|
NVOG
1999
4
februari 1999
Inleiding
Deze folder
geeft informatie over serotiniteit. Dit is de medische term voor overdragenheid.
De gevolgen van serotiniteit worden beschreven. Ook komt aan bod welke medische
zorg u kunt verwachten.
De
uitgerekende datum en de normale periode van bevallen
De
verloskundige, huisarts of gynaecoloog bepaalt in het begin van de zwangerschap
de uitgerekende datum. De medische term hiervoor is de à terme datum, vaak
afgekort als AT-datum. Deze datum wordt meestal berekend door 40 weken op te
tellen bij de eerste dag van de laatste normale menstruatie. Men gaat bij deze
berekening uit van regelmatige menstruaties die om de 28 dagen beginnen. Soms
wordt de uitgerekende datum vastgesteld of veranderd naar aanleiding van
echoscopisch onderzoek vroeg in de zwangerschap.
De meeste vrouwen bevallen niet precies op de uitgerekende dag. Een normale
bevalling vindt plaats in de periode van drie weken voorafgaand tot twee weken
na afloop van deze datum. Verloskundigen en artsen noemen deze periode van vijf
weken ook wel de uitgerekende periode of termijn voor een normale zwangerschap.
Wat
is serotiniteit?
Als de
bevalling twee weken na de uitgerekende datum niet op gang is gekomen, spreken
verloskundigen en artsen van overdragenheid. De medische term hiervoor is
serotiniteit. Vijf tot tien procent van alle zwangerschappen duurt langer dan 42
weken.
De
gevolgen van serotiniteit
Bij een
zwangerschap die langer dan 42 weken duurt, voldoet de placenta soms minder goed
aan de behoefte van het kind. De baby kan zo geleidelijk minder voeding krijgen.
De hoeveelheid vruchtwater wordt langzamerhand minder. Ontlasting van de baby
(meconium) in het vruchtwater komt vaker voor. In een zeldzaam geval kan de baby
te weinig zuurstof krijgen.
Om
problemen vóór te zijn wordt u door de verloskundige of huisarts naar de
gynaecoloog verwezen. Of u de baby goed voelt bewegen, is een belangrijk teken.
Een cardiotocogram (CTG) registreert de harttonen van het kind. Zo wordt de
conditie van uw baby beoordeeld. Echoscopisch onderzoek geeft aan of de
hoeveelheid vruchtwater voldoende is.
Meestal vindt de verwijzing plaats bij 42 weken, dus twee weken na de
uitgerekende datum. In sommige plaatsen worden zwangere vrouwen al tussen 41 en
42 weken verwezen voor een controle door de gynaecoloog. De gynaecoloog
informeert u tot wanneer een eventuele thuisbevalling nog verantwoord is.
Afwachten
of inleiden?
Als alle
controles goed zijn en de zwangerschap geen andere problemen geeft, is het
verantwoord om af te wachten tot de bevalling spontaan begint. Het advies is om
dan tweemaal per week een CTG en een echo te maken. De harttonen en de
hoeveelheid vruchtwater worden zo beoordeeld. Bij minder leven voelen, als er
weinig vruchtwater is, of als de harttonen niet optimaal zijn, stelt de
gynaecoloog vaak voor om uw baby geboren te laten worden. Als de baarmoedermond
rijp' aanvoelt, is een inleiding mogelijk. Meer informatie hierover vindt u
in de folder Het inleiden van de bevalling. Ook bijkomende problemen tijdens de
zwangerschap, zoals een hoge bloeddruk of een klein kind, kunnen een reden zijn
om een inleiding voor te stellen.
De
bevalling
Na een
zwangerschapsduur van 42 weken luidt het advies om in het ziekenhuis te
bevallen. Tijdens de bevalling worden de harttonen van de baby met behulp van
een CTG geregistreerd. Zo wordt de conditie van de baby in de gaten gehouden.
Als de vliezen nog niet gebroken zijn, wordt het CTG via de buikwand gemaakt.
Zijn de vliezen wel gebroken, dan plaatst de arts of verloskundige vaak een
schedelelektrode (een dun draadje) via de vagina (schede) op het hoofd van de
baby. Ook kan men de vliezen breken om dit draadje vast te maken. Dit gebeurt
tijdens een inwendig onderzoek. Vaak wordt tegelijk met de harttonenregistratie
ook de sterkte van de weeën geregistreerd.
Het registreren van de harttonen tijdens de bevalling is een voorzorgsmaatregel
om op tijd een achteruitgang in de conditie bij het kind te ontdekken.
Meestal doen zich geen problemen voor en kunt u normaal en spontaan bevallen.
Wel moet u er rekening mee houden dat na een erg lange zwangerschap de bevalling
soms trager verloopt. De weeën zijn dan niet krachtig genoeg. Het kan dan nodig
zijn de weeën met een infuus te versterken. Als ze erg pijnlijk zijn, is
pijnstilling mogelijk.
Wie
zijn er bij de bevalling?
Bij
serotiniteit krijgt u een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen.
De gynaecoloog is verantwoordelijk voor de begeleiding van de bevalling. Soms is
een aan het ziekenhuis verbonden verloskundige of arts bij de bevalling
aanwezig. Deze werkt nauw samen met de gynaecoloog. Naast verpleegkundigen
kunnen ook leerling- verpleegkundigen of co-assistenten (medische studenten)
aanwezig zijn. U kunt van tevoren navragen wie er zullen zijn.
Na
de bevalling
Als de
bevalling zonder problemen verloopt, brengt u het kraambed thuis door. Ontslag
uit het ziekenhuis vindt soms enige uren na de bevalling plaats, soms de
volgende ochtend.
©Het
copyright en de verantwoordelijkheid voor deze folder berust bij de Nederlandse
Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. Leden van de NVOG
mogen deze brochure, mits integraal, onverkort en met bronvermelding, zonder
toestemming vermenigvuldigen.
De inhoud van deze brochure is tot stand gekomen na een zorgvuldig
kwaliteitstraject begeleid door de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG.
Als non-profit-instelling legt zij zich toe op het formuleren en ontwerpen van
kwalitatief hoogwaardige voorlichting.
Voor deze folder is gebruik gemaakt van de Richtlijn Serotiniteit van de
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, 1997.
Andere folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en
voortplantingsgeneeskunde zijn te vinden op de website van de NVOG:
http://www.nvog.nl, rubriek voorlichting.
Auteur: dr.P.J.H.M.Reuwer
Eindredacteur: dr.G.Kleiverda
Bureauredacteur: Jet Quadekker
|