Tamoxifen en raloxifene
Tamoxifen en raloxifene zijn voorbeelden van SERMs: Selective Estrogen Receptor Modulators.
Ze zijn ontwikkeld als antioestrogeen. Competitieve binding aan de oestrogeenreceptor maakt het de oestrogenen lastig om aan de receptor te binden.
Tamoxifen is een synthetisch niet steroïde triphenyl ethyleen.
Tamoxifen heeft een gunstig effect op de
botdichtheid van wervels. Dat was zeer verrassend omdat men een
anti-oestrogene werking (verlies van botdichtheid) verwachtte.
Tamoxifen heeft een anti-oestrogen
werking op de borst.
Het wordt toegepast als adjuvante behandeling van mammacarcinoom en is ook effectief gebleken bij de preventie van mammacarcinoom bij vrouwen met een hoog risico op mammacarcinoom.
Tamoxifen heeft een oestrogeen effect op
het vagina-epitheel en op het endometrium (cave poliepen,
hyperplasie en carcinoom).
Tamoxifen heeft mogelijk een gunstige
invloed op hart- en vaatziekten, maar in een preventie studie kon
dit niet bevestigd worden.
Tamoxifengebruik gaat gepaard met
opvliegers.
Tamoxifengebruik tijdens de premenopauze
gaat vaak (81%) gepaard met het vinden van ovariumcysten; na de
menopauze is dat niet meer het geval.
Referenties: [Love1992a] , [Early1992] , [Fornander1989] , [Fisher1998] , [Friedrich1998] , [Dijkhuizen1996] , [Mourits1999] , [McDonald1991] , [Rutqvist] , [Reis2001]
Tamoxifen en botmassa: het begin van het SERM
concept.
Het gunstige effect van tamoxifen op trabeculair bot blijft minstens 5 jaar gehandhaafd waardoor het aantal wervelfracturen vermindert. Er is geen effect op corticaal bot.
Referenties: [Love1992b] , [Love1994] , [Fisher1998a]
Raloxifene is een synthetisch benzothiopheen derivaat.
Raloxifene is ontwikkeld als een anti-oestrogeen.
Er is een sterke binding aan de oestrogeenreceptor.
Raloxifene werkt als een anti-oestrogeen
op de borst en op het endometrium.
Raloxifene heeft een gunstige invloed op
de botmassa van de wervelkolom waardoor het risico op fracturen
wordt voorkomen. Dit effect is er niet op corticaal bot (de heup).
Raloxifene heeft een gunstige invloed op
het lipiden spectrum.
Raloxifene veroorzaakt een toename van
opvliegers.
Raloxifene heeft geen invloed op vagina-epitheel.
Raloxifene en cardiovasculair risico
Referenties: [Endometrial1999] , [Goldstein2000] , [Cohen2000] , [Cummings1999] , [Delmas1997] , [Ettinger1999] , [Walsh1998] , [Cohen2000a]
Bijna 7% meer opvliegers bij raloxifene dan bij placebo, vrijwel steeds in de eerste maanden van de behandeling, slechts zelden (2-3%) reden voor stoppen.
Referenties: [Cohen2000b]
Percentage nieuwe wervelfracturen bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose maar geen preëxistente fractuur die gedurende 3 jaar behandeld werden met raloxifene (60 of 120 mg) of placebo.
Het risico is in de 60 mg groep met 50% verminderd (RR 0,5 (0,3-0,7) en in de 120 mg groep met 40% (RR 0,6 (0,4-0,9).
Referenties: [Ettinger1999a]
Percentage nieuwe wervelfracturen bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose en een preëxistente fractuur die gedurende 3 jaar behandeld werden met raloxifene (60 of 120 mg) of placebo.
Het risico is in de 60 mg groep met 30% verminderd (RR 0,7 (0,6-0,9) en in de 120 mg groep met 50% (RR 0,5 (0,4-0,6).
Referenties: [Ettinger1999b]
Het effect van raloxifene op het risico op mammacarcinoom bij postmenopauzale vrouwen na een behandeling van 48 maanden.
Met raloxifene wordt een vermindering
gezien van het aantal oestrogeenreceptor positieve
mammacarcinomen met 84%.
Referenties: [Cauley2001d]
Cumulatieve incidentie
van de mammacarcinomen in de placebogroep en in de raloxifene
groep als percentage van alle vrouwen gerandomiseerd naar placebo
of raloxifene.
Referenties: [Cauley2001e]
Raloxifene
en cardiovasculair risico
Raloxifene therapie gedurende 4 jaar gaf in een grote groep van vrouwen met osteoporose geen vermindering van de incidentie van hart- en vaatziekten. Echter wanneer de populatie werd onderverdeeld naar hoog en laag risico, bleek met raloxifene in de groep vrouwen met een hoog risco een significante daling te geven van het aantal hartinfarcten De eveneens geobserveerde daling van de cerebrovasculaire accidenten was niet significant
Referenties: [BarrettConnor2002]