen stijging plaats van de SHBG-spiegel. Transdermale oestrogenen gecombineerd met oraal norethisteron doet de SHBG-spiegel zelfs dalen.

PIC

Referenties: [Campagnoli1994

Oestradiolspiegels bij transdermale therapie (reservoirpleister)

PIC

Referenties: [Powers1985b

Oestradiolspiegels bij transdermale therapie (7-daagse matrixpleister)

PIC

Referenties: [Geyer1999


Transdermaal oestradiol en opvliegers
 

Transdermale therapie werkt even goed tegen opvliegers als orale therapie

PIC

Referenties: [VonHolst2000]  

Het aantal opvliegers bij transdermale therapie hangt samen met de bereikte bloedspiegel. 


PIC

Referenties: [Steingold1985


Transdermale oestrogenen en lipiden

PIC

Referenties: [Karjalainen1997]  


Transdermale oestrogenen en fracturen

Bij vrouwen met ernstige osteoporose (met wervelfracturen) geeft behandeling met 100 µg transdermaal oestradiol per dag significant minder nieuwe fracturen dan met placebobehandeling.



Placebo HRT


34 evalueerbaar 34 evalueerbaar
20 nieuwe fracturen 8 nieuwe fracturen
bij 12 vrouwen bij 7 vrouwen


 

Met HRT minder fracturen (20 versus 8): RR 0,39; p = 0,04.

Referenties: [Lufkin1992

up

Transdermale gel

De transdermale gel wordt over een oppervlakte van 200-400 cm2 in de huid gewreven. Oestradiol uit de gel wordt opgeslagen in het stratum basale van de dermis. Van daaruit vindt diffusie plaats naar de circulatie. De concentratie van oestradiol in serum hangt af van de concentratie in het stratum basale. Wanneer de gel over een klein oppervlak wordt verpreid zal de locale concentratie hoger zijn. Bij uitsmeren over een groot area is de concentratie in het stratum basale lager en de concentratiegradient naar de circulatie kleiner met als gevolg minder diffusie naar de bloedbaan.

Met oestradiolgel kan dezelfde serumconcentratie worden verkregen als met de pleister en de klinische effecten zijn vergelijkbaar.

Referenties: [Jarvinen1997

up
 
Transdermale therapie en galsamenstelling

 Orale oestrogeentherapie leidt bij een subgroep van vrouwen tot een meer lithogene galsamenstelling. Bij transdermale toediening zou deze verandering niet gezien worden. Dit laatste wordt in sommige onderzoeken betwijfeld.

 Sommige onderzoekers vinden zowel bij orale therapie als bij transdermale therapie lithogene veranderingen zonder verschil tussen beide toedieningswijzen. Dit suggereert dat ook met transdermale therapie gerekend moet worden met een hogere kans op galstenen.

Referenties: [VanErpecum1991, [Uhler1998

up

Vaginale oestrogenen

 In Nederland zijn voor vaginale toediening beschikbaar:

   -  geconjugeerde equine oestrogenen

   -  oestriol

   -  oestradiol

 De hormonen worden toegepast in crème, ovule, tablet of vaginale ring.

 Met vaginale toediening kunnen oestradiolbloedspiegels bereikt worden die vergelijkbaar zijn met orale of met transdermale toediening. De practische toepassing is echter beperkt tot behandeling van klachten van lokale atrofie.

up

Vaginale geconjugeerde equine oestrogenen

 Beschikbaar als crème.

 Met hogere doseringen (0,625 mg en hoger) worden serumspiegels bereikt, die vergelijkbaar zijn met orale toediening.

 Een lage dosis (0,3 mg/dag) wordt veilig geacht voor het endometrium, hoewel ook daarbij proliferatie is gezien.

 Waakzaamheid bij onverwacht bloedverlies blijft geboden.

Referenties: [Handa1994

Oestradiolconcentratie in serum met vaginale equine oestrogenen vergeleken met de folliculaire fase. EF: early follicular; LF: late follicular.  
PIC

Referenties: [Mandel1983

up
Vaginale oestrogenen: oestriol  
Vaginaal oestriol

 Oestriol uit vaginaal toegediende crème en ovulen wordt goed geresorbeerd. Kort na de applicatie zijn aanmerkelijke bloedspiegels geregistreerd. Wanneer na enkele weken het epitheel van de vagina dikker geworden is, wordt de absorptie wat minder. Dit is ook beschreven met andere oestrogenen.

 Ondanks de goede resorptie is er geen toename van endometriumhyperplasie of carcinoom bij vaginale oestriolapplicatie.

Referenties: [Kicovic1980, [Haspels1981, [Pschera1989, [Weiderpass1999c, [Vooijs1995

Vaginaal oestriol verhoogt niet het risico op endometriumcarcinoom.








 

Endometrial cancer

Atypical hyperplasia

 

cases

controls

OR

cases controls OR







             
Never use 575
 
1765
 
1,0 58 2776 1,0
Ever use 94 342 1,2
(1,0-1,6)
13 342 1,5
(0,8-3,0)
Duration <5 y 66 242 1,2
(0,9-1,7)
6 242 1,1
(0,5-2,8)
Duration >5 y 28 100 1,2
(0,8-1,9)
7 100 2,3
(0,9-5,6)







 

Referenties: [Weiderpass1999d

up

Vaginaal oestradiol

 Voor vaginale toediening van oestradiol zijn beschikbaar:

   -  tabletten met 25 microgram oestradiol;

   -  een silastic ring waaruit dagelijks 7 microgram oestradiol wordt afgegeven.

 Met de vaginale tablet stijgt binnen enkele uren de oestradiolspiegel tot ongeveer 150 pmol/l om daarna snel te dalen tot 80 pmol/l na 12 uur en minder dan 50 pmol/l na 24 uur.

 Kort na plaatsen van een oestradiolring wordt een kortdurende piek gezien van 160 pmol/l oestradiol. Na 2 dagen is dit afgenomen tot gemiddeld 40 pmol/l. Daarna wordt een constante serumconcentratie waargenomen van 25-30 pmol/l gedurende de drie maanden waarin de ring in situ kan blijven. Ondanks deze lage bloedspiegels is er toch een goed effect op vaginale atrofie.

Referenties: [Nilsson1992, [Schmidt1994, [Johnston1996, [Barentsen1997

up

Subcutane oestrogenen

Subcutaan oestradiol

 Oestradioltabletten voor subcutane implantatie zijn in Nederland beschikbaar in een dosering van 20 mg. In andere landen bevatten de implantatietabletten veelal een hogere dosis (25, 50 mg). Bij het bestuderen van de literatuur moet hiermede rekening worden gehouden. Een hogere dosis geeft overigens geen betere resultaten bij de behandeling van opvliegers.

 Deze tabletten geven gedurende 4-6 maanden een tamelijk constante hoeveelheid oestradiol per dag af.

 Na staken van de behandeling kunnen soms nog jarenlang aanmerkelijke oestrogeenspiegels worden waargenomen. Bij vrouwen met een uterus moet dan ook nog lang met endometriumstimulatie worden gerekend.

 Er zijn grote interindividuele verschillen in bereikte bloedspiegels. Soms worden na langdurige therapie zeer hoge oestradiolspiegels gemeten.

Referenties: [Gangar1990, [Staland1978a, [Gangar1989, [Panay2000


PIC
Variaties in oestradiolspiegels met implantatietabletten bij 3 vrouwen.

Referenties: [Staland1978b

up
Soms zijn de bloedspiegels van oestradiol ten tijde van een nieuwe implant nog erg hoog. In die groep wordt in belangrijke mate ernstige psychopathologie gezien.  

Oestradiolspiegel ten tijde van reimplantatie.

PIC

Referenties: [Garnett1990

up

Intranasale oestrogenen

Intranasaal oestradiol

 Oestradiol kan ook via een neusspray worden toegediend.

 10-30 minuten na een spray wordt een kortdurende zeer hoge oestradiolpiek in het serum waargenomen van 5-6000 pmol/l, 2 uur later is er nog slechts 10% daarvan meetbaar en na 12 uren is er geen meetbaar oestradiol meer.

 Met deze toedieningsweg is er geen first-pass effect. De oestradiol/oestron verhouding is 1.

 Ondanks de slechts kortdurende oestrogeenpiek is de effectiviteit bij climacteriele klachten goed.

 Met intranasale toediening vindt een duidelijke stimulering van het endometrium plaats.

 Intranasaal oestradiol geeft minder vaak klachten van mastopathie dan orale of transdermale toediening van oestradiol.

Referenties: [Hermens1991, [Studd1999, [Mattsson2000a, [Pelissier2001, [Lopes2000

 
Intranasaal oestradiol en opvliegers. 

300 microgram/dag intranasaal versus 2 mg orale oestradiol toediening.

PIC

Referenties: [Mattsson2000b

up

Intramusculaire oestrogenen

Intramusculair oestradiol

 Intramusculaire toediening van oestradiol geeft in aanvang hoge bloedspiegels, die tamelijk snel weer dalen. De frequentie van injecties is om de 2-4 weken.

 De sterke wisseling in de bloedspiegels maakt deze toedieningsweg minder geëigend.

up