|
Hoe gaat de kraamverzorgster om met de gevoelens
van een kraamvrouw?
Rouw en gevoelens
die de kraamvrouw kan hebben
Iedereen maakt verliezen mee. Hoewel de zwaarte en de omstandigheden ervan
verschillen, gaan ze altijd gepaard met gevoelens van rouw. De verschillende
gevoelens die u kunt hebben zijn niet alleen kort na het slechte nieuws aanwezig,
maar komen ook later nog vaak voor.
Ongeloof, ontkenning, verdoving
De meest gehoorde reactie van ouders wanneer zij te horen krijgen dat hun
kind overleden is of een ernstige afwijking heeft, is: 'Dat kan niet waar
zijn!', 'Dat overkomt óns toch niet?' Ouders willen en kunnen zich niet realiseren dat dit kind niet
meer leeft, niet levensvatbaar is of een zeer ernstige afwijking heeft. Dit
gevoel van ongeloof en ontkenning, dat nogal eens gepaard gaat met een gevoel
van grote leegte, duurt meestal kort maar kan ook dagen of weken blijven
bestaan.
Het kraambed
De verzorging in het kraambed
In principe hebt u ook als u vroeg in de zwangerschap bevalt, recht op
kraamzorg, ook al is er geen kind om voor te zorgen. De officiële regel is
dat het gaat om een bevalling waarbij ‘kind en moederkoek apart worden
geboren’. Vanaf een zwangerschapsduur van 15-16 weken is dat het geval. Als u
al kraamzorg had geregeld zijn er meestal geen problemen te verwachten. Zo
niet, dan neemt het ziekenhuis meestal contact met het kraamcentrum op.
Vooral als u nog andere kinderen thuis hebt, is kraamzorg aan te bevelen. De
kraamverzorgster kan veel praktisch werk voor u doen. Ook als u alleen met uw
partner bent kan zij steun en hulp bieden. Zo mogelijk
kiest het kraamcentrum iemand uit met ervaring met het verlies van een
ongeboren of pasgeboren kind. Sommige ouderparen willen de eerste dagen
liever samen zijn en geen vreemden om zich heen hebben.
Als een verloskundige uw zwangerschap controleerde, bezoekt zij u ook aan het
kraambed. In andere gevallen kan het ziekenhuis een
verloskundige vragen om de medische controles in het kraambed te doen. Vaak
komt ook de huisarts langs.
Klachten in het kraambed
Borststuwing na de bevalling zonder kind om te voeden is een pijnlijke
ervaring. Maar uw lichaam vertoont de normale reacties na een bevalling:
naweeën, vloeien en misschien ook pijn van hechtingen. Hierdoor voelt u het
gemis des te meer. Praat over deze ongemakken met uw verloskundige, huisarts
of gynaecoloog. Zij zullen proberen u te helpen. Ook verpleegkundigen,
verloskundigen of de kraamhulp kunnen goede adviezen geven, zoals het dragen
van een nauwsluitende beha. De melkproductie wordt dan na enkele dagen minder
en houdt daarna op. Er zijn ook medicijnen om de melkproductie te voorkomen
of te stoppen.
|