|
nvog
13
maart 2000
In
deze brochure geven wij informatie over verschillende soorten
bekkenbodemklachten en mogelijke onderzoeken en behandelingen. Uw behandelend
arts geeft verdere informatie. Sommige onderwerpen worden in aparte folders
uitgebreider besproken. Deze staan aan het einde van deze brochure vermeld. U
kunt uw gynaecoloog erom vragen.
Inhoud
1.
Inleiding
2.
Bouw en werking van de bekkenbodem
3.
Stoornissen in de werking van de bekkenbodem
4.
Waardoor functioneert de bekkenbodem niet goed?
5.
Hoe vaak komen klachten van de bekkenbodem voor?
6.
Onderzoek
7.
Behandelingsmogelijkheden
8.
Algemene
adviezen bij zwakke bekkenbodemspieren
1
Inleiding
Verschillende
klachten kunnen te maken hebben met de bekkenbodem. Voorbeelden zijn: moeite
hebben met het ophouden van de urine, het gevoel hebben dat er iets uit de
schede naar buiten zakt, aan verstopping lijden of juist ontlasting verliezen.
De bekkenbodem, de blaas, de darmen en de schede liggen dicht tegen elkaar aan.
Vaak komen daarom tegelijkertijd verschillende klachten voor. Veel vrouwen
hebben het gevoel dat er weinig aan hun klachten te doen is. Toch zijn er
verschillende goede behandelingen voor bekkenbodemproblemen. Het is dan ook
belangrijk dat u al uw klachten met de huisarts of gynaecoloog bespreekt, ook al
is dit moeilijk of schaamt u zich voor bepaalde klachten.
In deze brochure geven wij informatie over verschillende soorten
bekkenbodemklachten en mogelijke onderzoeken en behandelingen. Uw behandelend
arts geeft verdere informatie. Sommige onderwerpen worden in aparte folders
uitgebreider besproken. Zij staan aan het einde van deze brochure vermeld. U
kunt uw gynaecoloog erom vragen.
2
Bouw en werking van de bekkenbodem
De
bekkenbodem bevindt zich aan de onderzijde van het bekken en vormt samen met de
botten van het bekken de onderkant van de buikholte. Door de bekkenbodem lopen
de blaas en urinebuis (urethra), de schede (vagina) en het uiteinde van de dikke
darm (rectum). Ze worden op hun plaats gehouden door spieren van de bekkenbodem
en ophangbanden die vastzitten aan de botten van het bekken. Bij bewegingen als
hoesten of lachen neemt de druk in de buik toe. De bekkenbodem houdt dan alle
organen op hun plaats. Zenuwen, banden en spieren van de bekkenbodem zorgen
ervoor dat u de blaas, de darm en de schede af kunt sluiten als u dat wilt. Door
de bekkenbodemspieren te ontspannen kunt u plassen, gemeenschap hebben of
ontlasting hebben. Om urine en ontlasting kwijt te raken moeten ook de blaas en
dikke darm normaal werken en zich kunnen samentrekken en verslappen.
Samengevat zorgt de bekkenbodem er dus voor:
- dat de buikholte wordt afgesloten, zodat buikorganen niet naar buiten komen
- dat u urine en ontlasting niet ongewenst verliest
- dat u als u dat wilt kunt plassen en ontlasting kunt hebben
- dat u gemeenschap kunt hebben
Op de tekening ziet u de bekkenbodem en de verschillende organen afgebeeld.
Tekening
1
Zijaanzicht van de verschillende organen in het bekken en de bekkenbodem
3
Stoornissen in de werking van de bekkenbodem
Normaal
zijn de spieren van de bekkenbodem een beetje aangespannen, niet te weinig maar
ook niet te veel. U kunt dit een beetje vergelijken met een elastiek: wanneer
het te strak gespannen staat, is er weinig of geen veerkracht, en als er geen
spanning op het elastiek zit, hangt het te los en verliest het ook zijn werking.
Ook de bekkenbodem kan te slap zijn of juist te sterk aangespannen.
3.1
Klachten van een te zwakke bekkenbodem
Door een verzwakte bekkenbodem kunnen klachten optreden van een verzakking. Als
de blaas en urinebuis niet goed werken kunt u ongewild urine verliezen
(urine-incontinentie). Soms is het moeilijk goed uit te plassen of is er sprake
van vaak of snel aandrang hebben om te plassen. U kunt voortdurend last hebben
van blaasontstekingen. Als het uiteinde van de dikke darm (rectum) niet goed
werkt is de ontlasting vaak moeizaam (verstopping of obstipatie). Soms is het
juist moeilijk de ontlasting op te houden zodat u deze ongewild verliest
(ontlastings-incontinentie). Ook kunnen er andere klachten zijn zoals
onderbuikpijn, moeheid, pijn in de liezen, de benen of laag in de rug. Seksuele
klachten komen ook vaak voor. De verschillende klachten worden hieronder
besproken.
3.1.1
Een verzakking
Bij een verzakking kan de blaas, het rectum (het uiteinde van de dikke darm) of
de baarmoeder via de schede naar buiten zakken. Als de blaas verzakt is, ziet u
een uitpuiling in de vorm van een ronde bol aan de voorkant van de schede. Bij
een verzakking van het rectum kunt u zon uitpuilende bol aan de achterkant
van de schede zien. Als de baarmoeder verzakt is, ziet of voelt u vaak de
baarmoedermond bij de ingang van de schede. Nogal eens zijn verschillende
organen tegelijkertijd verzakt.
Door een verzakking kunt u een zwaar gevoel in de schede (vagina) hebben. Soms
is er het gevoel dat er iets naar buiten komt, alsof u een bal tussen uw benen
hebt. Een zeurderig gevoel in de onderbuik dat uitstraalt naar de rug is niet
ongebruikelijk, met soms extreme moeheid als gevolg. Zitten en fietsen kunnen
problemen opleveren. Vaak verergeren de klachten in de loop van de dag of na
inspanning; na rust verbeteren ze meestal.
Bij een blaasverzakking kan het moeilijk zijn de urine op te houden. Bij een
grote verzakking van de blaas is het juist soms moeilijk om uit te plassen.
Bij een verzakking van de darm kunt u vaak moeilijk de ontlasting kwijtraken,
ook al voelt u aandrang. Soms komt de ontlasting spontaan tijdens het plassen.
Ook het gevoel dat er na het ontlasten nog iets achterblijft is niet
ongebruikelijk. Door verstopping kunnen aambeien ontstaan en bij een enkele
vrouw komt het laatste stuk van de dikke darm (rectum) naar buiten.
Niet alle verzakkingen geven klachten. Als er geen klachten zijn, is behandeling
niet nodig.
verzakking
van de baarmoeder
verzakking
van het rectum (het uiteinde van de dikke darm)

verzakking
van de dunne darm
3.1.2
Ongewenst verlies van urine (urine-incontinentie)
Inspannings-incontinentie (stress-incontinentie)
Deze vorm van urineverlies komt voor bij inspanning zoals tillen, sporten of
springen. Dit wordt ook stress-incontinentie genoemd. Met stress
wordt hier bedoeld dat het urineverlies optreedt als de druk in de buikholte
plotseling toeneemt door het aanspannen van de buikspieren. Dit gebeurt
bijvoorbeeld bij niezen, hoesten, lachen, tillen, sporten of plotseling opstaan.
U verliest dan urine zonder dat u aandrang voelt.
Aandrang-incontinentie (urge-incontinentie)
Bij aandrang-incontinentie hebt u zeer vaak aandrang om te plassen. Elk half uur
is niet ongebruikelijk. Soms is de aandrang zo sterk of plotseling dat u het
toilet niet op tijd haalt. Verandering van lichaamshouding, lopen of het horen
van stromend water veroorzaakt soms ook urineverlies. Het urineverlies kan ook
s nachts optreden. Deze vorm van urine-incontinentie heeft meestal niets te
maken met een zwakke bekkenbodem, maar wordt veroorzaakt door een stoornis van
de blaas of van de zenuwvoorziening van de blaas.
Gemengde incontinentie
Nogal wat vrouwen hebben zowel last van aandrang- als van
inspanningsincontinentie. Voor de behandeling is het belangrijk te onderzoeken
welke vorm het zwaarst weegt.
3.1.3 Moeite met het ophouden van de ontlasting
(ontlastings-incontinentie)
Hierbij hebt u het gevoel dat u bij aandrang de ontlasting nauwelijks kunt
ophouden en dat u moet rennen om op tijd bij het toilet te komen. Soms is er
verlies van ontlasting zonder aandrang. Ook kan het moeilijk zijn winden goed op
te houden.
3.1.4 Seksuele problemen
Bij een zwakke bekkenbodem kunnen er klachten zijn zoals minder 'gevoel' hebben
bij het vrijen, moeilijker tot een orgasme komen of urineverlies tijdens het
vrijen of bij een orgasme. Als er ook een verzakking bestaat is de gemeenschap
soms moeilijker of pijnlijker. Veel vrouwen en hun partners zijn bang voor
beschadiging bij seksuele gemeenschap, maar dat hoeft niet: het weefsel van de
schedewand is heel soepel en geeft mee bij de gemeenschap.
3.2
Klachten van een te sterk gespannen bekkenbodem
Om de blaas en darmen goed te kunnen legen is het belangrijk dat u de
bekkenbodemspieren op tijd kunt ontspannen. Soms is dit moeilijk en spant u de
spieren zelfs aan. U drukt dan als het ware tegen een weerstand in en het is dan
moeilijk de blaas en/of de darmen goed te legen. De urinebuis kan zich vernauwen
en de kringspier rond de anus kan als het ware op slot gaan. Ook de
spieren die de ingang van de schede afsluiten zijn dan vaak gespannen.
Veel voorkomende klachten bij een te gespannen bekkenbodem zijn:
*veelvuldig
plassen, soms wel 10-20 keer per dag en ook meerdere malen s nachts; een
onderbroken straal of een moeilijk begin van het plassen is niet
ongebruikelijk
*steeds
terugkerende blaasontstekingen
*problemen
met de ontlasting zoals afwisselend verstopping en diarree, aambeien, of het
gevoel dat er iets achterblijft
*seksuele
problemen zoals pijn tijdens het vrijen en een stekend of brandend gevoel bij de
ingang van de schede
*langdurige
pijn in de onderbuik, het bekken, de rug of de liezen
3.3
Hoe beleven vrouwen bekkenbodemklachten?
In onze westerse cultuur leren kinderen op jonge leeftijd dat urine en
ontlasting vies zijn. Er rust dan ook een taboe op het bespreken van klachten
over plassen of ontlasten. Zelfs een gesprek met de naaste familieleden of de
partner is vaak moeilijk. Vrouwen voelen zich dan ook nogal eens alleen staan
met deze klachten. De kwaliteit van leven kan sterk verminderen door gevoelens
van schaamte en je vies voelen, de geur van urine of ontlasting, de angst voor
ontdekking door buitenstaanders, het uit de weg gaan van seksueel contact of het
uitstellen van zoeken naar deskundige hulp. Ook klachten over het naar buiten
zakken van tampons, over het verliezen van water uit de schede na het nemen van
een bad, of over 'windjes' uit de schede zijn soms moeilijk bespreekbaar.
Vrouwen reageren heel verschillend op problemen met urine, ontlasting of
seksualiteit: de ene vrouw gaat diep gebukt onder haar urineverlies, een andere
gaat hier veel gemakkelijker mee om. Het is daarom belangrijk dat u behalve de
klachten ook uw emoties bespreekt met de arts, fysiotherapeut, seksuoloog of
verpleegkundige.
4
Waardoor functioneert de bekkenbodem niet goed?
Er
bestaan verschillende oorzaken voor een zwakke bekkenbodem. Door een bevalling
kunnen zenuwen die de bekkenbodemspieren aansturen beschadigd raken. Bindweefsel
dat deel uitmaakt van de bekkenbodem raakt soms verzwakt als gevolg van een
bevalling. Op oudere leeftijd worden de bekkenbodemspieren net als andere
spieren bij veel vrouwen zwakker. Lichamelijk zwaar werk, overgewicht en
veelvuldig hoesten als gevolg van roken of longaandoeningen zorgen voor
langdurige overbelasting van de bekkenbodem.
Bij sommige vrouwen is er een aangeboren zwakte van bindweefsel. Zij hebben ook
meer kans om last te krijgen van spataderen of breuken.
Een te gespannen bekkenbodem heeft vaak een psychologische oorzaak. Het gebruik
van de bekkenbodem is een leerproces. Daarin kan op vele manieren iets fout
lopen, zoals een opvoeding waarin benadrukt wordt dat het onderlichaam vies is.
Maar ook een te vroege of te intensieve zindelijkheidstraining en negatieve
seksuele ervaringen zoals verkrachting of incest kunnen een rol spelen.
5
Hoe vaak komen klachten van de bekkenbodem voor?
Verzakkingen
komen vooral op oudere leeftijd voor, maar soms hebben ook jongere vrouwen er
last van. Zo bezoeken 2,5% van de vrouwen van 45 jaar en 7,5% van de vrouwen van
65 jaar en ouder de huisarts in verband met een verzakking.
Ongewild urineverlies komt bij zeer veel vrouwen voor: één van elke vier
vrouwen heeft er wel eens last van. Lang niet altijd is het urineverlies ernstig
of treedt het elke dag op. Dagelijks voorkomend urineverlies komt voor bij 6%
van alle vrouwen. Eenderde van hen vindt dit verlies zo hinderlijk dat zij
nauwelijks de deur uit durven, bijvoorbeeld uit angst voor doorlekken of een
onaangename geur. Urine-incontinentie komt op elke leeftijd voor, maar vaker
tijdens de zwangerschap en op oudere leeftijd. Incontinentie voor ontlasting kan
voorkomen na beschadiging van de kringspier rond de anus bij een bevalling of
ook op oudere leeftijd. Vier procent van de vrouwen boven de 65 jaar heeft er
last van.
6
Onderzoek
6.1
Gesprek
Bij bekkenbodemproblemen is het belangrijk dat de gynaecoloog goed weet wat uw
klachten zijn. Daarom moet u meestal uw klachten in uw eigen woorden
beschrijven. De gynaecoloog vraagt daarna soms nog verder: hoe het gaat met
plassen, ontlasting, seksualiteit, en of er andere gynaecologische klachten
zijn. Ook ziekten, vroegere medische ingrepen, eventuele eetproblemen,
medicijngebruik of zwangerschappen kunnen ter sprake komen. Al deze onderwerpen
zijn mogelijk van belang voor uw klachten en daarmee voor verder onderzoek en
behandeling.
Na het eerste gesprek volgt een gynaecologisch onderzoek. Aan de hand van uw
klachten, het gesprek en het gynaecologisch onderzoek bespreekt de arts met u of
aanvullend onderzoek noodzakelijk is.
Een aantal van deze onderzoeken wordt hieronder beschreven. Soms wordt nog meer
onderzoek geadviseerd, zoals echoscopisch onderzoek of gespecialiseerde röntgenfotos.
De gynaecoloog geeft u dan verdere informatie.
6.2 Gynaecologisch onderzoek
De gynaecoloog vraagt u plaats te nemen op een gynaecologische onderzoekstoel. U
ligt met uw benen gespreid, zodat de ingang van de schede goed zichtbaar is. Als
u dat wilt, kunt u vragen of u mee kunt kijken met een spiegel.
Vaak begint de gynaecoloog met de vraag of u wilt persen. Soms is dan al een
verzakking te zien. Daarna wordt een speculum (eendenbek) in de schede
ingebracht. De baarmoedermond kan nu bekeken worden. Soms vraagt de gynaecoloog
u nogmaals om te persen. Een kleinere verzakking is zo zichtbaar.
Daarna doet de arts vaak een inwendig onderzoek (vaginaal toucher). Twee vingers
worden in de schede ingebracht en hij of zij legt de andere hand op de buik. De
baarmoeder en eierstokken worden zo afgetast. Soms vraagt de arts u nogmaals te
persen of juist om de spieren van de schede aan te spannen. Dit laatste om de
kracht van de bekkenbodemspieren te meten. Als er ontlastingsproblemen zijn kan
de gynaecoloog een vinger in de het rectum (uiteinde van de dikke darm)
inbrengen om de achterwand van de schede en de bekkenbodem te beoordelen
(rectaal toucher).
Een enkele gynaecoloog bekijkt de ingang van de schede terwijl u op uw knieën
op een onderzoekbank ligt. Zo zijn soort en ernst van de verzakking soms beter
zichtbaar
6.3 Urine-onderzoek
Een urine-onderzoek kan aantonen of er sprake is van een blaasontsteking.
Hiervoor is een gewassen plas noodzakelijk. U maakt hiervoor eerst de
ingang van de schede schoon. Daarna plast u een klein beetje uit, en de rest van
de urine vangt u op in een potje.
6.4
Urodynamisch onderzoek
(UDO)
Een urodynamisch onderzoek wordt gedaan om te bezien hoe de blaas werkt. Bij dit
onderzoek brengt de arts via de urineleider een dun slangetje (katheter) in de
blaas en vult deze met vocht. Terwijl u hoest of juist uitplast krijgt de arts
informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en het soort
urineverlies. U krijgt voor dit onderzoek een aparte afspraak. Meer informatie
vindt u in de folder Het urodynamisch onderzoek.
6.5 Defecogram
Een defecogram is een onderzoek dat gedaan wordt bij ontlastingsproblemen. Via
de anus wordt een röntgencontrastmiddel in het laatste deel van de dikke darm
(rectum) gebracht. Soms wordt ook een röntgencontrastmiddel in de schede
gebracht en krijgt u röntgencontrastvloeistof te drinken om de dunne darm
zichtbaar te maken. Terwijl u op een toilet ontlasting hebt (defeceert), worden
röntgenfotos of een video-opname gemaakt. Zo ziet de arts hoe de dikke darm
werkt en of deze verzakt is. Soms wordt tegelijkertijd de druk in de dikke darm
gemeten. Daarvoor wordt een dun slangetje in de dikke darm gebracht.
7
Behandelingsmogelijkheden
Bij
bekkenbodemproblemen zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk:
fysiotherapie, medicijnen, een ring of een operatie. De soort behandeling is
afhankelijk van uw klachten en de bevindingen bij onderzoek.
Over het algemeen lijkt het logisch om met de minst ingrijpende behandeling te
beginnen. Afwijkingen van de bekkenbodem zijn niet levensbedreigend. Een
beslissing hoeft u dan ook nooit onmiddellijk te nemen. Als er niet op een
eenvoudige manier wat aan uw klachten te doen is, kan de gynaecoloog een meer
ingrijpende behandeling zoals een operatie voorstellen. U bent echter degene die
de voor- en nadelen van een behandeling tegen elkaar moet afwegen.
7.1 Fysiotherapie
Fysiotherapie heeft vaak als doel de bekkenbodemspieren te versterken door
oefening en training. U leert goed gebruik te maken van uw bekkenbodemspieren
zodat u meestal het urineverlies bij hoesten of lachen kunt voorkomen of
verminderen. Bij een grote verzakking biedt fysiotherapie minder mogelijkheden
om uw klachten te verhelpen. Fysiotherapie wordt soms ook geadviseerd bij
klachten van een te gespannen bekkenbodem. U leert dan juist om de spieren te
ontspannen en de urine langer op te houden. Meer informatie vindt u in de folder
Fysiotherapie bij bekkenbodemproblemen.
7.2 Medicijnen
Medicijnen kunnen zinvol zijn bij klachten van aandrang-incontinentie en bij
verstopping. Bij andere bekkenbodemklachten hebben zij vaak minder effect.
Medicijnen bij aandrang-incontinentie
Er zijn verschillende medicijnen die aandrang-incontinentie kunnen verminderen.
Ze hebben nogal eens bijwerkingen (bijvoorbeeld een droge mond). Bij
aandrang-incontinentie is vaak ook begeleiding van een fysiotherapeut zinvol om
te leren de urine langer op te houden. Dit wordt blaastraining genoemd.
Medicijnen bij verstopping
Bij klachten van verstopping (obstipatie) kunnen medicijnen de ontlasting dunner
maken. Vaak wordt eerst een dieet met veel vezels en rauwkost geadviseerd. Ook
veel drinken is belangrijk. Eventueel kunt u een verwijzing naar een diëtiste
vragen.
Medicijnen bij bekkenbodemklachten na de overgang
Naarmate de laatste menstruatie langer geleden is, maken de eierstokken steeds
minder oestrogene hormonen. Deze hormonen zorgen voor een soepele schede en
blaaswand. Door een lage hoeveelheid oestrogene hormonen in het bloed wordt de
wand van de schede en de blaas over het algemeen droger en schraler. Seksuele
gemeenschap kan dan pijnlijk zijn. Ook kunnen er steeds opnieuw
blaasontstekingen optreden. Daarom is het na de laatste menstruatie (menopauze)
altijd zinvol te beoordelen of de klachten verbeteren na het inbrengen van
oestrogenen in de schede. Er zijn tabletten, een soort zetpillen (ovules) en crèmes
verkrijgbaar. De crèmes worden via een inbrenghuls (applicator) in de schede
gespoten.
7.3 Een ring of pessarium
Een ring, ook wel pessarium genoemd, biedt soms een oplossing voor klachten van
een verzakking of inspannings-incontinentie. Door een ring wordt een verzakte
blaas of een verzakte baarmoeder weer op de juiste plaats teruggebracht. Niet
elke vrouw met bekkenbodemklachten zal met een ring geholpen kunnen worden: de
soort verzakking en de stevigheid van de bekkenbodem spelen hierbij een rol. Als
er een goed passende ring voor u beschikbaar is, voelt u deze niet zitten, ook
niet bij seksuele gemeenschap. Een ring kan zo voor sommige vrouwen een simpele
oplossing bieden voor een vervelend probleem. Meer informatie vindt u in de
folder Ring of pessarium bij bekkenbodemproblemen.
7.4 Gebruik van andere hulpmiddelen
Bij klachten over inspannings-incontinentie zijn er naast bekkenbodemoefeningen
en een ring ook nog een aantal andere mogelijkheden om de klachten te
verminderen. Een simpele oplossing is het inbrengen van een (eventueel
natgemaakte) tampon in de schede. Hierdoor wordt de overgang tussen de blaas en
de urinebuis als het ware wat naar boven gedrukt, zodat urine moeilijker
wegstroomt. Voor vrouwen die bijvoorbeeld alleen tijdens sporten last van
urineverlies hebben, is dit soms een simpele oplossing die voldoende is. Er zijn
nog een aantal andere hulpmiddelen die u zelf in de schede of de urinebuis kunt
inbrengen om ongewenst urineverlies tegen te gaan. De arts kan u hierover meer
informatie geven.
7.5 Hulp bij seksuele problemen
Seksuologische begeleiding is zinvol als seksuele klachten op de voorgrond
staan, bijvoorbeeld bij te sterk aangespannen bekkenbodemspieren. Een seksuoloog
is een arts of een psycholoog die gespecialiseerd is in het bespreken van
seksuele problemen. In een aantal gesprekken wordt ingegaan op uw beleving van
de klachten, en wordt gekeken of de klachten met oefeningen verholpen kunnen
worden. Meer informatie vindt u in de folder Seksuele problemen bij vrouwen. Ook
andere seksuele problemen worden in deze folder besproken.
7.6 Operatieve behandelingen
De gynaecoloog adviseert over het algemeen een operatie als andere maatregelen
onvoldoende mogelijkheden bieden. De soort operatie is afhankelijk van uw
klachten, het gynaecologisch onderzoek en de uitkomsten van eventueel aanvullend
onderzoek.
Een operatie heeft als voordeel dat uw klachten meestal verminderen of
verdwijnen. Wel moet u altijd rekening houden met een kleine kans op
complicaties of terugkeer van de klachten na een aantal jaren. Daarnaast moet u
voor veel operaties in verband met bekkenbodemproblemen op een herstelperiode
van minimaal zes weken, maar soms ook langer, rekenen.
Zoals
eerder gezegd: bekkenbodemproblemen zijn niet levensbedreigend. Er is dan ook
nooit haast bij een operatie. Meer informatie vindt u in de folder Bekkenbodem-
en incontinentie-operaties.
7.7 Kiezen voor een behandeling
Soms is het mogelijk tussen twee behandelingen te kiezen. Bij
inspannings-incontinentie en bij een verzakking is soms zowel een behandeling
met een ring als een operatie mogelijk. Beide behandelingen hebben voor- en
nadelen.
De keuze tussen een ring of een operatie hangt natuurlijk af van de vraag of er
een ring voor u is die uw klachten voldoende verhelpt. Als dat niet het geval
is, is een operatie het enige alternatief, naast het doorleven met uw klachten.
Als een ring wel past en uw klachten verhelpt, is het uw beslissing of u de ring
wilt blijven gebruiken of toch voor een operatie kiest.
Bij een ring is er altijd een kleine kans dat op latere leeftijd alsnog een
operatie noodzakelijk is. Maar ook na een operatie kan het gebeuren dat de
klachten weer terugkomen en dat er opnieuw geopereerd moet worden.
De voor- en nadelen van een ring en de overwegingen bij de keuze tussen een ring
en een operatie worden besproken in de folder Ring of pessarium bij
bekkenbodemproblemen.
7.8 Door wie wordt u behandeld bij klachten van de bekkenbodem?
Omdat bekkenbodemproblemen klachten van verschillende organen (urinewegen,
darmen, schede) kunnen geven, is soms onderzoek, advies of behandeling door meer
hulpverleners gewenst. Zo kan de uroloog om advies gevraagd worden als
blaasklachten het belangrijkst zijn, of een darmchirurg (proctoloog) als
ontlastingsproblemen op de voorgrond staan. Een fysiotherapeut kan oefeningen
bespreken bij te slappe of te gespannen bekkenbodemspieren, terwijl een
seksuoloog u kan helpen bij seksuele problemen.
In sommige ziekenhuizen bestaat een zogenaamd bekkenbodemteam. De verschillende
specialisten van dit team onderzoeken u meestal allemaal en geven na onderling
overleg advies voor behandeling. In andere ziekenhuizen vraagt de gynaecoloog zo
nodig een van deze specialisten om raad.
7.9. Als geen behandeling mogelijk is
Soms zijn klachten van ongewild verlies van urine of ontlasting niet (meer) te
verhelpen. Er zijn dan verschillende mogelijkheden om met uw klachten te leren
omgaan. Incontinentiematerialen als verband of luiers kunnen zeker uitkomst
bieden. Zij zorgen ervoor dat u weinig last hebt van het verlies van urine of
ontlasting en dat de geur niet merkbaar is voor uw omgeving. Vaak is het zinvol
om over het gebruik van incontinentieverband te praten met een
incontinentieverpleegkundige.
7.10 Het gebruik van incontinentiemateriaal
Als u last hebt van urineverlies kunt u het beste opvangmateriaal gebruiken dat
speciaal ontwikkeld is voor urine-incontinentie. Inlegkruisjes of maandverband
zijn daarvoor niet gemaakt en blijven vaak te nat. Zo ontstaat gemakkelijk
huidirritatie. Ook het wassen met zeep geeft vaak huidirritatie door verstoring
van de zuurgraad van de schede. Al bent u bang voor geurtjes, toch kunt u de
schaamstreek het beste alleen met water wassen.
Opvangmateriaal ook bij het verlies van ontlasting is bij de apotheek
verkrijgbaar op recept van de huisarts of gynaecoloog. De apotheker kan ook
advies geven over speciale huidcrèmes en een proefpakket met verschillende
soorten opvangmateriaal meegeven. Bij de apotheek liggen vaak verschillende
folders over opvangmateriaal. Daarmee kunt u meestal gratis een proefpakket met
opvangmateriaal bestellen.
8
Algemene adviezen bij zwakke bekkenbodemspieren
Of
bekkenbodemklachten te voorkomen zijn, is moeilijk te zeggen. Voor vrouwen die
nog kinderen willen krijgen, luidt het advies om al tijdens de zwangerschap,
maar zeker na de bevalling oefeningen te doen om de bekkenbodemspieren te
versterken. Maar het is niet altijd mogelijk (verergering van de)
bekkenbodemklachten te voorkomen. Wel moet u er rekening mee houden dat zolang u
borstvoeding geeft, het herstel van de bekkenbodem vaak traag verloopt. De
eierstokken maken dan weinig oestrogene hormonen, zodat de wand van de schede
vaak droog aanvoelt en ook de ophangbanden nog niet hun oude stevigheid
terugkrijgen.
Bij een zwakke bekkenbodem is het belangrijk de bekkenbodemspieren door middel
van oefeningen te trainen. Een gespecialiseerde fysiotherapeut kan u hierover
adviezen geven. Vaak verbeteren de klachten, in andere gevallen kunt u voorkomen
dat ze verergeren of na een operatie terugkeren. Deze oefeningen blijven dus ook
na een eventuele operatie op lange termijn belangrijk. Daarnaast is het
verstandig om te proberen te voorkomen dat de bekkenbodem te veel belast wordt.
Enkele algemene adviezen zijn:
Dieet
Een vezelrijk dieet en veel drinken kunnen helpen de ontlasting soepel te
houden. Zo voorkomt u verstopping en onnodig persen. Minimaal 1,5 liter vocht
(inclusief koffie en thee) per dag is verstandig, maar meer dan 2,5 liter is
niet nodig.
Overgewicht
Bij overgewicht neemt de belasting van de bekkenbodem toe. Het verminderen van
overgewicht (minder eten, meer bewegen) is dan ook van belang.
Zwaar tillen
Bij klachten over een zwakke bekkenbodem kunt u veel en zwaar tillen beter
achterwege laten. Tegen normale tilwerkzaamheden (boodschappen doen, stofzuiger
de trap opdragen) bestaat geen bezwaar. Als u beroepsmatig zwaar lichamelijk
werk verricht, is het verstandig met uw gynaecoloog en eventueel uw bedrijfsarts
te overleggen.
Roken
Met name bij hoesten ontstaat er veelvuldig een sterke belasting van de
bekkenbodem. Het is dan ook verstandig de kans op hoesten te verkleinen door met
roken te stoppen.
Strakke kleding
Door het dragen van strakke korsetten of strakke broeken neemt de druk in de
buik toe en daarmee de belasting van de bekkenbodem. Buik- en bekkenbodemspieren
worden minder gebruikt en kunnen zo verslappen. Het dragen van ruime kleding is
daarom beter.
Sporten
Bij een zwakke bekkenbodem zijn sporten waarbij u veel moet springen op een
harde onderlaag (volleybal) of waarbij de druk in de buik sterk verhoogd wordt
(aerobics) niet verstandig. Beter is het om een sport te kiezen waarbij de
bekkenbodem minder wordt belast. Voorbeelden zijn zwemmen, schaatsen, fietsen,
tafeltennis en golfen.
Nog vragen?
Aarzel
niet vragen of onduidelijkheden met uw gynaecoloog of huisarts te bespreken.
Meer
informatie
Aanvullende brochures en folders die bij deze brochure horen:
- Het urodynamisch onderzoek
- Fysiotherapie bij bekkenbodemproblemen
- Ring of pessarium bij bekkenbodemproblemen
- Bekkenbodem- en incontinentie-operaties
- Seksuele problemen bij vrouwen (deze folder geeft ook informatie over andere
seksuele problemen)
Boeken
Kerrebroeck, Ph.E.V.van (red.). Spreekuur thuis: Omgaan met incontinentie; 2e
druk. Wormer: Immerc, 1996; m.m.v. Stichting Incontinentie Nederland en SCA
Molnlycke . ISBN 90 6611 075 9.
Telefonische informatie
Tena-informatielijn (gratis): 0800-0227500.
Video, boek en cassette
Teleac :Ongewild urineverlies, u kunt er iets aan doen
Het bij deze cursus behorende boek is te bestellen bij de boekhandel ( 39,50).
De video van de televisieafleveringen (150,-) en de geluidscassette met
oefeningen (27,25) zijn te bestellen bij Teleac, afdeling verkoop: 035 -
6293456
Andere brochures en folders
Het voorkomen van obstipatie, Maag Lever Darm Stichting, tel. 0900- 2025625,
bereikbaar op werkdagen van 14.00 - 17.00 uur.
©
2000 NVOG
Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze brochure berusten bij de
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. Leden
van de NVOG mogen deze brochure, mits integraal, onverkort en met
bronvermelding, zonder toestemming vermenigvuldigen.
Deze brochure is tot stand gekomen na een zorgvuldig kwaliteitstraject dat is
begeleid door de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG. Als
non-profit-instelling legt deze commissie zich toe op het formuleren en
ontwerpen van kwalitatief hoogwaardige voorlichting.
Andere folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en
voortplantingsgeneeskunde zijn te vinden op de website van de NVOG:
http://www.nvog.nl, rubriek patiëntenvoorlichting.
Auteur: dr. H.A.M. Vervest
Redacteur: dr. G. Kleiverda
Bureauredacteur: Jet Quadekker
|