|
NVOG,
23
maart 1999
Inleiding
Deze brochure
geeft informatie over hoge bloeddruk en zwangerschap. Van de vrouwen die voor
het eerst zwanger zijn, krijgt zo'n tien tot vijftien procent een hoge bloeddruk
(hypertensie). Bij een volgende zwangerschap komt dat minder vaak voor.
Hypertensie is vaak een reden om u naar de gynaecoloog te verwijzen. In deze
brochure bespreken we welke controles meestal plaatsvinden bij lichte
hypertensie, welke extra zorg mogelijk is in het geval van ernstiger
hypertensie, en welke zeldzame complicaties kunnen optreden. De verloskundige,
de huisarts of de gynaecoloog informeert en adviseert u verder.
Het
meten van de bloeddruk
Doorgaans
wordt bij iedere zwangerschapscontrole uw bloeddruk gemeten. U krijgt een band
om uw bovenarm. Omdat deze wordt opgeblazen, ontstaat even een knellend gevoel.
De band is via een slangetje verbonden met de bloeddrukmeter. Terwijl de lucht
de band uitloopt, luistert de verloskundige of arts met de stethoscoop in de
elleboogplooi: daar zijn kloppende tonen van de slagader hoorbaar. Op de
bloeddrukmeter wordt bij de eerste hoorbare toon de bovendruk afgelezen en bij
de laatste hoorbare toon de onderdruk. Bij automatische bloeddrukmeters is
luisteren met de stethoscoop niet nodig. Deze apparaten vinden zelf de boven- en
onderdruk.
De bloeddruk kan wisselen: bij angst of inspanning kan zij stijgen. Bij sommige
vrouwen stijgt de bloeddruk tijdens het spreekuur, soms ook door de
bloeddrukmeting zelf. Het is normaal dat de waarden van de bloeddruk wisselen.
Bij de ene meting kunnen andere waarden gevonden worden dan bij de andere.
Wanneer
spreekt men van hypertensie?
Bij zwangere
vrouwen wordt over het algemeen de meeste waarde gehecht aan de onderdruk (de
diastolische bloeddruk). Onderzoek laat zien dat er bij een onderdruk tot 90
geen verhoogde kans op complicaties voor moeder en kind bestaat. Vanaf een
bloeddruk van 90-95 kan er een kans bestaan op complicaties. In deze situaties
wordt extra controle geadviseerd. Als er aanwijzingen zijn van mogelijke
complicaties of als de onderdruk 95 of hoger wordt, is er een reden voor overleg
met de gynaecoloog.
Wat
zijn de gevaren van hypertensie?
Bij een hoge
bloeddruk kunnen complicaties bij moeder en kind optreden. Uw nieren en lever
kunnen tijdelijk slechter gaan werken en er kunnen afwijkingen in de
bloedstolling ontstaan. De bloedtoevoer naar de placenta (moederkoek) kan
afnemen. Dit kan tot gevolg hebben dat het kind in groei achterblijft of dat de
conditie van de baby achteruitgaat. De kans op deze complicaties is over het
algemeen niet verhoogd bij een lichte verhoging van de bloeddruk (zoals een
onderdruk tot 90 mmHg), maar zij neemt toe naarmate de bloeddruk hoger wordt
(zoals bij een onderdruk van 120 mmHg). Ook is van belang wanneer tijdens de
zwangerschap de hypertensie optreedt. Tegen het einde van de zwangerschap is de
kans op complicaties van een hogere bloeddruk meestal veel kleiner dan vroeg in
de zwangerschap.
Soorten
en ernst van hypertensie
Een hoge
bloeddruk die het gevolg is van de zwangerschap, wordt zwangerschapshypertensie
genoemd. Vroeger sprak men wel van zwangerschapsvergiftiging, maar deze term
raakt in onbruik. Er is sprake van zwangerschapshypertensie als bij een vrouw
die tevoren een normale bloeddruk had in de tweede helft van de zwangerschap
hypertensie optreedt. De oorzaak van zwangerschapshypertensie is onbekend.
Waarschijnlijk spelen de aanleg en de ontwikkeling van de placenta in de eerste
helft van de zwangerschap een rol.
Een ernstiger vorm van zwangerschapshypertensie wordt pre-eclampsie
genoemd. Hierbij is er eiwitverlies in de urine of zijn er andere tekenen van
tijdelijke orgaanbeschadiging. Een zeer ernstige vorm is eclampsie.
Hierbij ontstaan stuipen (insulten of convulsies). Een speciale vorm van
ernstige zwangerschapshypertensie is het HELLP-syndroom. Deze vormen van
ernstige zwangerschapshypertensie worden later in deze brochure apart besproken.
Ze komen gelukkig weinig voor: bij minder dan 2% van de vrouwen die voor de
eerste keer zwanger zijn. In een volgende zwangerschap zijn ernstige vormen van
zwangerschapshypertensie nog zeldzamer.
Hypertensie die al vóór de zwangerschap bestaat, wordt chronische of
pre-existente hypertensie genoemd. Waarschijnlijk heeft ongeveer eenderde van de
zwangeren met hoge bloeddruk deze vorm van hypertensie. Als de
bloeddrukverhoging al vóór de zwangerschap bestaat adviseert de huisarts of de
verloskundige over het algemeen controle van de zwangerschap door de
gynaecoloog. De adviezen bij een chronische hypertensie worden in deze brochure
niet besproken. Wel hebben sommige extra onderzoeken hetzelfde doel als die bij
zwangerschapshypertensie. Uw gynaecoloog kan u hierover informeren.
Wie
loopt er risico op zwangerschapshypertensie?
Zwangerschapshypertensie
treedt vooral op tijdens de eerste zwangerschap. Bij lichte vormen verloopt een
volgende zwangerschap doorgaans normaal. Bij een ernstige vorm van
zwangerschapshypertensie bestaat in een volgende zwangerschap wel een grotere
kans op het opnieuw optreden van zwangerschapshypertensie, al is het verloop
vaak minder ernstig.
Bij de meeste vrouwen is niet duidelijk waardoor zwangerschapshypertensie
optreedt. Bij een aantal ziekten is de kans op zwangerschapshypertensie
verhoogd. Voorbeelden zijn suikerziekte (diabetes mellitus), vaat- en
nierziekten, sommige auto-immuunziekten of al eerder bestaande hoge bloeddruk.
Ook bij een meerlingzwangerschap is de kans op zwangerschapshypertensie
toegenomen. Vermoedelijk spelen ook erfelijke factoren een rol. Vrouwen die een
moeder of zuster hebben die een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie
doormaakten, lopen zelf ongeveer vijfmaal zoveel kans ook een hoge bloeddruk
tijdens de zwangerschap te krijgen.
Kan
zwangerschapshypertensie voorkomen worden?
Voor gezonde
vrouwen die voor hun zwangerschap geen ziekten hadden, zijn geen zinvolle
maatregelen bekend om zwangerschapshypertensie te voorkomen. Vroeger werd een
zoutloos of zoutarm dieet geadviseerd. Inmiddels is gebleken dat hiermee
zwangerschapshypertensie niet voorkomen kan worden. Ook in het geval van
zwangerschapshypertensie is een dieet zonder zout niet zinvol. U mag dus een
normale, dat wil zeggen matige hoeveelheid zout gebruiken.
Of u door rust zwangerschapshypertensie kunt voorkomen, is nooit goed
onderzocht. Maar als de bloeddruk verhoogd is, adviseert de verloskundige of
arts vaak rust zoals het verminderen of stoppen van werk buitenshuis of het
regelen van extra hulp thuis.
Wanneer eerder bestaande ziekten van uzelf een rol spelen bij de hypertensie,
krijgt u soms medicijnen.
Klachten
en verschijnselen
Veel vrouwen
met lichte zwangerschapshypertensie hebben geen klachten. Bij de ernstiger
vormen komen meestal wel klachten voor. Hoofdpijn is een gebruikelijk
verschijnsel. Soms treden hierbij gezichtsstoornissen op zoals vaag zien,
lichtflitsen of sterretjes zien. Andere mogelijke klachten zijn tintelingen in
de vingers, pijn of een knellend gevoel boven in de buik, misselijkheid en
braken. Ook kan het lichaam in korte tijd veel vocht vasthouden waardoor
zwellingen (oedeem) kunnen ontstaan. Oedeem van de handen en de voeten komt
echter ook vaak voor bij zwangeren die geen zwangerschapshypertensie hebben.
Onderzoek
Als uw
bloeddruk in de tweede helft van de zwangerschap verhoogd is, wordt hij vaak na
korte tijd opnieuw gecontroleerd. Soms blijkt hij dan toch normaal te zijn. Maar
als de onderdruk bij herhaling verhoogd is, of als er eiwit in de urine aanwezig
is, kan er sprake zijn van zwangerschapshypertensie.
Bij een verhoogde bloeddruk wordt doorgaans de urine gecontroleerd op de
aanwezigheid van eiwit. De kans dat er bij een onderdruk van 90 mmHg eiwit in de
urine zit, is heel klein. Bij een hogere waarde ziet men vaker eiwit in de
urine. Wat afscheiding of een blaasontsteking geeft soms ook wat eiwit in de
urine. Dit is dus niet altijd een teken van zwangerschapshypertensie.
Bij een bloeddruk die bij herhaling 95 mmHg of hoger is, bij eiwit in de urine
en/of bij klachten verwijst de verloskundige of de huisarts u meestal naar de
gynaecoloog. Eventuele complicaties van de hypertensie bij u en de baby kunnen
zo op tijd te herkend worden.
Meestal vindt bloedonderzoek plaats op het aantal bloedplaatjes en het
functioneren van lever en nieren. Eiwit in de urine vertelt ook iets over het
functioneren van de nieren en de ernst van de hypertensie. Bij ernstige
hypertensie kan de kniepeesreflex gecontroleerd worden. Met een soort hamertje
geeft de gynaecoloog dan een tikje op de kniepees. Zo wordt gezien of het
zenuwstelsel extra prikkelbaar is. Als dat het geval is, is opname in het
ziekenhuis verstandig.
Uw gewicht kan worden gecontroleerd om te bezien of u veel vocht vasthoudt.
Meestal verzamelt vocht (oedeem) zich in de onderbenen. U kunt dan putjes in de
benen drukken die maar langzaam verdwijnen. Soms zwellen ook het gezicht en de
handen op als gevolg van oedeem.
Voor de beoordeling van de conditie van de baby wordt de grootte van de
baarmoeder nagegaan. De gynaecoloog schat of de baby groot genoeg is voor de
duur van de zwangerschap. Echoscopisch onderzoek kan ook informatie over de
grootte van de baby geven. De hoeveelheid vruchtwater wordt daarbij bekeken. Bij
ernstiger vormen van hypertensie wordt soms tijdens het echoscopisch onderzoek
de doorstroming van de bloedvaten in de navelstreng gemeten (Doppler-onderzoek).
Meer informatie vindt u in de folder Echoscopie tijdens de zwangerschap.
Vaak wordt een hartfilmpje van de baby gemaakt (een CTG: cardiotocogram).
Deze onderzoeken vinden poliklinisch plaats. Afhankelijk van de situatie krijgt
u een vervolgafspraak op korte termijn of bespreekt de gynaecoloog alle
uitslagen al tijdens het eerste bezoek met u. In dat geval duurt het nogal eens
enige uren voordat alle gegevens bekend zijn. Bij ernstige hypertensie wordt u
soms meteen opgenomen.
Poliklinische
controle
Hoe uw
zwangerschap verder begeleid wordt, hangt af van de uitslagen van het onderzoek.
Als de bevindingen meevallen kan de gynaecoloog u terugverwijzen naar de
verloskundige of de huisarts. In andere gevallen neemt de gynaecoloog als regel
de begeleiding over. Poliklinische controles zijn voldoende als u geen klachten
hebt, uw bloeddruk slechts matig verhoogd is (onderdruk onder 100 mmHg), er geen
eiwit in de urine wordt gevonden, uw bloeduitslagen normaal zijn, en de baby
normaal van grootte lijkt en goed beweegt. De kans op complicaties voor u en de
baby is dan klein. Opname in het ziekenhuis of bloeddrukverlagende medicijnen
zijn dan niet nodig. Wel moet u geregeld terugkomen voor controle. Als de
hypertensie ernstiger wordt kan alsnog een ziekenhuisopname geadviseerd worden.
Doorgaans herhaalt de gynaecoloog bij elke controle de verschillende
onderzoeken. Als u tussen de controles door meer of nieuwe klachten krijgt of
minder leven voelt, is het verstandig contact op te nemen met het ziekenhuis.
Opname
in het ziekenhuis
Opname wordt
meestal geadviseerd bij klachten, ernstige zwangerschapshypertensie (onderdruk
hoger dan 100 mmHg), eiwit in de urine, afwijkende bloeduitslagen, een
duidelijke groeiachterstand van de baby, of andere complicaties.
Het doel van de ziekenhuisopname is bewaking van uw gezondheid en die van de
baby. Als u in het ziekenhuis ligt wordt dan ook regelmatig gevraagd of u
klachten hebt. De bloeddruk wordt vaak meerdere malen per dag gemeten, en bloed-
en urineonderzoek vindt regelmatig plaats.
Ook de conditie van de baby wordt in de gaten gehouden. Leven voelen is een
belangrijk teken. Vaak maakt de verpleegkundige dagelijks een CTG, en wordt
echoscopisch onderzoek herhaald. Soms blijkt na enkele dagen dat de ernst van de
zwangerschapshypertensie meevalt, zodat u weer naar huis kunt. In ernstiger
gevallen blijft u langer opgenomen, vaak tot na de bevalling.
Over het algemeen wordt in het ziekenhuis bedrust geadviseerd. Meestal mag u wel
uit bed om naar de wc te gaan of te douchen. Ernstige zwangerschapshypertensie
kan echter niet genezen door bedrust.
Veel vrouwen met zwangerschapshypertensie voelen zich niet ziek. Eventuele
medicijnen kunnen bijwerkingen geven, maar worden doorgaans goed verdragen. Toch
is een opname vaak een moeilijke tijd van wachten, spanning, onzekerheid en
ongerustheid. Het is daarom belangrijk dat u aan artsen en verpleegkundigen
uitleg vraagt over uw toestand en de verwachtingen. Toch kunnen ook zij niet
altijd precies voorspellen wat er zal gebeuren: dat is afhankelijk van de
ontwikkeling van de hypertensie, uw klachten en de conditie van uw baby.
De
bevalling bij lichte vormen van zwangerschapshypertensie
De
gynaecoloog probeert over het algemeen de baby zolang mogelijk in de baarmoeder
te laten. Dat kan bij een goede conditie van uzelf en de baby betekenen dat men
wacht tot de bevalling spontaan begint. In andere gevallen bijvoorbeeld als
de bloeddruk hoger wordt, als bloeduitslagen afwijkend zijn, als er meer eiwit
via de urine verloren wordt of als de conditie van de baby achteruit lijkt te
gaan kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden. Daarvoor is het
meestal nodig dat de baarmoedermond al een beetje openstaat en week geworden is.
Meer informatie vindt u in de folder Het inleiden van de baring.
Het is bekend dat zwangerschapshypertensie spontaan geneest na de bevalling. In
de eerste twee dagen na de bevalling is vaak nog extra waakzaamheid geboden. De
bloeddruk kan dan nog hoger worden. Daarna wordt hij als regel uit zichzelf
lager. Eventuele afwijkende bloeduitslagen verbeteren dan ook spontaan.
Na
de bevalling
Bij lichte
vormen van hypertensie krijgt u na de bevalling soms het advies nog een of twee
dagen in het ziekenhuis te blijven voor controle van de bloeddruk. Hierbij
speelt een rol of u al voor de bevalling opgenomen was, of er
laboratoriumafwijkingen gevonden waren, en natuurlijk ook hoe hoog de bloeddruk
tijdens en na de bevalling was. U krijgt u nog een afspraak voor nacontrole bij
de verloskundige, huisarts of gynaecoloog na zes weken. Voor controle van een
eventuele volgende zwangerschap na een lichte hypertensie kunt u gerust weer
naar de verloskundige of huisarts gaan, omdat de kans op
zwangerschapshypertensie in een volgende zwangerschap heel klein is.
Ernstige
vormen van zwangerschapshypertensie; complicaties
Gelukkig zijn
ernstige vormen en complicaties van zwangerschapshypertensie zeldzaam.
Wanneer er naast de hoge bloeddruk ook een abnormale hoeveelheid eiwit in de
urine aanwezig is, spreekt men niet meer van zwangerschapshypertensie maar van pre-eclampsie.
De kans op complicaties neemt dan toe. Het is dan beter dat u wordt opgenomen.
De ernst en het verloop van pre-eclampsie kunnen sterk wisselen. Sommige vrouwen
hebben lange tijd weinig of geen klachten, andere worden in korte tijd ernstig
ziek.
Het HELLP-syndroom is een ernstige vorm van pre-eclampsie. HELLP staat
voor Hemolyse (afbraak van de rode bloedcellen), Elevated Liver
enzymes (verhoogde leverenzymen) en Low Platelets (een laag aantal
bloedplaatjes). Vrouwen met het HELLP-syndroom voelen zich meestal ziek. Vaak
hebben zij ernstige pijn in de bovenbuik, soms met uitstraling naar de zijkant
van de buik of de rug. Ook misselijkheid en hoofdpijn komen veel voor. De
klachten kunnen in aanvallen optreden: ze verdwijnen vaak na enige tijd (uren
tot dagen) om later weer terug te komen. Het HELLP-syndroom is dan ook een
ernstig ziektebeeld waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is.
Bij ernstige zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie treden in zeer zeldzame
gevallen stuipen (insulten of convulsies) op. Er wordt dan gesproken van eclampsie.
Stuipen zijn trekkingen van de armen en benen. Soms wordt er op de tong gebeten,
en kan er sprake zijn van urineverlies. De vrouw merkt er zelf niets van doordat
zij even in coma raakt. De gynaecoloog geeft medicijnen om de stuipen te stoppen
en nieuwe insulten te voorkomen. Zeer intensieve bewaking is noodzakelijk, soms
op een intensive-care-afdeling. Eclampsie is een zeer ernstige situatie, die in
enkele gevallen levensbedreigend kan zijn door bijkomende complicaties als
hersenbloeding, lever- of nierbeschadiging of problemen met de bloedstolling.
Gelukkig herstellen de meeste vrouwen uiteindelijk helemaal. Wel is er meer
risico voor de gezondheid van de baby. Complicaties zoals het loslaten van de
placenta komen vaker voor.
Medicijnen
De
gynaecoloog kan medicijnen geven om te proberen complicaties van ernstige
zwangerschapshypertensie voor moeder of kind te voorkomen. Vaak begint men met
tabletten; bij ernstiger vormen van zwangerschapshypertensie worden medicijnen
via een infuus toegediend.
Bloeddrukverlagende middelen
Als de onderdruk bij herhaling te hoog is, kunnen bloeddrukverlagende medicijnen
worden gegeven. Er zijn verschillende middelen: alfamethyldopa (Aldomet®),
labetolol (Trandate®) en nifedipine (Adalat®) en ketanserine (Ketensin®) zijn
in tabletvorm beschikbaar. De laatste twee middelen kunnen ook per infuus worden
toegediend, evenals dihydralazine (Nepresol®). De belangrijkste bijwerkingen
van deze bloeddrukverlagende middelen zijn hoofdpijn, slaperigheid,
duizeligheid, hartkloppingen, misselijkheid en braken.
Medicijnen die stuipen voorkomen en stoppen
Om stuipen te stoppen en nieuwe stuipen te voorkomen geeft de gynaecoloog via
een infuus magnesiumsulfaat of diazepam (Valium®). Magnesiumsulfaat kan aan het
begin van de behandeling even een sterk warmtegevoel, misselijkheid, braken en
een raar gevoel in de keel en op de tong veroorzaken. Ook een brandend gevoel in
de arm waarin het infuus zit komt vaak voor. Dit is vervelend, maar kan geen
kwaad. Diazepam veroorzaakt vaak slaperigheid.
Medicijnen die de longrijping van de baby versnellen
Als er een kans is dat de baby voor 33-34 weken geboren wordt, geeft men vaak
corticosteroïden (bijnierschorshormonen) om de longen van de baby sneller te
laten rijpen. Deze medicijnen worden via een injectie (prik) aan de moeder
toegediend.
De
bevalling bij ernstige vormen van zwangerschapshypertensie
De enige
manier om de oorzaak van zwangerschapshypertensie te behandelen is het beëindigen
van de zwangerschap. Alle andere behandelingen bestrijden alleen symptomen en
proberen complicaties te voorkomen.
Bij ernstige pre-eclampsie, HELLP-syndroom en eclampsie wordt daarom vaak
overwogen de zwangerschap te beëindigen. Daarbij zijn de duur van de
zwangerschap, de groei en de conditie van het kind en de conditie van de moeder
van belang. Bij voorkeur wordt de bevalling ingeleid. Als inleiden niet mogelijk
is, of als de conditie van de baby of de moeder dit niet toelaat, wordt een
keizersnede overwogen. Vaak is een ruggenprik mogelijk. Soms, bijvoorbeeld bij
afwijkende bloedstolling, is narcose veiliger.
Als de geboorte plaatsvindt vóór 36-37 weken of als de baby te licht is, is
opname op de couveuse-afdeling noodzakelijk.
Overplaatsing
naar een ander ziekenhuis
Soms is zeer
intensieve zorg voor de moeder noodzakelijk, zoals bij zeer ernstige vormen van
zwangerschapshypertensie en bij complicaties. De gynaecoloog verwijst u dan naar
een ziekenhuis dat deze intensieve zorg voor de zwangere kan bieden. Dit gebeurt
ook vaak als verwacht wordt dat de baby na de geboorte verzorgd moet worden op
een gespecialiseerde afdeling voor pasgeborenen.
Na
de bevalling
Ook bij
ernstige vormen van zwangerschapshypertensie zoals pre-eclampsie en
HELLP-syndroom treedt na de bevalling spontane genezing op. Vrijwel altijd
adviseert de gynaecoloog om na de bevalling een aantal dagen in het ziekenhuis
te blijven. Naarmate de hypertensie ernstiger was, kan het herstel langer duren.
Als u bloeddrukverlagende medicijnen hebt gekregen moet u deze na de bevalling
meestal nog enige tijd blijven gebruiken. Verreweg de meeste vrouwen die een
ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebben gehad, zijn binnen twee weken
na de bevalling weer thuis en genezen uiteindelijk weer volledig.
Behalve de ernst van de zwangerschapshypertensie is voor het herstel ook van
belang hoe u bevallen bent. Een kraamvrouw knapt na een gewone bevalling sneller
op dan na een keizersnede.
Meestal kunt u ook bij ernstige zwangerschapshypertensie uw baby borstvoeding
geven. Als u veel te vroeg bevallen bent, moet u de eerste tijd de voeding
afkolven. Baby's die veel te vroeg geboren zijn, kunnen de eerste tijd nog niet
zelf drinken omdat zij te zwak zijn. Ze krijgen de voeding via een sonde, een
dun slangetje dat in de maag wordt ingebracht.
Als u na de bevalling medicijnen in verband met de bloeddruk gebruikt, bespreekt
de gynaecoloog of kinderarts met u of uw baby borstvoeding mag krijgen. Bij de
meeste middelen wordt borstvoeding afgeraden, maar de indruk bestaat dat
methyldopa, nifedipine, labetolol en magnesiumsulfaat slechts in kleine
hoeveelheden in de moedermelk terechtkomen en onschadelijk zijn voor de baby.
Over ketanserine zijn (in 1998) geen gegevens bekend; daarom kan dit middel bij
borstvoeding waarschijnlijk beter (nog) niet gebruikt worden.
Emotionele
aspecten
Welke naam er
ook aan gegeven wordt: ernstige zwangerschapshypertensie, pre-eclampsie,
eclampsie, HELLP- syndroom het is voor u een emotioneel zware tijd. Vaak is
er een plotselinge overgang van een normale, gezonde zwangerschap naar een
periode met angst en zorgen. Het is vaak moeilijk te accepteren dat het lichaam
faalt'. Sommige vrouwen voelen zich hier ten onrechte! soms zelfs
schuldig over. Door het ernstig ziek zijn kunt u zich soms niet alles
herinneren. Anderzijds maakt een opname op een intensive-care-afdeling vaak
diepe indruk. Uw partner maakt zich in deze periode vaak ernstige zorgen over
moeder en kind en heeft tegelijkertijd vaak het gevoel er alleen voor te staan.
U kunt te maken krijgen met een langdurige opname van de baby op een
couveuse-afdeling met de bijbehorende zorgen.
Het is voor het verwerkingsproces belangrijk dat u zo goed mogelijk geïnformeerd
wordt over wat er met u gebeurt of is gebeurd. Bedenk daarom voordat u voor
nacontrole komt bij de gynaecoloog welke vragen u nog hebt of welke stukken in
uw herinnering nog onduidelijk zijn.
Na
het ontslag
Als u een
ernstige vorm van zwangerschapshypertensie hebt gehad kan het vele weken, zo
niet maanden duren voordat u zich lichamelijk weer fit voelt. Ook emotioneel
moet u herstellen van de zwangerschap, de bevalling en alle spanning daaromheen.
De huisarts, de gynaecoloog of de kinderarts kan u hierin begeleiden. Contact
met lotgenoten die iets dergelijks hebben meegemaakt biedt vaak goede steun. De
patiëntenvereniging Stichting HELLP-syndroom kan hierin bemiddelen.
Enige weken na het ontslag uit het ziekenhuis komt u terug bij de gynaecoloog op
de polikliniek. De gynaecoloog controleert de bloeddruk en laat soms nog
aanvullend bloedonderzoek naar de stolling en de stofwisseling doen.
De
volgende zwangerschap
Bij zeer
ernstige zwangerschapshypertensie of eclampsie is er een kleine kans op
herhaling in een volgende zwangerschap. Het verloop is dan vaak minder ernstig.
Een gesprek met de gynaecoloog voorafgaand aan een volgende zwangerschap geeft u
informatie over wat u in een volgende zwangerschap kunt verwachten. De
begeleiding van een volgende zwangerschap gebeurt door de gynaecoloog.
Na een zwangerschap waarbij er sprake was van een lichte pre-eclampsie, en
waarbij u na 37 weken zwangerschapsduur bevallen bent van een baby met een
normaal gewicht, bestaat er een overlegsituatie. De verloskundige of de huisarts
kan dan met de gynaecoloog overleggen of controle door de gynaecoloog tijdens de
zwangerschap gewenst is. Als u een keizersnede hebt gehad, hebt u echter bij een
volgende bevalling altijd een medische indicatie voor de bevalling.
Tot
slot
In deze
brochure worden de gevolgen van een lichte en een ernstige
zwangerschapshypertensie beschreven. Gelukkig komt dat laatste zelden voor, en
bij de meeste vrouwen is de afloop van de zwangerschap ondanks eventuele
complicaties gunstig. Mocht u naar aanleiding van deze brochure nog vragen
hebben, aarzel dan niet ze met uw gynaecoloog, huisarts of verloskundige te
bespreken.
Om
verder te lezen
De Stichting
HELLP-syndroom geeft onder andere een folder, brochure en syllabus uit met
informatie over het HELLP-syndroom en een brievenbundel met ervaringen van
lotgenoten. Tevens verschijnt drie maal per jaar het donateursblad Inzicht,
dat actuele medische informatie bevat, evenals ervaringsverhalen, vragen en
antwoorden, reacties van lezers en informatie over activiteiten van de
Stichting.
Patiëntenorganisaties
Stichting HELLP-syndroom,
Postbus 636, 3800 AP Amersfoort; tel. 0529-427000. Deze stichting is in 1994
opgericht en heeft onder meer als doelstellingen het geven van informatie over
ernstige vormen van zwangerschapshypertensie, en de organisatie van
lotgenotencontacten.
Vereniging van Ouders van Couveusekinderen, Postbus 53178, 1007 RD
Amsterdam; tel. 020-6793742.
Vereniging Keizersnede-ouders,
Postbus 404, 3440 AK Woerden; tel. 0348-420390.
Woordenlijst
auto-immuunziekte:
ziekte waarbij het eigen afweersysteem de weefsels of organen beschadigt
conditie (van de baby):
een woord dat gebruikt wordt om aan te geven hoe de baby het maakt
corticosteroïd:
bijnierschorshormoon dat toegediend wordt aan de moeder om voor de geboorte de
longrijping bij de baby te versnellen
CTG:
cardiotocogram, hartfilmpje, registratiemethode om de conditie van de baby in de
gaten te houden
diastolische bloeddruk:
onderdruk
eclampsie:
stuipen die optreden als complicatie van zeer ernstige zwangerschapshypertensie
HELLP-syndroom:
ernstige vorm van zwangerschapshypertensie met afbraak van rode bloedcellen,
schade aan de lever en een laag aantal bloedplaatjes
hypertensie:
hoge bloeddruk
infuus:
slangetje in een bloedvat van de arm of hand voor het toedienen van medicijnen,
bloed of vocht
mmHg:
millimeter kwik, een maat voor het weergeven van de bloeddruk
oedeem:
zwelling door ophoping van vocht
placenta:
moederkoek
pre-eclampsie:
een ernstige vorm van zwangerschapshypertensie waarbij er eiwit in de urine
wordt gevonden of andere tekenen van tijdelijke orgaanbeschadiging zijn
stuipen:
trekkingen van de armen en benen; soms wordt er op de tong gebeten en er kan
urineverlies optreden
systolische bloeddruk:
bovendruk
©
1998 NVOG.
Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze brochure berusten bij de
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) te Utrecht. De
brochure is goedgekeurd door de Koninklijke Nederlandse Organisatie van
Verloskundigen (KNOV). De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het
Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) hebben de brochure beoordeeld. Leden van
de NVOG, de KNOV, de LHV en het NHG mogen deze brochure, mits integraal,
onverkort en met bronvermelding, zonder toestemming vermenigvuldigen.
Deze brochure is tot stand gekomen na een zorgvuldig kwaliteitstraject dat is
begeleid door de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG. Als
non-profit-instelling legt deze commissie zich toe op het formuleren en
ontwerpen van kwalitatief hoogwaardige voorlichting.
Voor deze folder is gebruik gemaakt van de Richtlijn Zwangerschapshypertensie
van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, 1997.
Andere folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en
voortplantingsgeneeskunde zijn te vinden op de website van de NVOG:
http://www.nvog.nl, rubriek voorlichting.
Auteur: dr.A. Franx
Redacteur: dr.G.Kleiverda
Bureauredacteur: Jet Quadekker
|