|
NVOG
2000
17
januari 2000
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
2.
Wat is een miskraam?
3. Wanneer spreekt men van
habituele abortus of herhaalde miskramen?
4. Herhalingskans van een
miskraam
5. Oorzaken van herhaalde
miskramen
6. Onderzoek naar mogelijke
oorzaken
7. Kunt u een nieuwe miskraam
voorkomen?
8. Emotionele aspecten
9. Hulporganisaties
10. Om verder te lezen
1.
Inleiding
Habituele
abortus is de medische term voor herhaalde miskramen. Wanneer spreekt men over
herhaalde miskramen? Wat zijn mogelijke oorzaken? Wanneer kan onderzoek gedaan
worden, en hoe groot is de kans dat er een oorzaak wordt gevonden die te
behandelen is? Deze folder probeert zoveel mogelijk duidelijkheid te geven. Ook
emotionele aspecten komen aan bod. Aan het einde van de folder vindt u een lijst
van hulporganisaties en een aantal suggesties voor folders en boeken om verder
te lezen.
2.
Wat is een miskraam?
Een miskraam
(abortus) is het verlies van een niet-levensvatbaar embryo (vrucht). De oorzaak
van een miskraam is bijna altijd een aanlegstoornis. Meestal speelt hierbij een
chromosoomafwijking die bij de bevruchting ontstaat een rol. Het embryo in
aanleg is niet goed, groeit niet verder en wordt afgestoten. Meer informatie
vindt u in de brochure: Een miskraam of bloedverlies in de eerste maanden van
de zwangerschap.
3.
Wanneer spreekt men van habituele abortus of herhaalde miskramen?
Men spreekt
van habituele abortus na drie of meer opeenvolgende miskramen. Of u vóór de
miskramen een kind hebt gekregen maakt niet uit. Herhaalde miskramen komen voor
bij ongeveer 0,5-1% van alle vrouwen die zwanger worden.
4.
Herhalingskans van een miskraam
Van alle
zwangerschappen eindigt ten minste één op de tien in een miskraam, maar
waarschijnlijk zelfs nog meer, zo rond de 15%. Als u één miskraam hebt
meegemaakt is de kans op herhaling in een volgende zwangerschap niet of
nauwelijks verhoogd, maar na twee miskramen is de kans ongeveer 25%, en na drie
miskramen is dit ongeveer 35%.
Dat lijkt misschien heel veel, maar de kans dat een volgende zwangerschap wel
goed afloopt is nog steeds het grootst, namelijk 65%.
Het komt dus voor dat vrouwen drie of soms nog wel meer miskramen hebben voordat
zij een gezond kind krijgen. Andere vrouwen hebben tussen normale
zwangerschappen door verschillende miskramen.
5.
Oorzaken van herhaalde miskramen
Evenals bij
een eenmalige miskraam is er bij herhaalde miskramen meestal een aanlegstoornis
die bij de bevruchting is ontstaan. Het embryo groeit dan niet verder en wordt
afgestoten. Waarom dit bij de ene vrouw vaker gebeurt dan bij de andere, is niet
bekend.
Omdat na een aantal miskramen de kans op een nieuwe miskraam wat groter is dan
na een eenmalige miskraam, komt bij deze vrouwen een achterliggende ziekte of
afwijking waarschijnlijk iets vaker voor. Toch wordt maar bij ongeveer 15% van
de paren een oorzaak gevonden voor de herhaalde miskramen.
6.
Onderzoek naar mogelijke oorzaken
De
gynaecoloog bespreekt na drie miskramen onderzoek naar de oorzaak.
Chromosoomonderzoek van de ouders kan al na twee miskramen worden voorgesteld.
Het onderzoek bestaat over het algemeen uit bloedonderzoek en echoscopisch
onderzoek van de baarmoeder en de eierstokken. Als u in overleg met de
gynaecoloog besluit om onderzoek te laten doen, is het belangrijk dat u zich
bedenkt dat maar bij weinig vrouwen met herhaalde miskramen een (behandelbare)
oorzaak voor de miskramen gevonden wordt. Het is dan ook verstandig niet te
hooggespannen verwachtingen te hebben over de uitkomsten van het onderzoek. Bij
85% van de paren wordt geen oorzaak gevonden.
Van de volgende factoren is bekend dat zij een rol kunnen spelen bij herhaalde
miskramen.
Hogere leeftijd
Voor vrouwen beneden de 35 jaar is de kans dat een zwangerschap in een miskraam
eindigt, ongeveer 1 op 10. Tussen de 35 en 40 jaar eindigt 1 op de 5-6
zwangerschappen in een miskraam, en tussen de 40 en 45 jaar 1 op 3. De kans
neemt dus toe met de leeftijd.
Roken
Vrouwen die roken maken iets vaker een miskraam mee dan vrouwen die niet roken.
Een chromosoomafwijking bij een van de ouders
Soms is een chromosoomafwijking bij een van de ouders de oorzaak van herhaalde
miskramen. Dit roept altijd meteen de vraag op hoe een gezonde ouder een
chromosoomafwijking kan hebben. Het antwoord is dat normale, gezonde mensen
drager kunnen zijn van een chromosoomafwijking in een gebalanceerde vorm.
Twee stukjes van twee chromosomen zijn daarbij van plaats veranderd. Bij de
betrokken ouder zijn er geen verschijnselen of klachten.
Bij zon 2-3% van herhaalde miskramen wordt zon gebalanceerde
chromosoomafwijking bij een van de ouders gevonden. Niet alleen de kans op
miskramen is dan verhoogd. Een kind heeft dan een verhoogde kans op een
ongebalanceerde chromosoomafwijking. Een stukje van een chromosoom ontbreekt,
terwijl een ander stukje van een chromosoom in drievoud aanwezig is. Levend
geboren kinderen met zon ongebalanceerde chromosoomafwijking hebben bijna
altijd ernstige aangeboren afwijkingen.
Bloedonderzoek bij beide partners kan aantonen of er sprake is van een
chromosoomafwijking. De uitslag duurt vaak langer dan twee maanden. U hoeft niet
op de uitslag te wachten als u opnieuw wilt proberen om zwanger te worden. Mocht
u opnieuw zwanger zijn voordat de uitslag bekend is, dan kan het bloed alsnog
met spoed onderzocht worden.
Als bij u of uw partner een gebalanceerde chromosoomafwijking gevonden wordt,
dan verwijst de gynaecoloog u naar een arts die gespecialiseerd is in erfelijke
aandoeningen en chromosoomafwijkingen (klinisch geneticus) om de gevolgen te
bespreken. Het kan zijn dat de afwijking bij meer familieleden voorkomt, en dat
onderzoek van hen ook zinvol is.
Een chromosoomafwijking is niet te behandelen. Wel is in een zwangerschap die
niet eindigt in een miskraam, onderzoek mogelijk naar de chromosomen van het
kind. Dit wordt prenatale diagnostiek genoemd. Meer informatie vindt u in de
brochure: Prenatale diagnostiek bij aangeboren of erfelijke aandoeningen.
De aanwezigheid van antifosfolipide-antistoffen in het bloed
Antistoffen zijn belangrijk bij de afweer tegen ziekten. Soms maakt het lichaam
verkeerde antistoffen. Ze gaan een reactie aan met cellen of onderdelen daarvan
in het eigen lichaam. Zo reageren antifosfolipide-antistoffen met bepaalde
vetten, waardoor deze niet meer goed werkzaam zijn.
Er ontstaat dan kans op trombose, een afsluiting van een bloedvat. Door zon
afsluiting van een bloedvat in de placenta (moederkoek) ontwikkelt de vrucht
zich niet goed, zodat een miskraam ontstaat.
Deze antifosfolipide-antistoffen komen bij ongeveer 2% van alle vrouwen voor, en
bij ongeveer 15% van de vrouwen met herhaalde miskramen.
Bloedonderzoek om te onderzoeken of antifosfolipide-antistoffen aanwezig zijn,
wordt pas tien weken na een miskraam gedaan. Voor die tijd is de uitslag niet
betrouwbaar. De hoeveelheid van deze antistoffen kan wisselen. Ook kunnen ze uit
zichzelf verdwijnen. Daarom wordt het bloedonderzoek twee maanden later
herhaald.
Op dit ogenblik (1999) wordt onderzocht wat de beste behandeling is als bij
vrouwen met herhaalde miskramen antifosfolipide-antistoffen in het bloed worden
gevonden. Naar het zich laat aanzien, kunnen bloedverdunnende medicijnen
voorkomen dat stolsels in bloedvaten van de placenta ontstaan. Waarschijnlijk
wordt bij behandeling met deze medicijnen de kans op een volgende miskraam
kleiner.
Een overmaat aan homocysteïne
Homocysteïne is een bouwsteen van eiwit (aminozuur) dat van belang is bij de
stofwisseling. Het is bij alle mensen aanwezig. Soms wordt het onvoldoende
afgebroken of niet voldoende omgevormd tot een ander aminozuur. Zo ontstaat er
te veel homocysteïne in het bloed. Hierdoor wordt de kans op een miskraam
vermoedelijk groter, en daarmee ook de kans op meerdere miskramen.
De hoeveelheid homocysteïne kan door bloedonderzoek bepaald worden. Hiervoor
moet u nuchter zijn.
Als bloedonderzoek een verhoogd gehalte aan homocysteïne aantoont, wordt vaak
ook de hoeveelheid van een paar vitaminen in het bloed gemeten. Ook kan een
methioninebelastingstest worden uitgevoerd. Methionine is een ander aminozuur,
dat in homocysteïne kan veranderen en omgekeerd. U krijgt een speciaal voor u
berekende hoeveelheid methionine te drinken. Daarna wordt in het bloed gemeten
hoe het homocysteïnegehalte verandert.
Een verhoogd gehalte aan homocysteïne is over het algemeen goed te behandelen
met vitaminen (vitamine B6 en foliumzuur). Hoewel het nog niet helemaal bewezen
is, zijn er wel sterke aanwijzingen dat de kans op een volgende miskraam bij
gebruik van deze vitaminen kleiner wordt. Een probleem is dat het voor
betrouwbaar onderzoek naar homocysteïne noodzakelijk is om een halfjaar geen
foliumzuur te gebruiken. Juist voor vrouwen die al verschillende miskramen
hebben gehad en graag weer opnieuw zwanger willen worden is dit een bezwaar.
Bovendien wordt de methionine-belastingstest niet in alle ziekenhuizen gedaan.
Stollingsafwijkingen in de familie van de vrouw
In enkele families komt vaker dan gebruikelijk een stollingsafwijking voor.
Doordat het bloed dan de neiging heeft sneller te stollen, kan een afsluiting
van een bloedvat door een bloedstolsel (trombose) ontstaan. Ook een embolie, het
losschieten van een bloedprop, of een beroerte, komt in deze families vaker
voor. Bij een stollingsafwijking is de kans op een miskraam verhoogd.
Voorbeelden van dergelijke erfelijke stollingsafwijkingen zijn
antitrombine-III-deficiëntie, proteïne-C-deficiëntie, proteïne-S-deficiëntie,
APC-resistentie, factor-V-Leiden-mutatie en factor-XII-deficiëntie. Deze
erfelijke stollingsafwijkingen zijn vrij zeldzaam. Een uitzondering is de
APC-resistentie die bij zon vijf procent van de bevolking aanwezig is.
Vooral als er in uw familie vaak trombose voorkomt, is bloedonderzoek zinvol.
Soms is al bekend dat er een bepaalde stollingsafwijking in de familie aanwezig
is. Dan kan gekeken worden of u ook deze stollingsafwijking hebt. In andere
gevallen bent u misschien de eerste in de familie bij wie onderzoek plaatsvindt
om na te gaan of er sprake is van een erfelijke stollingsafwijking.
Het is onbekend of behandeling met bloedverdunnende middelen de kans op een
miskraam verkleint als u een van de bovengenoemde stollingsafwijkingen hebt.
Een overmaat van het hormoon LH
Het luteïniserend hormoon (LH) wordt door de hypofyse gemaakt. De hypofyse is
een aanhangsel van de hersenen dat verschillende hormonen maakt die organen
aansturen. Het LH-hormoon is van belang bij de eisprong. Een overmaat van het
hormoon LH kan voorkomen bij bepaalde afwijkingen van de eierstokken, zoals het
polycysteus-ovariumsyndroom (PCO-syndroom). In de eierstokken zijn dan veel
kleine cysten (holten gevuld met vocht) aanwezig. Ze zijn zichtbaar bij
echoscopisch onderzoek. De hoeveelheid LH kan bepaald worden in het bloed,
ongeveer halverwege de periode tussen het begin van de menstruatie en de
eisprong.
Als de hoeveelheid LH in het bloed verhoogd is, is de kans op een spontane
miskraam groter. Het is helaas niet goed mogelijk om deze overmatige aanmaak van
LH te behandelen en daarmee de kans op een of meer miskramen te verminderen.
De ziekte van Wilson
Dit is een erfelijke stofwisselingsziekte die zelden voorkomt. Het lichaam slaat
dan te veel koper op in verschillende organen. De ziekte is herkenbaar door een
groene ring in het hoornvlies van het oog. Als deze ziekte niet behandeld wordt,
is de kans op miskramen groter.
Een afwijkende vorm van de baarmoeder of de baarmoederholte
Er bestaan verschillende oorzaken voor een afwijkende vorm van de baarmoeder of
de baarmoederholte. Aangeboren afwijkingen zijn bijvoorbeeld een dubbele
baarmoeder of een tussenschot in de baarmoederholte. Een andere oorzaak van een
aangeboren afwijkende vorm van de baarmoederholte is DES-gebruik van uw moeder
toen zij zwanger was van u. DES werd tussen 1947 en 1975 in Nederland nogal eens
aan zwangere vrouwen voorgeschreven om een miskraam te voorkomen.
Ook kan de baarmoederholte afwijkend zijn door verklevingen, bijvoorbeeld na een
curettage wegens een miskraam. Een kleine vleesboom aan de binnenzijde van de
baarmoeder kan eveneens de vorm van de baarmoederholte veranderen.
Mogelijk nestelt de placenta (moederkoek) zich bij een afwijkende vorm van de
baarmoederholte niet goed in, met als gevolg een verhoogde kans op een of meer
miskramen. Echt bewezen is dit niet. Of een operaties aan de baarmoeder de kans
vergroot dat een volgende zwangerschap goed afloopt, is dan ook niet bekend.
Alleen een operatie om een vleesboom uit de baarmoederholte weg te halen lijkt
hier wel zinvol.
Echoscopisch onderzoek (bij voorkeur via de schede) geeft goede informatie over
de vorm van de baarmoeder en de baarmoederholte. Meer informatie vindt u in de
folder Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen.
Als bij echoscopisch onderzoek het vermoeden bestaat op een afwijkende vorm van
de baarmoeder of de baarmoederholte, bespreekt de gynaecoloog met u of een van
de volgende onderzoeken zinvol is.
- Diagnostische hysteroscopie
Een diagnostische hysteroscopie is een onderzoek waarbij de gynaecoloog de
baarmoederholte via een buisje bekijkt. Dit kijkbuisje wordt via de schede
ingebracht. Het onderzoek vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving. Zo
kan de arts zien of er afwijkingen zijn aan de binnenkant van de baarmoeder.
Meer informatie vindt u in de folder Hysteroscopie: kijken in de baarmoeder.
- Hysterosalpingogram
Ook dit onderzoek heeft als doel informatie over de baarmoederholte te krijgen.
Via de schede wordt contrastvloeistof in de baarmoederholte gebracht. Daarna
wordt een röntgenfoto gemaakt.
- Diagnostische laparoscopie
Een diagnostische laparoscopie is een onderzoek dat onder narcose in
dagbehandeling plaatsvindt. Via een kijkbuisje wordt in de buikholte gekeken. Zo
beoordeelt de gynaecoloog de buitenkant van de baarmoeder, de eileiders en de
eierstokken.
7.
Kunt u een nieuwe miskraam voorkomen?
Helaas zijn
er weinig mogelijkheden om een nieuwe miskraam te voorkomen. Bij de meeste
vrouwen wordt immers geen oorzaak gevonden. Behandelingsmogelijkheden zijn er
alleen voor vrouwen met antifosfolipide-antistoffen of een verhoogd homocysteïnegehalte
in het bloed.
Wij kunnen alleen adviseren om als u opnieuw zwanger wilt worden, te proberen zo
gezond mogelijk te leven. Dat betekent gezond en gevarieerd eten, niet overmatig
drinken, niet roken, en geen medicijnen innemen zonder overleg. Maar zoals u
mogelijk al hebt ervaren als u zich al aan deze regels hield, ook dan is een
volgende miskraam niet met zekerheid te voorkomen.
Aan elke vrouw die (opnieuw) zwanger wil worden, wordt geadviseerd om dagelijks
een tablet foliumzuur van 0,4 of 0,5 mg te gebruiken. Mocht u voorafgaand aan de
miskramen geen foliumzuur gebruikt hebben, dan hoeft u zich daar niet schuldig
over te voelen. Foliumzuur vermindert meestal niet de kans op een miskraam, maar
wel de kans op een kind met een open rug.
8.
Emotionele aspecten
Veel vrouwen
en hun partner maken na een miskraam een moeilijke tijd door. Elke miskraam
betekent een nieuwe teleurstelling en maakt weer een einde aan alle plannen en
fantasieën over het verwachte kind. Verdriet, schuldgevoel, ongeloof, boosheid
en een gevoel van leegte zijn veel voorkomende emoties, na elke miskraam
opnieuw. Zeker als een miskraam zich meerdere keren herhaalt, betekent dit vaak
een grote psychische belasting.
Omdat de omgeving vaak niet op de hoogte is van de zwangerschap, is het vaak
moeilijk met anderen over deze emoties te spreken. Toch is dat belangrijk voor
de verwerking.
Voor velen is het ook heel moeilijk te accepteren als het onderzoek geen
duidelijke oorzaak aantoont en behandeling niet mogelijk is. In dat geval
ervaren de meesten gevoelens van angst en onzekerheid en vragen zij zich af of
zij ooit nog eens een eigen kind in hun armen zullen houden.
Bij de kleine groep vrouwen bij wie wel een behandelbare oorzaak wordt gevonden,
is er vaak opluchting. Tegelijkertijd roept de aanwezigheid van de gevonden
afwijking ook vragen en onzekerheden op: zijn er andere gevolgen voor de
gezondheid, en welke? Bij erfelijke stollingsafwijkingen kan ook spanning
ontstaan bij het inlichten van familieleden die misschien dezelfde afwijking
hebben. Dat geldt nog sterker bij dragerschap van een gebalanceerde
chromosoomafwijking. Gelukkig komt deze chromosoomafwijking zelden voor.
Tot slot, hoe schraal die troost misschien ook mag zijn, leert de ervaring dat
veel vrouwen ondanks herhaalde miskramen uiteindelijk wel een gezond kind
krijgen.
9.
Hulporganisaties
Voor vrouwen
en hun partners die naast gesprekken met de behandelend arts behoefte hebben aan
extra steun of informatie, noemen wij hier enkele hulporganisaties.
Project Lotgenotencontact bij Miskramen
Humanitas, Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijke Dienstverlening en
Samenlevingsopbouw
Sarphatistraat 4, 1017 WS Amsterdam;
Postbus 71, 1000 AB Amsterdam;
tel. 020 - 523 11 00 / fax 020 - 622 73 67.
Project Lotgenotencontact bij Miskramen biedt ondersteuning aan vrouwen die een
miskraam hebben gehad. Hiervoor organiseert men lotgenotencontacten, zodat
vrouwen ervaringen kunnen uitwisselen en emoties kunnen verwerken.
Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek
Postbus 476, 6600 AL Wijchen;
tel./fax 024 - 645 10 88.
Homepage: http://www.freya.nl
Landelijke patiëntenvereniging die vanuit ervaringsdeskundigheid een luisterend
oor kan bieden en informatie kan verstrekken aan paren die ongewild kinderloos
zijn. Freya kan ook bemiddelen bij lotgenotencontact voor problemen rond
(herhaalde) miskramen, en geeft onder meer informatie over adoptie, eiceldonatie
en draagmoederschap.
Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties (VSOP)
Betrokken bij erfelijke en/of aangeboren aandoeningen
Vredehofstraat 31, 3761 HA Soestdijk; tel. 035 - 602 81 55.
E-mail: VSOP@knoware.nl
Homepage: http:// www.vsop.nl
Voor vragen over erfelijkheid, aangeboren aandoeningen en lotgenotencontact kunt
u contact opnemen met de ERFO-lijn van de VSOP,
tel.: 035 - 60 28 555 (op werkdagen tussen 10.00 en 15.00 uur).
Landelijke Stichting Rouwbegeleiding (LSR)
De LSR geeft informatie over rouw en verliesverwerking en is behulpzaam bij het
zoeken naar hulpverleningsinstanties in de woonomgeving.
Postbus 13189, 3507 LD Utrecht;
tel. 030 - 276 15 00. (op werkdagen van 9.00-13.00 uur)
e-mail: lsr@hetnet.nl
Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een overleden kind
Postbus 418, 1400 AK Bussum;
tel.: 0252 - 37 06 04 (op werkdagen
van 09.00-12.00, 14.00-17.00 en 19.00-22.00 uur)
De Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een Overleden Kind is een
organisatie van ouders die begrip en medeleven willen bieden aan lotgenoten. Dit
wordt gedaan door mensen die zelf hun verlies, verdriet en isolement hebben
doorworsteld en nu in staat zijn om anderen te helpen.
Fiom, Stichting Ambulante Fiom
Centraal Buro, Kruisstraat 1, 5211 DT s-Hertogenbosch;
tel. 073.- 612 88 21 / fax 073 - 61 22 390.
Een landelijke instelling voor hulpverlening bij vragen op het terrein van
zwangerschap en ouderschap, met regionale vestigingen door het hele land.
Behalve informatie biedt de stichting individuele hulp en organiseert zij
groepsbijeenkomsten.
DES actie- en informatiecentrum
Wilhelminapark 25, 3581 NE Utrecht;
informatielijn 030 - 251 83 39,
maandag van 14.00-17.00 en
dinsdag van 10.00-13.00 uur.
email: des@knoware.nl
homepage: http://www.knoware.nl/users/des
10.
Om verder te lezen
Het
DES-hormoon
Te bestellen bij het DES-actie- en informatiecentrum door 12,80 (inclusief
verzendkosten) over te maken op gironummer 4251492 met vermelding van
bestelling DES-hormoon.
Een miskraam of bloedverlies in de eerste maanden van de zwangerschap
te verkrijgen bij uw gynaecoloog
Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen
te verkrijgen bij uw gynaecoloog
Hysteroscopie: kijken in de baarmoeder
te verkrijgen bij uw gynaecoloog
Prenatale diagnostiek bij aangeboren afwijkingen
te verkrijgen bij uw gynaecoloog of te bestellen bij de VSOP (Vredehofstraat 31,
3761 HA Soestdijk; tel.: 035 - 602 85 55.) op werkdagen tussen 10.00 en 16.00
uur.
M. van Buuren en W. Braam. Als je zwangerschap misloopt, 6e dr. Baarn: de
Kern, 1999.
ISBN 90 325 06749
Het boek geeft uitgebreide informatie over alles wat met een miskraam te maken
heeft.
B. Spitz, M. Keirse en A. Vandermeulen. Tussen iets en niets. Tielt:
Lannoo, 1998.
ISBN 90 2093 444 9.
Omgaan met verlies in de prille zwangerschap.
Marianne Cuisinier en Hettie Janssen. Met lege handen; 2e dr. Houten:
Unieboek, 1997.
ISBN 90269 6699 7.
Vrouwen over het verlies van hun baby in de zwangerschap of rond de bevalling.
I. de Vries. We hadden haar Anna willen noemen. Utrecht: Van Arkel, 1994.
ISBN 90 622 4327 4
Dagboek van een moeder die haar kind verloor in de zesde maand van de
zwangerschap.
Ann Oakley, Ann McPherson en Helen Robert. Soms gaat het mis. Kosmos
Utrecht/Antwerpen: 1985.
ISBN 90 215 1231 9 (niet meer leverbaar).
Enkele
begrippen
|
aminozuur
|
bouwsteen
van eiwit, noodzakelijk voor de stofwisseling
|
|
chromosomen
|
dragers
van erfelijke eigenschappen die zich in de celkern bevinden.
|
|
chromosoomafwijking
|
afwijking
in de rangschikking van de genen op de chromosomen, of een afwijking van
het totaal aantal chromosomen per celkern.
|
|
gebalanceerde
translocatie
|
chromosoomafwijking
waarbij twee stukjes van twee chromosomen van plaats verwisseld zijn. De
betrokken persoon zelf heeft geen verschijnselen
|
|
homocysteïne
|
een
aminozuur dat noodzakelijk is voor de stofwisseling
|
|
methionine
|
een
aminozuur dat in homocysteïne kan veranderen en omgekeerd
|
|
ongebalanceerde
translocatie
|
chromosoomafwijking
waarbij zowel een stukje van een chromosoom ontbreekt, terwijl van een
stukje van een ander chromosoom in drievoud aanwezig is. Dit gaat bijna
altijd gepaard met ernstige aangeboren afwijkingen en een verstandelijke
handicap.
|
© 1999 NVOG
Het copyright van deze brochure berust bij de Nederlandse Vereniging voor
Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. Deze brochure is tot stand gekomen
onder verantwoordelijkheid van de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG
en goedgekeurd door de sectie Jonge zwangerschap van de werkgroep
Voortplantingsendocrinologie en fertiliteit van de NVOG. Leden van de NVOG mogen
deze brochure zonder toestemming vermenigvuldigen, mits zij dat integraal,
onverkort en met bronvermelding doen.
De Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG is een non-profit-instelling die
zich toelegt op het formuleren en ontwerpen van kwalitatief hoogwaardige
voorlichting op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en
voortplantingsgeneeskunde. Andere folders en brochures over diverse
verloskundige en gynaecologische onderwerpen kunt u vinden op de NVOG-website:
http://www.nvog.nl, rubriek patiëntenvoorlichting.
De basis voor deze folder is NVOG-richtlijn 20, Habituele abortus (1999).
Auteur: M. Goddijn
Redacteur: Dr. G. Kleiverda
Bureauredacteur: Jet Quadekker
|