Klachten van urogenitale atrofie
Klachten
door atrofie
De rol van
oestrogenen bij vaginale droogheid
Vaginale droogheid wordt vaak
geassocieerd met problemen met geslachtsverkeer door een gebrek
aan lubricatie, maar het is een regelmatig gehoorde klacht in de
postmenopauze onafhankelijk van de coïtus.
Vaginale vochtigheid wordt bepaald door
transudatie van vocht vanuit de vascularisatie rond de vagina.
Met het verminderen van de oestrogeen concentratie neemt ook de
vascularisatie af en daardoor kan vaginale droogheid ontstaan.
Gebrek aan lubricatie is een
seksuologisch probleem. Als atrofie bestaat gaat dit gepaard met
een verminderde lubricatie. Echter regelmatig geslachtsverkeer
voorkomt het verminderen van de doorbloeding ter plaatse.
Verminderde doorbloeding van de vagina is
reversibel onder invloed van oestrogenen.
Referenties: [Barentsen1997] , [Laan1997] , [Semmens1985]
De rol van oestrogenen bij atrofische kolpitis
Atrofie van het vagina-epitheel gaat
gepaard met een vermindering van het glycogeengehalte van de
vaginawand. Hierdoor verdwijnen de lactobacillen en kunnen andere
bacterieën zich gemakkelijker vermenigvuldigen.
Atrofische kolpitis gaat vaak gepaard met
fluor die vaak door wondjes bruin gekleurd is.
Atrofie kan ook gepaard gaan met (vulvaire)
jeuk en branderigheid.
De atrofie van het epitheel is reversibel
onder invloed van oestrogenen.
Referenties: [Barentsen1997a] , [Eriksen1992] , [Cardozo1998]
up
Voor- en nabehandeling bij
operaties
De rol van
oestrogenen bij prolaps
Het wegvallen van oestrogenen speelt een
rol bij het ontstaan van prolapsklachten. Door vermindering van
de steunfunctie kan een latente prolaps manifest worden. Er is
echter geen plaats voor oestrogenen bij de primaire behandeling
van de prolaps.
Operaties aan een atrofische vagina,
zoals prolapsoperaties zijn technisch eenvoudiger bij een dikkere
vaginawand. Voorbehandeling gedurende enkele weken met
oestrogenen bewerkstelligt dit zoals de ervaring leert. Onderzoek
hiernaar ontbreekt overigens.
Referenties: [Mikkelsen1995]
Verbetering
van kwaliteit van de portiocytologie
Portio-cytologie bij
atrofie van de vagina
De cytologische diagnostiek van epitheelafwijkingen aan de cervix (portio-uitstrijk) wordt bemoeilijkt door atrofie van het epitheel.
Een kortdurende behandeling met oestrogenen gedurende minimaal 7 dagen reduceert het aantal cytologische diagnoses atypie sterk.
De atypie die het gevolg is van atrofie wordt tot verdwijnen gebracht en de werkelijke epitheel afwijkingen zijn te midden van gerijpte cellen duidelijker herkenbaar.
Medicatie: Oestriol (Synapause® E3) oraal 1dd 4-6 mg gedurende 7-14 dagen.
Effect van oestrogeen medicatie op het voorkomen van epitheel atypie
Na de behandeling is in een aantal gevallen
geen atypie meer aanwijsbaar. Daarnaast is in een aantal
uitstrijken de atypie beter herkenbaar.
Referenties: [A0052a]
up
Diagnose
Voor de diagnose atrofie vulva/vagina
volstaan de anamnese en de inspectie van vagina en vulva.
Slechts zelden is aanvullend onderzoek
nodig. Als aanvullend onderzoek komen in aanmerking: cytologie
van een uitstrijkje van de vaginawand met bepaling van de MI (maturation index) of MV (maturation value),
pH-meting, bacteriële kweek.
Met de MI en MV wordt een indruk
verkregen over de mate van oestrogenisatie. Bij atrofie wordt een
hoge pH gezien (> 5,5). Bij een goed oestrogeenniveau
wordt een pH gezien van ongeveer 4. Bij een vaginitis kan een
kweek nadere informatie geven.
Maturation Index/Value
Maturation index
De maturation index is een cytologische scoring. Het aantal parabasale, intermediaire en oppervlakte cellen wordt geteld en uitgedrukt in percentages van het totaal. Een maturation index 65-34-1 betekent 65% parabasale cellen, 34% intermediaire cellen en 1% oppervlaktecellen. Een dergelijke index geeft een atrofisch beeld weer.
Maturation value
Voor vergelijkend onderzoek wordt de maturation index omgezet in een maturation value. Het percentage para-basale cellen wordt vermenigvuldigt met 0,2, het percentage intermediaire cellen met 0,6 en de oppervlakte cellen met 1. Een maturation index 65-34-1 geeft dus een maturation value van 34,4.
Referenties: [Nilsson1995]
up
Basisregels
Vaginaal toegediende oestrogenen worden
goed geresorbeerd door het vagina-epitheel.
De lokale werking berust op absorptie
door het epitheel en verspreiding via de veneuze plexus rondom de
vagina.
Progestagenen zijn bij lokale therapie
niet nodig.
Niettemin is het zaak om bij (onverwacht)
bloedverlies onderzoek te doen naar endometriumstimulatie.
Hoofdstuk II: Overgangsklachten: urogenitale atrofie
Hoofdstuk IV: Vaginale oestrogenen
Referenties: [Vooijs1995] , [Weiderpass1999] , [Granberg2002]
up
Toedieningsweg
Voor lokale (vaginale) problemen is
lokale therapie het meest geëigend, maar systemische therapie (oraal,
transdermaal, subcutaan) is eveneens effectief voor de
behandeling.
Lokale therapie is soms effectiever voor
behandeling van vulvovaginale atrofie dan systemische therapie en
kan soms als aanvulling op systemische therapie nuttig zijn.
Referenties: [Cardozo1998a] , [Foster1999]
up
Medicatiekeuze
De producten
- Voor lokale therapie zijn in Nederland beschikbaar:
oestriol: Synapause® E3 crème
Synapause® E3 ovulen
geconjugeerde
oestrogenen: Premarin® crème
oestradiol: Vagifem® tabletten
Estring®
Keuze
- De keuze hangt sterk af van de persoonlijke voorkeur van de vrouw.
- Tabletten en de ring geven minder afscheiding, maar zijn duurder (bijbetaling).
Referenties: [Barentsen1997b] , [Bygdeman1996] , [Rioux2000]
up
Bijwerkingen van
lokale oestrogeentherapie
Afscheiding
- Een toegenomen vaginale afscheiding wordt regelmatig waargenomen. Soms kan dit aanleiding tot klachten geven. De oorzaak hiervan is gelegen in de sterke doorbloeding van de vaginawand onder invloed van oestrogenen, waardoor een sterkere transudatie van vocht op kan treden.
- crème en ovulen geven afscheiding door het vehiculum.
Bloedverlies
- Lokale oestrogenen kunnen door resorptie endometriumproliferatie geven en daarmee ook bloedverlies. In de gebruikelijke doseringen komt dit zelden voor.
Irritatie
- Vaginale crème en ovulen kunnen aanleiding geven tot jeuk en irritatie. Dit is vooral het geval bij sterke atrofie.
Referenties: [Julian1987]
up
Alternatieven
Glijmiddelen
Sensilube
Replens
up
Hoelang
Dosering en
gebruiksduur
De optimale gebruiksduur bij een eerste
behandeling is 1-3 maanden.
Na staken van de behandeling keert de
atrofie weer snel terug. Dit hoeft echter niet met klachten
gepaard te gaan. Bij recidief klachten is langdurige onderhoudstherapie
geboden, eventueel zelfs levenslang.
Dosis:
- de Estring® kan 3 maanden in situ blijven en geeft gedurende die periode dagelijks 7 microgram oestradiol af.
- Vagifem® tabletten (25 microgram oestradiol per tablet): gedurende de eerste twee weken 1x daags, daarna onderhoudstherapie 2-3x per week.
- Synapause® E3: gedurende de eerste twee weken 1x daags, daarna onderhoudstherapie 2-3x per week.
Referenties: [Cardozo1998b]
De rol van oestrogenen bij incontinentie voor urine
Incontinentie voor urine wordt gemeld
door 25% van de Nederlandse vrouwen van 50-75 jaar.
Hoewel er een duidelijke relatie bestaat
tussen het begin van de klacht incontinentie en de
menopauze en een groot aantal onderzoeken een gunstig effect van
oestrogenen op zowel stress- als urge-incontinentie suggereren,
zijn er geen goede placebo-gecontroleerde onderzoeken die een
dergelijk effect ook aantonen.
In de HERS-studie, een placebo-gecontroleerde
studie naar het secundaire preventie effect van oestrogenen bij
vrouwen na het doormaken van een hartinfarct, is waargenomen dat
vrouwen met incontinentie bij de aanvang van de studie geen baat
hadden bij de hormoon suppletie.
Referenties: [Hextall2000] , [Grady2001a]
Oestrogenen bij incontinentie
De continue combinatie van oestrogenen en progestagenen bij vrouwen na een hartinfarct geeft geen verbetering in de mate van incontinentie gedurende een behandelingsduur van gemiddeld 1,4 jaren.

Referenties: [Grady2001b]
Stressincontinentie
Oestrogeensuppletie verhoogt de
urethradruk en kan daardoor een vermindering van de
stressincontinentie geven.
Volgens de literatuur is een behandeling
van stressincontinentie met alfa-sympathicomimetica effectiever
indien deze medicatie wordt gecombineerd met oestrogenen. Deze
medicamenteuze benadering van stressincontinentie heeft in
Nederland geen toepassing gevonden.
Placebogecontroleerd onderzoek toont geen
voordeel van oestrogenen alleen bij de behandeling van
stressincontinentie.
Referenties: [Rud1980] , [Elia1993] , [Hilton1990] , [Karram1989] , [Jackson1999]
Urge-incontinentie
Het positieve effect van oestrogenen bij
urge-incontinentie blijkt wel subjectief aanwezig, maar kan
objectief niet worden aangetoond. Behandeling van detrusor-incontinentie
is primair gericht op het wegnemen van de oorzaak.
Oestrogeenbehandeling heeft geen
aantoonbaar effect op onwillekeurige detrusoractiviteit. Echter
indien deze klachten optreden in combinatie met, respectievelijk
het gevolg zijn van, urogenitale atrofie leidt oestrogeentoediening
veelal tot duidelijke subjectieve verbetering, waarbij naast het
effect op het epitheel ook het effect op de omgevende steunweefsels
van belang lijkt. Al met al is er op grond van de beschikbare
gegevens voldoende ruimte voor een (proef) behandeling met oestrogenen.
Referenties: [Cardozo1993] , [LagroJanssen1995] , [Fantl1994]
De rol van oestrogenen bij recidiverende urineweginfecties
De veranderingen in het vaginale milieu
en de daarbij ontstane veranderde vaginale bacteriële flora kan
de oorzaak zijn van urineweginfecties.
Verbetering van de vaginale bacteriële
flora door herstel van het vagina-epitheel onder invloed van
oestrogenen doet de incidentie van urineweginfecties significant
afnemen in sommige, maar niet alle onderzoeken.
Een meta-analyse van alle gepubliceerde
onderzoeken laat zien dat oestrogenen ten opzichte van placebo
een significante verlaging geven van het aantal urineweginfecties
(odds ratio 2,51; 95% CI 1,48-4,25).

Referenties: [Brandberg1987] , [Raz1993] , [Cardozo1998c] , [Cardozo2001a]
De producten, de keuze en de gebruiksduur zijn in principe gelijk aan die bij vaginale klachten. Bij succes is langdurige onderhoudstherapie gewenst
Referenties: [Barentsen1997c] , [Bygdeman1996a] up
Afscheiding
- Een toegenomen vaginale afscheiding wordt regelmatig waargenomen. Soms kan dit aanleiding tot klachten geven. De oorzaak hiervan is gelegen in de sterke doorbloeding van de vaginawand onder invloed van oestrogenen, waardoor een sterkere transudatie van vocht op kan treden.
- Crème en ovulen geven afscheiding door het vehiculum.
Bloedverlies
- Lokale oestrogenen kunnen door resorptie endometriumproliferatie geven en daarmee ook bloedverlies. In de gebruikelijke doseringen komt dit zelden voor.
Irritatie
- Vaginale crème en ovulen kunnen aanleiding geven tot jeuk en irritatie. Dit is vooral het geval bij sterke atrofie.
Referenties: [Julian1987a] up