|
|
|
Een miskraam of bloedverlies in de eerste maanden van de zwangerschap |
WAT IS EEN MISKRAAM?
Een miskraam is het verlies van een niet-levensvatbare vrucht. Een
miskraam in de eerste twee tot
vier maanden van de zwangerschap noemt men een vroege miskraam.
Een van de eerste verschijnselen is dikwijls vaginaal bloedverlies.
Men spreekt dan van een dreigende
miskraam. Slechts in de helft van de situaties treedt werkelijk een
miskraam op; in de overige gevallen
heeft het bloedverlies een andere oorzaak. Hierop gaan we verderop in
deze brochure in.
De medische term voor een miskraam is spontane abortus. Voor het
afbreken van een ongewenste
zwangerschap gebruikt men de term abortus provocatus. De term missed
abortion gebruiken artsen
en verloskundigen voor de situatie waarin een niet-levensvatbare
vrucht nog niet uit zichzelf naar
buiten is gekomen.
We spreken van een late miskraam of doodgeboorte als de zwangerschap
verkeerd afloopt na de
vierde maand maar vóór de levensvatbare periode. Dit komt veel
minder vaak voor. U vindt hierover
informatie in de brochure
OORZAAK VAN EEN MISKRAAM
De oorzaak van een vroege miskraam is bijna altijd een
aanlegstoornis. Het vruchtje is niet in orde, en
de natuur vindt als het ware een logische oplossing: het groeit niet
verder en het lichaam stoot het af.
Een zwangerschap bestaat uit een vruchtzak en een embryo. Het embryo
ontwikkelt zich bij een
normale zwangerschap tot een kind. Bij een miskraam is vaak alleen de
vruchtzak aangelegd, zonder
embryo. Het soms gebruikte woord ‘windei' is feitelijk onjuist: er
is wel degelijk een embryo in aanleg,
maar heel vroeg is er iets misgegaan. Het embryo komt dan niet tot
ontwikkeling of groeit niet verder
door een gestoorde aanleg.
De oorzaak is meestal een chromosoomafwijking die bij de bevruchting
is ontstaan. In de regel gaat
het hier niet om erfelijke afwijkingen, zodat er geen gevolgen zijn
voor een volgende zwangerschap.
Een eerste miskraam is geen reden voor nader onderzoek; dat adviseren
artsen pas na meerdere
miskramen. Ook dan levert onderzoek bij het overgrote deel van de
vrouwen slechts zelden een
duidelijke verklaring voor de miskramen op. Meer informatie vindt u
in de folder KANS OP EEN MISKRAAM Vroege miskramen komen betrekkelijk vaak voor: bij tenminste één op de tien zwangerschappen is er sprake van. Dit betekent dat in Nederland jaarlijks 20.000 vrouwen een miskraam meemaken. Naar schatting krijgt een kwart van alle vrouwen ooit met dit probleem te maken. De kans op een miskraam neemt toe met de leeftijd. Voor vrouwen beneden de vijfendertig jaar is de kans dat een zwangerschap in een miskraam eindigt, ongeveer 1 op 10. Tussen de vijfendertig en veertig jaar eindigt 1 op de 5 tot 6 zwangerschappen in een miskraam, en tussen de veertig en vijfenveertig jaar 1 op 3. Boven de vijfenveertig jaar is dit voor de helft van de zwangerschappen het geval. Vrouwen die eenmaal een miskraam hebben meegemaakt, hebben mogelijk een licht verhoogde kans op een nieuwe miskraam de volgende keer, maar nog steeds is de kans dat een zwangerschap wel goed afloopt, het grootst. KUNT U EEN VOLGENDE MISKRAAM VOORKOMEN? Als u opnieuw zwanger wilt worden, is het verstandig zo gezond mogelijk te leven. Dat betekent gezond en gevarieerd eten, niet overmatig drinken, niet roken, en geen medicijnen innemen zonder overleg. Toch is het niet mogelijk een miskraam met zekerheid te voorkomen, ook als u zich aan deze regels houdt. Voor elke vrouw die (opnieuw) zwanger wil worden, luidt het advies om dagelijks een tablet foliumzuur van 0,4 mg te gebruiken. Mocht u voorafgaand aan de miskraam geen foliumzuur gebruikt hebben, dan hoeft u zich daar niet schuldig over te voelen. Foliumzuur vermindert niet de kans op een miskraam, maar wel de kans op een kind met een open rug. VERSCHIJNSELEN BIJ EEN DREIGENDE MISKRAAM Zwangerschapsverschijnselen zoals gespannen borsten en ochtendmisselijkheid nemen soms af vlak voor een miskraam. Vaginaal bloedverlies en soms wat menstruatie-achtige pijn bij een jonge zwangerschap kunnen het eerste teken zijn van een dreigende miskraam. Bij de helft van de vrouwen met bloedverlies of wat buikpijn is er gelukkig niets mis en verloopt de zwangerschap verder ongestoord. Ook hoeft u niet bang te zijn voor aangeboren afwijkingen of andere complicaties.
ANDERE OORZAKEN VAN BLOEDVERLIES TIJDENS HET BEGIN VAN DE
ZWANGERSCHAP
Bloedverlies in het begin van de zwangerschap duidt niet altijd op
een miskraam. Zo kan er een
afwijking zijn van de baarmoedermond, bijvoorbeeld een poliep of een
ontsteking, waardoor de
baarmoedermond gemakkelijk bloedt. Bloedverlies komt dan vooral voor
na gemeenschap of na
(harde) ontlasting.
Een veel minder vaak voorkomende oorzaak van bloedverlies is een
buitenbaarmoederlijke
zwangerschap. De zwangerschap is dan niet in, maar buiten de
baarmoeder ingenesteld, meestal in
de eileider. De medische term voor een buitenbaarmoederlijke
zwangerschap is extra-uteriene
graviditeit, vaak afgekort als EUG. De kans op een EUG is verhoogd na
een eileiderontsteking of een
operatie aan de eileiders. Ook een zwangerschap bij een nog aanwezig
spiraaltje of na een sterilisatie
kan buitenbaarmoederlijk zijn. Bij een buitenbaarmoederlijke
zwangerschap treedt nogal eens vrij
hevige buikpijn op. Meer informatie vindt u in de folder
Buitenbaarmoederlijke zwangerscha
WELK ONDERZOEK IS MOGELIJK?
Bij bloedverlies vroeg in de zwangerschap onderzoekt de arts of
verloskundige vaak met behulp van
een spreider (speculum) de baarmoedermond. Ook een inwendig
(vaginaal) onderzoek is mogelijk: via
de vagina worden baarmoeder en eierstokken afgetast.
Echoscopisch onderzoek kan duidelijk maken of de zwangerschap nog
intact is. Geluidsgolven geven
een afbeelding van de zwangere baarmoeder. Meestal is te zien of het
hartje klopt. De kans op een
miskraam is dan zeer klein, maar niet uitgesloten. Een lege vruchtzak
of een niet-levend embryo
zonder hartactie zijn met echoscopie betrouwbaar te zien. Bent u
minder dan twee weken over tijd,
dan geeft het onderzoek soms nog geen duidelijkheid; herhaling één
tot twee weken later maakt dan
wel duidelijk of het hartje klopt. De folder WAT TE DOEN ALS EEN MISKRAAM IS VASTGESTELD? Omdat een aanlegstoornis van de zwangerschap of het afsterven van de vrucht de oorzaak is van een miskraam, is behandeling nooit mogelijk. Medicijnen of maatregelen zoals bedrust of stoppen met werken zijn dan ook zinloos. Hoewel een behandeling ontbreekt, bestaat er wel een keuze tussen twee manieren waarop de miskraam kan plaatsvinden: - afwachten tot de miskraam spontaan optreedt - curettage: een ingreep waarbij de gynaecoloog het zwangerschapsweefsel via de vagina en de baarmoederhals verwijdert De keuze is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Beide benaderingen hebben voor- en nadelen. We beschrijven ze hieronder, en u kunt ze ook met uw verloskundige of arts bespreken. U bepaalt zelf wat het beste bij u past. Ook is altijd een tussenoplossing mogelijk, zoals een tijdje afwachten, en als het te lang duurt, alsnog een curettage.
WANNEER MOET U NA EEN SPONTANE MISKRAAM OF EEN CURETTAGE MEDISCHE HULP INROEPEN? Het is verstandig om in de volgende situaties de arts of verloskundige te waarschuwen:
LICHAMELIJK EN EMOTIONEEL HERSTEL Het lichamelijk herstel na een spontane miskraam of een curettage is meestal vlot. Gedurende één tot twee weken bestaat vaak nog wat bloedverlies en bruinige afscheiding. Het is verstandig met gemeenschap (samenleving) te wachten tot het bloedverlies voorbij is. Hierna is het lichaam voldoende hersteld om weer opnieuw zwanger te worden. Het zwanger worden op zich wordt door een miskraam niet bemoeilijkt. Ook is het uit medisch oogpunt niet noodzakelijk een aantal maanden te wachten met opnieuw zwanger te worden. De volgende menstruatie verschijnt na ongeveer zes weken, soms een paar weken eerder of later. Veel vrouwen maken na een miskraam psychisch een moeilijke tijd door. De miskraam betekent een streep door de toekomst en brengt een abrupt einde aan alle plannen en fantasieën over het verwachte kind. Dat de zwangerschap vanaf het begin al niet in orde was en de miskraam dus een natuurlijke en logische oplossing, is voor sommigen een troost. Verdriet, schuldgevoelens, ongeloof, boosheid en een gevoel van leegte zijn veel voorkomende emoties, zeker bij een vrouw. De vraag waarom het misging houdt u wellicht bezig. Hoe invoelbaar ook, schuldgevoelens zijn bijna nooit terecht. Een miskraam is een natuurlijke oplossing voor iets wat fout ging rond de bevruchting, en het is maar de vraag of een gezondere leefwijze of minder stress dit had kunnen voorkomen. De gedachte dat zwanger worden in elk geval mogelijk is gebleken, is soms een steun. De verwerking van een miskraam verschilt: iedereen, vrouw en man, doet dat op haar of zijn eigen manier. Ook de omstandigheden spelen een rol. Het is moeilijk aan te geven hoe lang dit proces duurt. Sommige ouders doen er enkele maanden tot een half jaar over; bij anderen duurt het langer, soms meer dan een jaar. Voor de omgeving is het soms niet duidelijk wat u doormaakt. Opmerkingen als 'volgende keer beter' of 'je bent nog jong' helpen meestal niet, ook al zijn ze goed bedoeld. Ze doen immers geen recht aan wat je als ouder op dat moment voelt. Omdat het verlies vaak voor de buitenwereld onzichtbaar is, kan het helpen te praten met andere ouders die hetzelfde hebben meegemaakt. Zij weten wat u doormaakt. Verschillen in beleving of snelheid van verwerken tussen man en vrouw kunnen een druk op de relatie geven; ook dan is het verstandig erover te praten, zowel met elkaar als met anderen. Vrouwen die na een miskraam opnieuw zwanger worden, zijn daar meestal blij mee, maar voelen zich vaak de eerste tijd ook onzeker en bang: zal het opnieuw mis gaan? Sommigen willen daarom de omgeving nog niet direct van de zwangerschap op de hoogte stellen. Gelukkig verloopt een volgende zwangerschap meestal goed, ook bij vrouwen die meer dan één miskraam hebben doorgemaakt. HULPORGANISATIES Er bestaat geen landelijke hulporganisatie die zich speciaal richt op vrouwen die een miskraam doormaakten. Niettemin kan een aantal (plaatselijke) instanties behulpzaam zijn bij het beantwoorden van vragen en bij het zoeken van hulp en steun in de woonomgeving: Project Lotgenotencontact bij Miskramen. Humanitas, Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijke Dienstverlening en Samenlevingsopbouw Sarphatistraat 4; 1017 WS Amsterdam Postbus 71; 1000 AB AMSTERDAM tel: (020) 523 11 00 fax: (020) 622 73 67 Project Lotgenotencontact bij Miskramen biedt ondersteuning aan vrouwen die een miskraam hebben gehad. Hiervoor organiseert men lotgenotencontacten, zodat vrouwen ervaringen kunnen uitwisselen en emoties kunnen verwerken. Landelijk Steunpunt Rouwbegeleiding (LSR) Postbus 13189 3507 LD Utrecht tel: (030) 234 38 68 (werkdagen 9-13 uur) Het LSR geeft informatie over rouw en verliesverwerking en is behulpzaam bij het zoeken naar hulpverleningsinstanties in de woonomgeving. Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een overleden kind Postbus 418 1400 AK Bussum tel: (0252) 370 604 (op werkdagen van 9.00-12.00, 14.00-17.00 en 19.00-22.00 uur) De Landelijke Zelfhulporganisatie Ouders van een Overleden Kind is een organisatie van ouders die begrip en medeleven willen bieden aan lotgenoten. Dit wordt gedaan door ouders die zelf hun verlies, verdriet en isolement hebben doorworsteld en nu in staat zijn om anderen te helpen. Freya, patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek Postbus 476 6600 AL Wijchen tel/fax: (024) 645 10 88 website: http://www.freya.nl Landelijke patiëntenvereniging die vanuit ervaringsdeskundigheid een luisterend oor kan bieden en informatie verstrekken aan paren die ongewild kinderloos zijn. Freya kan ook bemiddelen bij lotgenotencontact voor problemen rond (herhaalde) miskramen. FIOM, Stichting Ambulante FIOM Centraal Bureau Kruisstraat 1 5211 DT 's-Hertogenbosch tel: (073) 612 88 21 fax: (073) 612 23 90 Een landelijke instelling voor hulpverlening bij vragen op het terrein van zwangerschap en ouderschap, met regionale vestigingen door het hele land. Behalve informatie biedt de stichting individuele hulp en organiseert zij groepsbijeenkomsten.
De volgende folders en brochures zijn te verkrijgen bij uw
gynaecoloog, het patiëntenservicebureau
van het ziekenhuis, en op de website van de NVOG: http://www.nvog.nl
, rubriek voorlichting.
Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen
Boeken: Marianne Cuisinier en Hettie Janssen. Met lege handen. Houten: Unieboek, 2e dr. 1997. ISBN 90 269 6699 7. Wiebe Braam en Martha van Buuren. Als je zwangerschap misloopt. Baarn: La Rivière 1995. ISBN 90 384 0365 8 Ann Oakley, Ann McPherson en Helen Robert. Soms gaat het mis.Kosmos Utrecht/Antwerpen 1985. ISBN 90 215 1231 9 (niet meer leverbaar).
WOORDENLIJST
|
|
© 1998 NVOG Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze folder berusten bij de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) in Utrecht. De folder is goedgekeurd door de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en de Sectie Jonge Zwangerschap van de Werkgroep Voortplantingsendocrinologie en Fertiliteit (VEF) van de NVOG. Leden van de NVOG, de KNOV en de LHV mogen deze folder, mits integraal, onverkort en met bronvermelding, zonder toestemming vermenigvuldigen. Folders en brochures van de NVOG behandelen verschillende verloskundige en gynaecologische klachten, aandoeningen, onderzoeken en behandelingen. Zo krijgt u een beeld van wat u normaliter aan zorg en voorlichting kunt verwachten. Wij hopen dat u met deze informatie weloverwogen beslissingen kunt nemen. Soms geeft de gynaecoloog u andere informatie of adviezen, bijvoorbeeld omdat uw situatie anders is of omdat men in het ziekenhuis andere procedures volgt. Schriftelijke voorlichting is altijd een aanvulling op het gesprek met de gynaecoloog. Daarom is de NVOG niet juridisch aansprakelijk voor eventuele tekortkomingen van deze folder. Wel heeft de Commissie Patiëntenvoorlichting van de NVOG zeer veel aandacht besteed aan de inhoud. Dit betekent dat er geen belangrijke fouten in deze folder staan, en dat de meerderheid van de Nederlandse gynaecologen het eens is met de inhoud. Andere folders en brochures op het gebied van de verloskunde, gynaecologie en voortplantingsgeneeskunde kunt u vinden op de website van de NVOG: http://www.nvog.nl , rubriek voorlichting. Auteur: dr. W.M. Ankum Redacteur: dr. G. Kleiverda Bureauredacteur: Jet Quadekker Versie 1.1. Januari 2001 |